Zeeuws Economisch Verkiezingsdebat: "Het duurt te lang voordat eerste paal in de grond zit"

Door Redactie, 14 maart 2019

Zeeuws Economisch Verkiezingsdebat: "Het duurt te lang voordat eerste paal in de grond zit"

Zeeuwse bouw- en infrabedrijven willen dat de provincie bij aanbestedingen meer rekening houdt met aannemers uit de regio. Daarnaast helpen een grotere plancapaciteit en versnelde procedures om aan de woningvraag te voldoen. Alle lijsttrekkers van provincie Zeeland reageerden tijdens het Zeeuws Economisch Verkiezingsdebat op de stelling 'Minder regels en meer ruimte zijn noodzakelijk om te voldoen aan de Zeeuwse woningvraag'.

Het Zeeuws Economisch Verkiezingsdebat moet ondernemers en kiezers zo goed mogelijk te informeren over de standpunten van de verschillende partijen deze provinciale verkiezingen. Bouwend Nederland organiseert dit debat samen met VNO-NCW Brabant/Zeeland, PORTIZ, de Mobiliteitsalliantie en ZLTO in DOW Communicatiecentrum de Boerderij in Terneuzen. Het onderwerp bouw en infra wordt in een video geïntroduceerd door Joost Schuijs, voorzitter van het Infra Platform Zeeland van Bouwend Zeeland en Ron Flipse, algemeen directeur van Bouwgroep Peters. Schuijs stelt dat er de afgelopen jaren in Zeeland behoorlijk wat grote infrastructurele projecten zijn uitgevoerd, zoals de Tractaatweg en de verbinding van de A58 met de Westerscheldetunnel, maar dat regionale aannemers bij het aanbesteden van die projecten teveel over het hoofd zijn gezien. Hij zou graag grotere betrokkenheid van de provincie zien bij de regionale aannemers.

Meer kansen voor Zeeuwse bedrijven

Jo-Annes de Bat (CDA), Gerwi Temmink (GroenLinks), Anita Pijpelink (PvdA) en Harry van der Maas (SGP) mogen kort op deze vraag reageren en zijn het eens dat Zeeuwse partijen zoveel mogelijk in de gelegenheid moeten worden gesteld om hun bijdrage aan grote projecten te leveren. Het is immers goed voor de werkgelegenheid. Toch zijn er een paar kanttekeningen. "Er zijn duidelijke richtlijnen voor aanbesteden en boven een bepaald bedrag moet dat nu eenmaal Europees. Daar kunnen we niks aan veranderen", geeft Temmink aan. De Bat vult aan dat je de grens moet opzoeken van wat kan en mag. Als andere provincies ook allemaal voorrang geven aan hun regionale aannemers, krijgen de Zeeuwse bedrijven buiten de provinciegrenzen juist weer minder kansen. "Daar zijn regels voor, maar we moeten ook onze creativiteit aanwenden. Het CDA vindt dat in het provinciale beleid de stelregel moet komen, dat er altijd een aantal Zeeuwse partijen mee mag doen."

Sneller van besluit naar praktijk

Vervolgens schakelt dagvoorzitter Donatello Piras over op de debatstelling: 'Minder regels en meer ruimte zijn noodzakelijk om te voldoen aan de Zeeuwse woningvraag.' Een korte peiling in de zaal wijst uit dat bijna driekwart van de aanwezigen het hiermee eens is, onder wie Harry van der Maas van de SGP: "Het duurt te lang voordat de eerste paal de grond ingaat. De oplossing ligt bij kortere procedures. Bij de crisis- en herstelwet lukt het immers wel om binnen zes maanden van plan naar vergunning te gaan. Tweede oplossing is een actuele bevolkingsprognose om te zien waar de bouwbehoefte precies zit." Anita Pijpelink van de PvdA stemt tegen de stelling: "Wij zijn ook voor het sneller in de praktijk brengen van besluiten, maar ik zie in de opgave die er ligt wel een regisseursrol voor de provincie. Ik ben bang dat er anders te weinig levensloopbestendige woningen worden gebouwd en te weinig woningen voor eenpersoonsgezinnen. We moeten scheefbouw tegengaan." Scheefbouw is onzin, volgens Jo-Annes de Bat van het CDA, want geen bouwbedrijf zou aan een project beginnen waar geen vraag naar is. "Maar als plancapaciteit iedere keer weer als belemmering wordt gezien en als reden om niet te kunnen bouwen, dan moeten dat misschien anders gaan organiseren."

Actuele prognoses

Temmink van GroenLinks benadrukt dat er in de verschillende Zeeuwse regio's andere behoeftes liggen en dat de provincie een rol houdt om te zorgen dat er echt gebouwd wordt naar die behoefte. Dus ook genoeg starterswoningen, sociale huurwoningen en aanleunwoningen. Hij wil dit niet compleet aan projectontwikkelaars en gemeenten overlaten. "Er is soms een scheidsrechter nodig die uiteindelijk bepaalt wat wel en niet kan." Het CDA brengt tot slot in: "Nu is de manier van werken teveel gericht op de lange termijn. We moeten naar een flexibeler model toe om te anticiperen op de vraag van nu. Door ieder half jaar met een actuele prognose te komen, de gegevens naar de vraag zijn beschikbaar bij bouwbedrijven en makelaars, kunnen we veel sneller werken en bouwen."



Contactpersoon bij dit bericht

Joost de Goffau

Verenigingsmanager afdeling Zeeland en Brabant Mid-West