Wat als gebouw meedenkt en terugpraat?

Door Redactie, 18 april 2019

Wat als gebouw meedenkt en terugpraat?

Bouwers blijven ook na oplevering betrokken bij slimme gebouwen. Samenwerking met andere partijen, zoals een schoonmaakbedrijf en IT-specialist, is hierbij onmisbaar. Een voorbeeld hiervan is BeSense. Deze dienst van Heijmans is een slimme totaaloplossing van software, hardware en dienstverlening waarmee je grip krijgt op gebouwbeheer.

Slimme gebouwen vragen van bouwers verder te kijken dan een bouwtekening. Hoe pas je slimme technieken zoals sensoren toe, zodat facilitair managers weten of schoonmakers aan de slag moeten en of het binnenklimaat in de kantoortuin voldoet? Projectleider Thomas Thunnissen van BeSense stelt dat de bouwer in toenemende mate een dienstverlener is geworden: “Het gaat steeds meer over het gebruik van het pand en niet meer over het pand an sich.” Deze noodzaak ontstaat niet alleen vanuit opdrachtgevers die zo efficiënt en comfortabel mogelijk een gebouw willen benutten, maar ook het gegeven dat er energiezuinig moet worden gewerkt. Hoe verbruikt een pand zo min mogelijk energie? Volgens de projectleider van BeSense moeten bouwers betrokken blijven bij de vraag of het pand aansluit bij de behoeften van de gebruikers. Daarbij kijken bouwers niet alleen naar de mensen die er nu werken, maar ook voor hen die er over een paar jaar verblijven: “Je blijft dus nadenken over de optimale benutting van je gebouw. Hoe kan ik het beter aan de toekomst aanpassen? We moeten vooruitkijken en er rekening mee houden dat een doel van een pand over tien jaar kan veranderen. Dat je ook dan weet hoe je dit gebouw het beste kan inrichten.”

Schoonmaak stuurt aan

Deze manier van werken biedt volgens Thunnissen kansen. Hij noemt kantoren waar BeSense wordt toegepast. In deze panden werkt Heijmans samen met meerdere disciplines. Het kantoorpand is slim ingericht en dat betekent dat de gebruiker middels sensoren precies weet waar onderhoud nodig is, bijvoorbeeld op het gebied van schoonmaak. Sensoren houden bij of er bijvoorbeeld daadwerkelijk een bepaalde ruimte is gebruikt. Stel dat er niemand in de vergaderzaal is geweest, hoeft de schoonmaker hier ook niet naar binnen. Om dit systeem goed af te stemmen, is er een nauwe samenwerking met schoonmaakbedrijf CSU, maar ook met de sensorenfabrikant. Volgens Thunnissen stuurt het schoonmaakbedrijf juist de slimme infrastructuur in het pand aan: “We verzamelen hun input en maken er stuurinformatie van. Samen met een IT-bedrijf hebben we een applicatie ontwikkeld. De schoonmakers lopen met een iPad of tablet rond en zien daarop wat ze waar moeten gaan doen, maar waarmee ze ook meldingen kunnen maken als er iets kapot is, bijvoorbeeld een deur. Die melding komt dan bij ons binnen en wij vervangen als nodig dan die deur. Maar ook als een ruimte viezer is dan normaal. Die melding gaat naar het facilitair bedrijf. Zo optimaliseren we het facilitaire proces en krijgt de schoonmaker een belangrijkere rol.”

Slimmer bouwen met BeSense

BeSense ontstond uit een zoektocht waarbij Heijmans antwoord zocht op de vraag hoe zij verschillende soorten kennisgebieden kon combineren om tot innovatieve gebouwen te komen. De samenwerking met CSU is slechts één voorbeeld van de vele dwarsverbanden die voor slim bouwen moeten worden gelegd. “BeSense is opgericht vanuit het idee dat wij als bouwer niet alles zelf kunnen en dat we met heel veel partners willen samenwerken”, stelt Thunnissen. Volgens hem is het een voorbeeld van wat er kan worden bereikt als bouwers intensief samenwerken met andere partijen: “In de ontwikkelfase van één van eerste projecten zaten we met verschillende disciplines elke twee weken bij elkaar. We hebben daar de methode van scrum toegepast”, vertelt de projectleider. Deze overlegvorm is afgeleid van het American football, waarbij de spelers van het football-team met z’n allen in een kring staan, de hoofden bij elkaar steken en overleggen. “Dat deden wij dus ook. We leverden dan elke twee weken een product of software op voor het pand. In de scrum bespraken we die inbreng. Aan de hand van dat overleg, ontwikkel je het product door.”

Two-pizza-rule

Om tot nieuwe inzichten en innovatie te komen, is het voor Thunnissen duidelijk geworden dat het belangrijk is om juist bij grote projecten klein te beginnen: “Ik hanteer de ‘two-pizza-rule’ van Jeff Bezos: Als je het ontwikkelteam niet in een overlegsessie kan voeden met twee pizza’s, is de groep te groot. Klein beginnen betekent klein qua team, met gepaste vrijheid.” Dat betekent volgens de projectleider dat er wel een gedegen plan moet liggen: “Laat een klein clubje mensen een gedegen uitgedacht plan verder uitwerken.” Ook het draaien van pilots moet volgens hem klein worden gehouden. Hier wijst Thunnissen op het belang van samenwerking: “Start samen een pilot, leer van elkaar en blijf overleggen. Als ik kijk naar de samenwerking met CSU, heb ik periodes gehad dat ik de collega’s van CSU vaker zag dan mijn eigen collega’s. En dat heeft echt het verschil gemaakt. Om slim te kunnen ontwikkelen, heb je elkaar nodig.”


DUURZAME BOUWPROCESSEN KETENSAMENWERKING ONDERNEMERSCHAP EN INNOVATIE