Ledenvoordeel: ongevallenregeling CAO BTER of een werknemersschadeverzekering?

Door Redactie, 14 december 2018

Ledenvoordeel: ongevallenregeling CAO BTER of een werknemersschadeverzekering?

Veiligheid op de bouw is een belangrijk onderwerp. Wanneer een ongeval plaatsvindt wordt u er als werkgever al gauw op aangekeken. Vaak terecht, want de wetgeving stelt strenge eisen. En natuurlijk moet aandacht voor het voorkomen van ongevallen voorop staan. Maar ook in gevallen dat u formeel niet aansprakelijk of zorgplichtig bent, kan uw imago onder druk komen te staan.

In de cao BTER Bouw & Infra is een collectieve ongevallenregeling opgenomen die na ongeval een uitkering geeft in geval van overlijden of blijvende invaliditeit. U draagt hiervoor maandelijks of per loonperiode een premie af via het O&O-fonds. Maar als onderdeel van de Bouwend Nederland AVB kunt u ook een Werknemers Schade Verzekering (WSV) afsluiten. Wat is nu precies het verschil en heeft u beide verzekeringen nodig? De ongevallendekking in de cao BTER is bedoeld voor opvang van de eerste kosten bij een ongeval zoals aanpassingen in de woning. Het kan echter niet het inkomensverlies en verlies van verdiencapaciteit compenseren. Die kosten lopen al snel op.

Enkele verschillen tussen deze verzekeringen op een rij:

Dekking

De collectieve ongevallenregeling uit de cao BTER biedt dekking voor ongevallen die blijvende invaliditeit of overlijden van een werknemer tot gevolg hebben. Dit geldt alleen voor ongevallen tijdens werktijd. Met een aanplakpolis kunt u de dekking eenvoudig uitbreiden tot een 24-uursdekking, dus ook voor ongevallen tijdens privé-tijd. De WSV biedt dekking bij arbeid gerelateerde ongevallen van werknemers. Hieronder vallen ook woon-werkverkeer en bedrijfsuitjes. Maar dus geen ongevallen in de vrije tijd.

Uitkering

Bij de ongevallenregeling bestaat de uitkering uit (een percentage van) een vooraf vastgesteld bedrag. Bij overlijden 25.000 euro en bij gedeeltelijke, blijvende invaliditeit is de uitkering beperkt tot een percentage van 50.000 euro. Bijvoorbeeld bij het verliezen van een ring-/of middelvinger wordt er 12 procent van die 50.000 euro uitgekeerd. Als de vinger alleen niet meer gebogen kan worden maar nog wel kracht mee gezet kan worden dan is de uitkering weer beperkt tot een percentage van 12 procent van het verzekerd bedrag. De uitkering van de WSV is niet van te voren vastgesteld. De WSV keert de daadwerkelijke schade uit die door de gedupeerde geleden is, onder aftrek van uitkering onder sociale voorzieningen.

Aansprakelijkheid / zorgplicht

Om voor een schade-uitkering in aanmerking te komen hoeft bij beide verzekeringen niet aangetoond te worden dat de werkgever aansprakelijk of zorgplichtig is voor het ongeval. Daarmee besparen deze verzekeringen u veel discussie en juridisch getouwtrek. U ziet uiteraard ook liever dat uw werknemers (of hun nabestaanden) niet met de pijnlijke financiële gevolgen van een ongeval blijven zitten. En ook al heeft uw verzekeraar juridisch nog zo’n gelijk dat u niet aansprakelijk of zorgplichtig bent, zulke nuances worden in de pers, uw lokale netwerk en onder uw personeel zelden gemaakt. Een ongevallenpolis is dan een nuttige 'pleister', maar geen 'imago-redder'. 

Meer informatie?

Neem dan contact op via voordeel@bouwendnederland.nl of bel naar 079 3 252 166.



Contactpersoon bij dit bericht

Elize Benard

Adviseur Dienstverlening Binnendienst