Gevaarlijke stoffen in de bouw, lastige materie, maar zijn we op de goede weg?

Door Redactie, 30 november 2018

Gevaarlijke stoffen in de bouw, lastige materie, maar zijn we op de goede weg?

De komende jaren staat Europa in het teken van gevaarlijke stoffen. Het onderwerp is een hot topic in veel landen en ook in Nederland besteden zowel de overheid als verschillende organisaties aandacht aan het thema, ook in de bouwsector. Zo worden er talloze initiatieven georganiseerd om de bewustwording over het thema gevaarlijke stoffen in verschillende sectoren en bedrijven te vergroten. Blootstelling aan gevaarlijke stoffen vindt namelijk nog dagelijks plaats zonder dat er écht werkende maatregelen zijn getroffen of dat er overwogen wordt om alternatieven toe te passen, zoals andere werkmethoden of stoffen die minder gevaarlijk zijn.

Inmiddels zijn de gevolgen voor de gezondheid van een gevaarlijke stof zoals bijvoorbeeld asbest of Chroom 6 meer dan bekend. De ambitie van de staatssecretaris van Sociale Zaken om voor 2024 de aan weer en wind blootgestelde asbestdaken te saneren is groot en wellicht, gezien de huidige werkmethoden niet realistisch. Ook het vervuilde straalgrit ligt nog vers in het collectieve geheugen. Het grit raakte verontreinigd met asbest in het land van herkomst en leidde tot blootstelling van werknemers en stillegging van werkzaamheden. Chroom 6, dat in verfsoorten is verwerkt, is de meest recente focus. Niet alleen bij defensie werd dit gebruikt om de verf slijtvaster te maken, ook in het spoor is de verf gebruikt bij de conservering van stalen masten, portalen en andere staalconstructies. Een toekomstige uitdaging is de sanering van de in de woningbouw toegepaste isolatiematerialen: de man made mineral fibres. Onbekend is of deze isolatiematerialen in de nabije toekomst tot ziektes leiden, alhoewel de vermoedens er zijn.

Het is schrijnend om te zien dat, bijvoorbeeld in het geval van de asbestblootstelling, al sinds de jaren 50 bekend was wat de schadelijke gevolgen van de blootstelling waren, maar dat het politiek geen draagvlak en prioriteit had om tot een verbod te komen. Het duurde tot 1993 voordat het bewerken en verwerken van asbest verboden werd. Het aantal asbestdoden dat jaarlijks nog vallen zijn mede een gevolg van deze trage reactie.

Inmiddels moeten de bouwbedrijven zelf sinds 1995 hun risico’s inventariseren en -evalueren en daar hoort ook het in kaart brengen van het gebruik van gevaarlijke stoffen en de mogelijke blootstelling van werknemers bij. Daarnaast geldt sinds 2000 een verbod voor oplosmiddelen voor lijmen, lakken, verven en kitten bij professioneel binnen gebruik en ook de kwartstof- en bouwstof problematiek is bekend bij de meeste bouwbedrijven. Blijven over de isolatiematerialen, smeermiddelen, kitten en pur-schuimen die nog veelvuldig worden toegepast en waar nog te weinig wordt nagedacht over de mogelijke gezondheidseffecten.

Bij omgang met deze stoffen en materialen moeten, volgens de arbeidshygiënische strategie, de blootstelling en gevolgen bij de bron worden beheerst. De eerste stap is het bronbeleid: is het middel echt nodig? Kunnen we de bron wegnemen door een vervangend product waar er geen of minder risico’s aan verbonden zijn? De volgende stap is het terugbrengen van de hoeveelheid, het voorkomen van blootstelling door organisatorische (minder mensen blootstellen of mensen korter blootstellen) of fysieke maatregelen toepassen (afscherming of afzuiging). Tenslotte het laatste redmiddel is het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen voor huid en ademzone. Dit kan door het toepassen van passende kleding en handschoenen en het gebruik van adembeschermingsmiddelen, maskers, verse lucht kappen of onafhankelijke adembescherming met ademlucht toestellen. Vanzelfsprekend moet een werknemer dan wel aan de voorwaarden voldoen om deze te kunnen gebruiken.

Meten of onderzoeken is weten; het begint met een beleidsvoornemen binnen bedrijven om gevaarlijke stoffen te weren of beheersen. Daarnaast een goede inventarisatie en -evaluatie van de risico’s en tenslotte de wil om alternatieve, veiligere materialen en middelen te gebruiken. Dit betekent dat bedrijven steeds vaker specialistische hulp van bijvoorbeeld arbeidshygiënisten inschakelen om de eerste stappen te kunnen zetten in de verdere beheersing van dit probleem. Het is belangrijk; het gaat immers om de gezondheid van werknemers, onderaannemers en anderen die anders de nare gevolgen ondervinden, nu of in de toekomst. Laten we samen de schouders er onder zetten en een begin maken met de beheersing!

Wil jij graag de risico’s van werken met gevaarlijke stoffen binnen jouw organisatie drastisch reduceren? Volg dan de training ‘Werken met gevaarlijke stoffen’ van de Bouwend Nederland Academy. Van de wettelijke regelgeving over gevaarlijke stoffen tot methoden en middelen om veilig met deze gevaarlijke stoffen om te gaan op de bouwplaats, het komt allemaal ruimschoots aan bod. Je krijgt praktische informatie waarmee je de volgende dag al aan de slag kan.


VEILIG WERKEN

Contactpersoon bij dit bericht

Elize Benard

Adviseur Dienstverlening Binnendienst