Zonder juiste muziek geen circulaire dans

Door Redactie Bouwmeesters , 07 maart 2019

Zonder juiste muziek geen circulaire dans

Vind het wiel niet opnieuw uit, maar leer van je lessen en maak zo van circulair bouwen een succes. Dat kan als bouwers, leveranciers en opdrachtgevers in de keten samenwerken. Volgens Anke van Hal, hoogleraar duurzaam bouwen van Nyenrode Business Universiteit en Erick Wuestman, Kwartiermaker in circulaire economie bij KplusV en Cirkelstad, lijkt Nederland te vergeten dat we al goed bezig waren met cradle-to-cradle en toekomstbestendig bouwen.

Circulair bouwen is de nieuwe naam voor toekomstbestendig bouwen. Gedachte is dat de bouwmaterialen van de nieuwbouw van vandaag, ook na pakweg dertig jaar kunnen worden herbestemd. Tien jaar terug timmerden we ook al duurzaam aan de weg met cradle-to-cradle. Hiermee schreef Nederland volgens Van Hal al geschiedenis: “Dat begrip sloeg in Nederland gigantisch aan. Opdrachtgevers gingen uit zichzelf experimenteren met nieuwe mogelijkheden. Je kan gerust stellen dat Nederland enthousiast voorop liep.” Het ging volgens Van Hal mis op het moment dat de initiatiefnemers van cradle-to-cradle het vrije initiatief loslieten en regels oplegden: “Er moest op een gegeven moment aan redelijk strenge eisen worden voldaan en daarmee verdween het enthousiasme weg.”

Aandacht

De aandacht voor circulair bouwen leefde na de bouwcrisis volgens Van Hal in Nederland weer op dankzij de Amerikaanse Ellen MacArthur Foundation. In een tijd dat grondstoffen schaars werden, inspireerde het voorbeeld van circulair denken ook in Nederland de bouw: “In het begin leek het er even op dat het wiel weer opnieuw werd uitgevonden, maar dat hoeft niet. We hebben in Nederland veel kennis van zaken en het is de kunst om op die kennis weer te verspreiden.” Het circulaire denken van nu is volgens Van Hal vergelijkbaar met het gedachtegoed van destijds: “De aandacht neemt toe. De bouw neemt circulair bouwen serieus en dat komt ook omdat milieuproblematiek zoals de plastic soep veel in het nieuws komt. Iedereen heeft daardoor het besef dat er iets moet gebeuren.”

Oog voor circulair

Dat bouwers oog hebben voor circulair bouwen, merkt Wuestman ook: “Ja, als adviseur rondom circulair bouwen en circulair inkopen ontmoet ik veel professionals die hiermee bezig zijn. De wil is er absoluut om er iets van te maken.” Hierbij is het volgens Wuestman belangrijk dat bouwondernemingen inzien dat circulair bouwen verder gaat dan hergebruik, het vraagt ook een andere manier van denken: “Bij circulair bouwen gaat het er om dat bij het selecteren en de manier van toepassen van materialen een zorgvuldige keuze wordt gemaakt. Daar is niemand op tegen.” Wat bouwers en opdrachtgevers volgens hem parten speelt, is de angst dat duurzaam ook duurder is en dat duurzame bouwers zichzelf daarmee uit de markt zouden prijzen: “We hebben aangeleerd dat we elkaar steeds op kostprijs moeten afrekenen en dat je maar gaat shoppen waar het goedkoper is. Dat is desastreus voor het type samenwerkingsverbanden dat je eigenlijk met elkaar moet construeren en de totale kosten van een oplossing voor de lange termijn .”

