Column/Meer stabiliteit en baanzekerheid in de bouw

Door Martin Koning , 09 januari 2019

Column/Meer stabiliteit en baanzekerheid in de bouw

Tijdens de crisis zijn er 80.000 banen in de bouw verloren gegaan en slechts enkele jaren later is alweer sprake van een zeer gespannen bouwarbeidsmarkt. De vraag is of de stabiliteit van de bouw kan worden vergroot zodat bij een nieuwe zware crisis meer arbeidsaanbod kan worden vastgehouden. 

De bouw reageert sterker op de conjunctuur dan andere bedrijfstakken. Vooral de investeringen in woningen, gebouwen en infra zijn tijdens de crisis sterk gekrompen en lieten vervolgens een sterk herstel zien. De afgelopen crisis was uitzonderlijk: de krimp van de productie was sterker en duurde langer dan bij eerdere crises.

Er zijn zowel aan de vraagkant als aan de aanbodkant kansrijke mogelijkheden om de stabiliteit van de bouw in de toekomst te vergroten

Aan de vraagkant zijn hiervoor twee kanalen. Het eerste kanaal is het voorkomen van grote procyclische effecten van beleid die de productieschommelingen vergroten. Tijdens de afgelopen crisis heeft het overheidsbeleid een duidelijk negatief effect gehad op de vraag op de woningmarkt. Indicatieve berekeningen suggereren dat mogelijk de helft van de daling van de woningbouwinvesteringen hieraan kan worden toegeschreven. Achteraf kan hieruit wel de les worden getrokken dat hervormingen beter niet hadden kunnen plaatsvinden op een fragiele woningmarkt. Opdrachtgevers kunnen de stabiliteit bevorderen door hun bouwopgaven programmatisch en over meerdere jaren gespreid aan te besteden. Ontwikkelingen rond verduurzaming en circulariteit lijken een impuls te geven aan programmatisch aanbesteden. Naast de bouwsector profiteren de opdrachtgevers hier ook zelf van, doordat grote kostenstijgingen bij schaarste worden vermeden. Bovendien vergroot het de mogelijkheden voor technologische innovatie, wat voor de duurzaamheidsopgaven van deze opdrachtgevers in de toekomst belangrijke kostenvoordelen kan opleveren.

Ook aan de aanbodkant zijn er mogelijkheden om de stabiliteit te vergroten en beter om te gaan met discontinuïteit. Diversificatie van werkzaamheden kan productieschommelingen dempen, maar de effecten hiervan zijn niet groot. Bijna alle onderdelen van de bouw krompen tijdens de afgelopen crisis en dit gold ook voor de activiteiten van samenhangende beroepen. De sterke flexibilisering van arbeid tijdens de afgelopen crisis biedt wel perspectieven voor het behoud van arbeidsaanbod in toekomstige crises. Zzp'ers hebben meer flexibiliteit om sterke productieschommelingen op te vangen dan werknemers. Zij kunnen hun uren verminderen en andere werkzaamheden uitvoeren. Dit leidt weliswaar tot sterke inkomensschokken bij zzp'ers, maar er blijft hierdoor wel meer arbeidsaanbod voor de sector tijdens ongunstige tijden behouden. Zzp'ers zullen in gunstige tijden geld moeten reserveren om tijdens slechte tijden hun inkomensterugval te kunnen bekostigen. De sector kan door tijdens een crisis tijdelijk voor meer bol-opleidingsplaatsen te zorgen, de instroom van jongeren bij herstel van de productie bevorderen en hiermee de oplopende spanning op de arbeidsmarkt beperken.

De afgelopen crisis was uitzonderlijk. Bij normale conjunctuurgolven zullen de discontinuïteiten duidelijk kleiner zijn dan in de afgelopen crisis het geval was. Tegen deze achtergrond en met toepassing van de bovengenoemde instrumenten kunnen de mensen die de bouw instromen een behoorlijke baanzekerheid worden geboden tijdens verschillende conjunctuurfasen.

Dit artikel is gebaseerd op de EIB-studie ‘Trends op de bouwarbeidsmarkt 2018-2023’, waar in een apart hoofdstuk op dit thema uitvoerig wordt ingegaan. De studie is te vinden op www.eib.nl. 


WERKGELEGENHEID

Over de auteur

Martin Koning

Senior projectleider/onderzoeker bij het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB)