BNR Bouwmeesters: Slimme steden

Door Redactie Bouwmeesters , 05 april 2018

BNR Bouwmeesters: Slimme steden

We kopen op afstand, werken onderweg en gaan alleen nog naar het centrum om vermaakt te worden. Ondertussen wordt ons gedrag gemeten en die data gaat gebruikt worden om de stad opnieuw vorm te geven. Hoe? Dat bespraken we in BNR Bouwmeesters van woensdag 4 april. 

We praatten er in de studio over met:

Marten Wassmann, architect bij Benthem Crouwel Architects

en

Danny Edwards, stedenbouwkundige en eigenaar Edwards Stadsontwerp

Toronto Waterfront

Beide gasten reageerden op de plannen van Google voor de aanleg aan de hand van veel gebruikersdata van een slimme wijk in Toronto, met zelfrijdende auto’s en gebouwen die gedurende de dag van indeling en functie kunnen veranderen (Toronto Waterfront). ‘Als integraal plan een mooi begin waaruit ook voor Nederland zeker lessen zijn te trekken’, reageerden beiden. Maar met de toevoeging dat ‘we’ in Nederland qua techniek en met het het met prefab bouwpaketten neerzetten van flexibele gebouwen dingen doen die voor de VS nog nieuw zijn.

Gezichtsherkenning

Smart cities gaan vooral over hoe mensen zich door de stad bewegen of juist niet bewegen, was ook een conclusie waar Wassmann en Edwards het eens over waren. Bentham Crouwel Architects ontwerpt veel stations en luchthavens. In zulke gebouwen is het bewegingspatroon van mensen eenduidig, aldus Wassmann. “Ze moeten ergens naar toe en als architect probeer je er met een overzichtelijk ontwerp voor te zorgen dat dit zo efficiënt en prettig mogelijk gaat.” Een luchthaven als Schiphol gebruikt daar ook data van passagiersstromen voor, met straks ook gebruikmaking van gezichtsherkenning, legde hij uit. In Amsterdam zijn de toegangspoortjes van de nieuwe Noord-Zuid metrolijn ook uitgerust met sensoren voor 3D gezichtsherkenning. De poortjes zijn bovendien realtime programmeerbaar zodat de tijd waarin een poortje open en dichtgaat kan worden geregeld en ze al naar gelang de drukte kunnen switchen van toegangs- tot uitgangspoortje.

Fietsdata

Edwards aangaf aan dat data op het niveau van de stad minder eenduidig bruikbaar is: “Over wat een prettige stad is denkt iedereen anders. Maar we bewegen wel allemaal door de stad en dat levert bijvoorbeeld fietsdata op. Gemeenten kunnen aan de hand daarvan zien welke routes er veel en weinig worden gebruikt, op basis waarvan politici dan weer keuzes kunnen maken.”

Minder grote gebouwen

“Het is belangrijk is dat ruimte samenwerkt met data die verzamelt wordt en dat dit bij het aanpassen of ontwerp van een gebouw of stadsdeel ten goede komt aan de mensen die deze data leveren”, vatten de studiogasten het smart city-principe samen. “Uiteindelijk gaat het om een integraal systeem van wonen, werken en recreëren waarbij er bovendien sprake is van overlap, waardoor je meerdere thema’s tegelijk moet bekijken”, verduidelijkte Wassmann.

Geen machine

Beiden wezen ook op de door de Universiteit van Londen ontwikkelde Space Synthax-onderzoekmethode. Edwards: “Een stad is geen machine die je alleen maar heel efficiënt moet maken. De stad heeft heel veel verschijningsvormen. Mensen willen allemaal wat anders. Space Synthax verknoopt al die gebruiksdata met elkaar zodat je verbanden kunt leggen. Bijvoorbeeld bij de vraag: als ik hier een nieuwe fietsbrug maak, betekent dat dan dat mensen meer door deze winkelstraat gaan fietsen of misschien juist minder. In zo’n model kun je dus ook dingen voor nieuwe wijken uittesten.”

Decentrale overstap-hubs

Wassmann en Edwards bespraken ook de het plan voor de bouw van decentrale overstap-’hubs’ aan de rand van historische binnensteden zoals op het Surinameplein in Amsterdam. Wassmann: “De verplaatsing door de stad gebeurt steeds meer langs bepaalde routes. Iedereen perst zich daar doorheen, stapt in Amsterdam over op CS. Met van die decentrale overstappunten kun je daar wat aan doen. Wij denken dat er in Amsterdam meerdere van die plekken zijn, rotondes zijn er een uitgelezen plek voor. Daar kun je zo’n nieuw stukje stedelijk leven letterlijk implanteren, met ook andere functies zodat mensen daar ook willen zijn.”

Minder auto’s

Zowel Wassmann als Edwards denken trouwens dat steden er over twintig jaar als gevolg van smart city-ontwikkelingen niet al heel anders uitzien. Edwards: “Je zult dan wat minder auto’s zien en steden zullen wat meer efficiëntie en comfort, maar dat is dan ook het enige.”

Luister hier naar de uitzending
 


INFORMATISERING VAN DE BOUWKETEN

Over de auteur

Redactie Bouwmeesters