BENG-eisen

Afbeelding BENG-eisen

In Nederland leggen we de energieprestatie voor bijna energieneutrale gebouwen vast aan de hand van drie eisen: de BENG-indicatoren. De BENG-eisen gelden alleen voor nieuwbouw. Het beleid voor zeer energiezuinige bestaande gebouwen is nog in ontwikkeling.

De drie BENG indicatoren waar de eisen op worden gebaseerd zijn:

  1. Energiebehoefte
    Voor het bepalen van de energiebehoefte wordt de energiebehoefte voor verwarming en koeling opgeteld. Voor utiliteitsgebouwen telt ook de energiebehoefte voor verlichting mee. De energiebehoefte kan worden ingevuld met hernieuwbare of fossiele energie.
  2. Primair fossiel energiegebruik
    Het primair fossiel energiegebruik is een optelsom van het primair energiegebruik voor verwarming, koeling, warmtapwaterbereiding en ventilatoren. Voor utiliteitsgebouwen telt ook het primair energiegebruik voor verlichting en voor bevochtiging (indien aanwezig) mee. Voor zowel woningen en utiliteitsgebouwen geldt dat, als er PV-panelen of andere hernieuwbare energie bronnen aanwezig zijn, de opgewekte energie van het primair energiegebruik wordt afgetrokken.
  3. Aandeel hernieuwbare energie
    Het aandeel hernieuwbare energie wordt bepaald door de hoeveelheid hernieuwbare energie te delen door het totaal van hernieuwbare energie en primair fossiel energiegebruik.

Verschil energiebehoefte en primair fossiel energiegebruik

Bij primair fossiel energiegebruik worden de systeemverliezen (zoals leidingverliezen bij verwarming), hulpenergie (zoals pompen) en het rendement van de opwekkers (zoals de CV-ketel) meegenomen. Bij energiebehoefte is dat niet het geval.
In de infographic van de RVO over BENG vind je een schematisch overzicht over wat BENG precies inhoudt.

Aangepaste concept-eisen BENG

De Minister heeft de 11 juni 2019 de Tweede Kamer geïnformeerd over de conclusies uit de consultatie en over de aanpassingen aan de BENG-eisen. Hierin geeft de Minister aan dat de BENG 1-eis voor grondgebonden woningen wordt aangescherpt van 70 kWh/m2.jr naar 55 kWh/m2.jr en zal gedifferentieerd worden bepaald op basis van de geometrieverhouding. Deze eis zal gelden voor de meest voorkomende tussenwoningen. Daarnaast leidt deze differentiatie tot een aanscherping van de eis voor de meeste woongebouwen, voor een deel van de hoekwoningen en twee-onder-een-kapwoningen en voor een beperkt deel van de vrijstaande woningen.
De eerder gepubliceerde voorgenomen BENG-eisen in november 2018 leidden tot veel kritiek. Veel marktpartijen hebben via de internetconsultatie aangegeven dat de voorgenomen eisen geen vooruitgang zouden betekenen ten opzichte van de huidige EPC-eis van 0,4. Ook vanuit de Lenteakkoord partners en vanuit de Tweede Kamer is aangedrongen op gedifferentieerde aanscherping van de BENG 1-eis. In de internetconsultatie was verder aangegeven dat lichte bouwwijzen (zoals hout- en skeletbouwwoningen en staalframebouw) onnodig worden benadeeld, terwijl op bouwmaterialenniveau de daarbij gebruikte materialen juist goed her te gebruiken zijn. Hieraan is tegemoetgekomen doordat de BENG 1-eis voor lichte bouwmaterialen wordt gecorrigeerd met 5 kWh/m².jr.

De minister ziet ook het belang van extra aandacht voor wooncomfort en een gezond binnenklimaat. In zeer goed geïsoleerde woningen is een gezond binnenklimaat in grote mate afhankelijk van de voorzieningen voor luchtverversing in gebouwen. Hiertoe wordt een maximum gesteld aan luchtsnelheid van verse (koude) ventilatielucht in gebouwen, zodat er geen tochtoverlast wordt ervaren.

Om oververhitting in de zomer tegen te gaan, is er in de berekeningsmethode NTA 8800 een parameter (TOjuli) opgenomen die het risico hierop inschat. Voor woningen die niet worden uitgerust met actieve koelsystemen, is in de regelgeving een grenswaarde opgenomen aan het maximum van deze TOjuli. 

Hoe TOjuli wordt berekend, staat in de NTA 8800. In de ZEN factsheet Eisen aan temperatuuroverschrijding in nieuwe woningen wordt toegelicht wat het indicatiegetal inhoudt en hoe de berekening plaatsvindt.