Rotterdam: ‘duurzame hotspot’ in spé

donderdag 5 november 2020
Afbeelding Rotterdam: ‘duurzame hotspot’ in spé

Net als de kreet ‘geen woorden maar daden’, moet ook duurzaamheid vervlochten zijn in het DNA van de gemeente Rotterdam. Petra de Groene (directeur Economie & Duurzaamheid) en Marc van Leeuwen (directeur Ingenieursbureau) lichten de duurzame ambities van de Maasstad toe.

Rotterdam wil uitgroeien tot een duurzame hotspot met een gidsrol op het gebied van duurzaamheid. De energietransitie, de circulaire ambities en de milieu-ambities bieden volgens De Groene kansen om ‘op de lange termijn competitief te blijven en tegelijkertijd onze verantwoordelijkheid te nemen’. De ambities en uitdagingen zijn fors: halvering van de CO2 uitstoot in 2030, een circulaire stad met 40 nieuwe initiatieven in 2023, uitbreiding van het groen in de openbare ruimte en op daken met 20 hectare tot 2022 en verbetering van een gezondere leefomgeving door emissievrij transport.

In dat verband is het opvallend dat Rotterdam onlangs niet hoog scoorde in het onderzoek dat het Aanbestedingsinstituut jaarlijks voor Bouwend Nederland doet naar de mate van duurzaamheid bij aanbestedingen van bouw- en infrawerken. “In Rotterdam zit veel van de duurzaamheid binnen projecten eigenlijk ‘verborgen’ in het ontwerp en de materialisatie,” legt Van Leeuwen uit. “Doorgaans zit daar ook de grootste duurzaamheidswinst, zeker bij infraprojecten. In Rotterdam krijgen onze aannemers zo’n beetje alle materialen aangeleverd door producenten waarmee de gemeente een leveringscontract heeft. Van straatstenen en rioolbuizen tot lichtmasten en armaturen. Dat is niet zonder reden: Rotterdam wil een kwalitatief hoogstaande openbare ruimte met een typisch Rotterdamse uitstraling. Met al die producenten heeft de gemeente aparte leveringscontracten. Duurzaamheid is daarin al jaren een zwaarwegend gunningscriterium bij aanbestedingen, soms zelfs tot 90 procent van de totale weegfactor.”

Hoger plan

Volgens het Aanbestedingsinstituut gunt de gemeente relatief vaak op de laagste prijs, wat door aannemers wordt beschouwd als een tekortkoming in het duurzaam denken: de potentie bij de uitvoerende bouw wordt immers niet benut en de focus op prijs legt een rem op de ruimte om in duurzaamheid te groeien. “Op dit moment kunnen onze aannemers zich op het vlak van het ontwerp inderdaad weinig onderscheiden op duurzaamheid,” erkent Van Leeuwen. “Wij zien dat niet als een tekortkoming, maar als een gevolg van de gangbare uitvoeringspraktijk. Die is niet persé nadelig voor duurzame ontwikkeling van de sector als geheel, zolang iedereen zijn bijdrage levert. Dat strekt zich uit van de grondstoffenwinning, de aanleg, het transport, beheer en onderhoud en tot en met sloop en eventueel hergebruik. Uiteindelijk gaat het erom dat we gezamenlijk de duurzaamheidsprestatie van onze projecten naar een hoger plan tillen.”

Positief is volgens Van Leeuwen dat uit het onderzoek van het Aanbestedingsinstituut blijkt dat ‘aannemers meer kunnen dan wij ze vragen’. “We zullen onderzoeken hoe we ze juist bij de uitvoering extra kunnen belonen en gaan door met onze dialoog met marktpartijen, zodat we onze uitvraag afstemmen op wat er kan.”

MKB Convenant

Een mooi voorbeeld is in dat verband het Rotterdamse MKB Convenant met 22 infrabedrijven met als belangrijke doelen de verspilling in het regulier onderhoud terug te dringen, belemmeringen voor burgers en bedrijven te verminderen en innovatie sneller in projecten in te passen. “Rotterdam is een relatief grote opdrachtgever binnen de bouw- en infra, waardoor we ook het verschil kunnen maken,” stelt Van Leeuwen. “We stellen bijvoorbeeld standaard milieueisen aan onze aannemers op het gebied van transport en de inzet van mobiele werktuigen. Hetzelfde geldt sinds kort voor de CO2-prestatieladder. Aannemers moeten nu minimaal trede 3 hebben om voor een opdracht in te kunnen schrijven. Kortgeleden hebben we een asfalteringsproject aanbesteed waarbij aannemers constructieve vrijheid hadden om de milieukosten van het project te verlagen. Dat is best wel een unicum, omdat we doorgaans alles tot in de kleinste details ontwerpen.”

Net als het asfalteringsproject, laat ook de raamovereenkomst groenonderhoud volgens Van Leeuwen overtuigend zien dat standaardsystematieken als RAW mogelijkheden bieden om stappen te zetten in het duurzaam presteren. “In de regel stemmen we de contractvorm af op de doelstellingen van het project. Dat geldt niet alleen voor de contractvorm, maar ook voor de technische specificaties, de wijze van aanbesteden, de inrichting van het contractbeheer. Soms rolt daar een bouwteamconstructie uit in combinatie met een geïntegreerde bouworganisatievorm als duidelijk blijkt dat de verschuiving van ontwerpbeslissingen naar de opdrachtnemer tot een betere kwaliteit leidt. Rotterdam heeft dat bijvoorbeeld gedaan bij het innovatieproject Wassende weg op de Westzeedijk en Free Run Park in Hoogvliet.”

Goede voorbeeld

Een gidsrol op het gebied van duurzaamheid ambiërend, voorspelt De Groene dat Rotterdam het goede voorbeeld zal blijven geven. “Binnen de bouw- en infra-sector zitten we momenteel middenin een aantal inkooptrajecten waar we aanbiedingen verwachten met een hoog duurzaamheidsniveau. Een ander mooi voorbeeld is het Stadse Werken-project. De komende jaren worden kilometers aan riolering vervangen in Rotterdam, waarin we niet alleen duurzame rioolbuizen toepassen, maar waarin we ook gaan experimenten met emissievrije bouwlogistiek, hubs en bouwplaatsen zonder uitstoot. De omvang van deze raamovereenkomst en de opgedane ervaring zullen de komende jaren een belangrijke basis vormen voor de manier waarop we duurzaamheid nog beter kunnen verankeren in routinematige klussen. Daar is de winst het grootst, omdat de geleerde lessen vaak kunnen worden toegepast.”

 

Klik hier voor het dubbelinterview met Petra de Groene en Marc van Leeuwen.