COLUMN | Kleine bedrijven houden bouw overeind

Madeline Buijs is senior sectoreconoom Bouw en Vastgoed bij ABN AMRO

donderdag 26 november 2020
Afbeelding COLUMN | Kleine bedrijven houden bouw overeind

De bouwsector doet het ondanks alle beperkingen en economische gevolgen van het coronavirus nog goed. De bouwproductie daalde in de eerste drie kwartalen van 2020 met 0,5% in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder. De Nederlandse economie kromp in deze periode met 4,1%.

Dat de bouwsector het nog zo goed doet is eigenlijk een heel opvallend feit, want de bouw doet het in een economische crisis normaliter veel slechter dan de Nederlandse economie. Een belangrijke reden hiervoor zijn de kleine bouwbedrijven. Zij profiteerden van de verbouwwoede van de Nederlandse bevolking. Nu we niet meer op vakantie konden, bleef er opeens geld over. In combinatie met het vele thuis zijn, werden veel renovaties in en om het huis gedaan.

Enerzijds deden de consumenten dat zelf. Uit de pintransacties die ABN AMRO bijhoudt, blijkt namelijk dat bouwmarkten en tuincentra het sinds het uitbreken van het coronavirus heel goed doen. Hun omzet ligt elke week ruimschoots boven de omzet die zij in dezelfde periode een jaar eerder behaalden. Sinds 16 maart ligt hun omzet maar liefst 36% hoger ten opzichte van vorig jaar.

Maar consumenten lieten ook veel werkzaamheden door kleine bouwbedrijven uitvoeren. Was de angst tijdens de eerste ‘lockdown’ in het voorjaar nog dat consumenten geen vreemden in huis wilden in verband met mogelijk besmettingsgevaar; naar nu blijkt was deze angst ongegrond. De omzet van kleine bouwers met maximaal tien werknemers steeg in de eerste drie kwartalen met 7%, terwijl de omzet van alle bouwbedrijven met 2,5% steeg vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. En de stijging was elk kwartaal ook hoger dan in de bouw als geheel.

Nu doen kleine bouwers het in een economische crisis beter dan de bouw als geheel, dat was tijdens de vorige crisis in de bouw in de periode 2009-2013 ook het geval. Toen beperkten de kleine bouwers de krimp van de bouwsector, hoewel ze niet konden voorkomen dat de bouwsector een stuk harder kromp dan de Nederlandse economie. Hiermee bewijzen de kleine bouwers zich als stabiele waarde voor de bouwsector. Sinds 2005 was in 53 van de 63 kwartalen de omzetontwikkeling van de kleine bouwers hoger dan die van de bouw als geheel. Daarmee kan wel worden gesteld dat de kleine bouwers de bouw stutten in slechte tijden.

En toch bekruipt mij een pessimistisch gevoel bij deze ontwikkeling. De grote afhankelijkheid van renovaties als het economisch slechter gaat, legt pijnlijk bloot wat er op dat moment mist:  de nieuwbouw. Zowel de nieuwbouw van gebouwen en woningen als van infrastructurele werken staat onder druk. De bouw zou juist een goede mix moeten zijn van renovatie en nieuwbouw. Hierdoor wordt de bouw voor de grotere bouwers ook een stabielere sector. Anticyclisch bouwen is hierbij van groot belang. Dat zou de focus van de regering moeten zijn de komende jaren.