Column / De robot als gereedschap van de vakman: beyond BIM

Door Rolf Koops , 04 december 2018

Column / De robot als gereedschap van de vakman: beyond BIM

De digitale revolutie geeft ons de mogelijkheid dingen fundamenteel anders te doen. Vergeleken met eerdere ontwikkelingen is dit een echte innovatiesprong. Deze sprong maakt nieuwe manieren van denken en samenwerken mogelijk, juist in de bouw. Laten we die kansen grijpen om zo de technologie dienstbaar te maken aan de planeet in het algemeen en de bewoonde wereld in het bijzonder. 

Met virtuele technieken kunnen we een ontwerp in zijn geheel ervaren voordat er ook maar iets gerealiseerd is. Daardoor kunnen we in een vroeg stadium in gedetailleerd overleg met iedereen die bij het uiteindelijke gebouw betrokken zal raken. Vragen van gebruikers over of de looproutes logisch zijn, het gebouw handig schoon te houden is en of de kast van oma erin past zullen sneller dan ooit beantwoord kunnen worden. Voorheen kenden gebouwen vrijwel altijd ongebruikelijk onderhoud, dat wil zeggen noodzakelijke aanpassingen aan de functionaliteit van het net opgeleverde gebouw. Die tijd is voorbij.

Nieuwe technieken zorgen er ook voor dat de verschillende takken van sport tegelijkertijd kunnen werken aan het eindresultaat. Landschap, exterieur, interieur, techniek en constructies zijn in staat met elkaar en met de uitvoerders te communiceren over hoe het gebouw gerealiseerd dient te worden. Maar het gaat nog verder dan dat; virtuele ondersteuners gaan een steeds grotere rol spelen. Er zijn programma's ontwikkeld waarmee ontwerpers kunnen zien hoe een gebouw optimaal op de kavel kan worden neergezet of hoeveel krachten er op de gevel zijn. Een ander voorbeeld is parametrisch ontwerpen: een methode waarbij software gebruikt wordt om de relaties tussen verschillende onderdelen te beheren. Dit maakt het mogelijk om zowel complexe ontwerpen te realiseren als tot in een laat stadium flexibel te blijven.

Tot nu toe werden gebouwen ontwikkeld volgens de cirkel ‘ontwerpen, bouwen, gebruiken’. Wanneer het gebouw toe was aan vernieuwing werd er opnieuw ontworpen, verbouwd en in gebruik genomen.

Het proces van industrieel ontwerp verloopt anders: er wordt antropologisch onderzoek gedaan of er vraag is naar een bepaald artikel. Dat artikel wordt dan ontworpen, getest en aan de markt getoond.

Deze twee cirkels kunnen we door de huidige mogelijkheden samenvoegen. Onderdelen van het gebouw kunnen we prototypen, uitvoerig testen en eventueel in serie produceren. Denk hierbij aan badkamers, toiletten, operatiekamers etc. We kunnen die onderdelen vervolgens in ons digitaal ontwerp inpassen zodat alles precies aansluit. Als de gebruikspraktijk ons verbeteringen leert kunnen we die gelijk doorvoeren. Datzelfde geldt voor nieuwe productontwerpen.

We kunnen ook onderdelen van gebouwen in fabriekshallen gaan produceren. Dat betekent betere werkomstandigheden, meer controle en een strakker geregeld productieproces. We hoeven niet langer op elkaar of op onderdelen te wachten in de kou of slecht weer. De vakman blijft, maar zijn werkplek gaat veranderen.

Door gebruik te maken van robots en 3D printers kunnen we vormen produceren die met de hand onmogelijk of te duur waren. Een verbeterd productieproces betekent ook dat we kunnen gaan optimaliseren voor snijverlies. Dat is goed nieuws, aangezien snijverlies het duurste materiaal is. Het wordt geproduceerd, vervoerd, gesneden en vervolgens afgevoerd. Bovendien kunnen we onderdelen zo maken dat we ze kunnen hergebruiken en aan het eind van hun gebruiksduur kunnen demonteren. Ook hier geldt dat de vakman blijft, maar zijn werk gaat veranderen.

Kortom: door de digitale revolutie ontstaan er eindeloos veel nieuwe mogelijkheden om de bouw en de gebouwde omgeving fundamenteel te verbeteren. We hebben te maken met een hogere arbeidsproductiviteit, betere werkprocessen en een schonere en effectievere productiewijze. Ontwerp wordt flexibeler, creatiever en meer klantgericht. Technisch is het allemaal al mogelijk; de

grote maatschappelijke inverdieneffecten kunnen nu worden verzilverd. Dat wil alleen niet zeggen dat professionele opdrachtgevers al deze voordelen bij hun eerstvolgende project al zullen meemaken. Zo snel gaat het niet als je te maken hebt met fundamentele veranderingen binnen de hele sector.

BuildinG, Bouwend Nederland, de Hanzehogeschool, het EPI-kenniscentrum en de Economic Board Groningen investeren samen met het bedrijfsleven in ‘BuildinG Digital: skills for better building’. We ontwikkelen een minor voor studenten en bijscholing voor professionals. ‘Beyond BIM’ zou je het kunnen noemen. Onze ambitie is deze ontwikkeling te versnellen met een iconisch industrieel gefabriceerd maaklab/3D paviljoen in onze proeftuin op de campus in Groningen. Doet u mee?


ONDERNEMERSCHAP EN INNOVATIE

Over de auteur

Rolf Koops

Directeur-bestuurder Stichting BuildinG