Innovatiemanagers

Wuestman pleit er voor om minder te kijken naar kostprijs: “Reken inkopers niet meer af op de hoeveelheid korting die zij weten te realiseren. De goede inkopers van nu zijn eigenlijk innovatiemanagers en kijken bovendien naar het totale kostenplaatje op de lange termijn.” Volgens Wuestman moet het de taak van inkopers worden om niet te kijken naar kosten van een product of dienst, maar naar de vraag hoe de samenwerking met een ander bedrijf leidt tot een betere kwaliteit: “Inkopers zouden moeten sturen op met wie ze het beste een langjarige samenwerking aan kunnen gaan die de eigen positie versterkt. Het is radicaal de omgekeerde aanpak dan dat je zegt van: ‘Ik heb iemand gevonden die het goedkoper doet’. Klinkt simpel, maar dat is een flinke ommezwaai. Want dan moet je zo’n inkoper en aanbieder dus ook op andere aspecten afrekenen, dus je hele inkoop en beoordelingsmethodiek ligt dan in een keer op z’n kop en dient innovatiegericht te worden. Al die dingen hebben rechtstreeks invloed op elkaar.”

Betaalbaarheid

Los van de duurzame ambities, blijft het volgens Van Hal een gegeven dat opdrachtgevers de verhouding kwaliteit en betaalbaarheid van een project belangrijk blijven vinden. Zij benadrukt daarom dat duurzaamheid op zichzelf geen verkoopargument kan zijn: “Het is de kunst om iets te maken wat ook aantrekkelijk is. Dat we de wensen van de gebruikers van het gebouw vervullen op een duurzame wijze. Circulariteit lanceren, puur vanwege duurzaamheid, zeker als ze dan duurder zijn, en dezelfde kwaliteit hebben, dat is gewoon een hele lastige.”
Het bereiken van een goede balans tussen prestatie, prijs en duurzaamheid moeten bouwers en opdrachtgevers volgens Wuestman samen bereiken: “Daar heb je samenwerkingsverbanden voor nodig. Vaak heet dat werken in ketens, maar ik noem het liever een ecosysteem. Hierbij heb ik ontdekt dat het bedrijfsleven pas circulair gaat dansen als de opdrachtgever de juiste muziek op zet.”

Peloton op gang

Zowel Van Hal als Wuestman wijzen op het belang van koplopers die niet alleen inspireren, maar ook andere ondernemers het gevoel geven dat ze de boot beginnen te missen, waardoor de transitie ook binnen het peloton op gang komt. “De vraag moet bij iedereen op tafel hoe je tot een circulair product en bijpassend businessmodel komt. Dit legt de lat hoger en brengt de zakelijke kant nadrukkelijker in zicht”, stelt Wuestman. “Laat de meerwaarde van duurzaam maar zien. Vroeger vond men duurzame projecten maar zielig, het was iets dat moest, maar niet leuk was”, stelt Van Hal. Zij noemt als voorbeeld de opkomst van kringloopwinkels: “Daar hing vroeger het imago aan dat de kringloop enkel bedoeld was voor als je geen geld had. Nu vindt iedereen het leuk om daar te winkelen. Dat gevoel moeten opdrachtgevers ook hebben bij een circulair project. Duurzaamheid moet toegevoegde waarde zijn en niets iets dat ook nog moet.”

Dertig jaar service

Wuestman wil dat bouwbedrijven gaan denken conform het idee van circulaire economie service compagnie (CESCo): “We moeten af van het idee dat bouwers enkel een product leveren. Maak van hen een serviceverlener voor de lange termijn. Laat een fabrikant van bijvoorbeeld kozijnen en gevelelementen zeggen: ‘Wij bieden dertig jaar lang een eersteklas gevel en garanderen dat de boefjes en de wind buiten blijven, maar we blijven eigenaar van de bouwmaterialen’. Dan lever je een dienst en houd je grip op je materialen die je na dertig jaar terugneemt en hergebruikt.”

Van Hal vind de suggestie van Wuestman een goede, maar wijst er nogmaals op dat Nederland niet mag vergeten dat er al veel ervaring is opgedaan. “Kijk bijvoorbeeld naar projecten van Thomas Rau waarbij grondstoffen eigendom blijven van de producent. Daarmee loopt Nederland echt voorop.” 


DUURZAAMHEID DUURZAME BOUWPROCESSEN

Over de auteur

Redactie Bouwmeesters