Bouwend Nederland wint AWVN-trofee voor vernieuwend werkgeverschap

Door Redactie, 10 mei 2019

Bouwend Nederland wint AWVN-trofee voor vernieuwend werkgeverschap

Immense bouwopgave vraagt modern werkgeverschap

    
De bouw- en infrasector staat voor een grote en complexe opgave: er moet veel en anders worden gebouwd. Met het oog op die opgave werkte Bouwend Nederland de afgelopen jaren aan innovatief werkgeverschap in de sector. Met succes: begin mei kreeg de brancheorganisatie de AWVN-trofee voor vernieuwend werkgeven van de Algemene Werkgeversvereniging Nederland.

Binnen een paar jaar heeft de bouw- en infrasector een paar forse uitdagingen op zijn bordje gekregen. Klonken er in de crisisjaren vooral termen als afbraak, krimp en massaontslag, sinds een paar jaar moet de sector keihard aan de slag om klaar te zijn voor de toekomst. ‘In de crisisjaren zijn we gekrompen van 180.000 werknemers in loondienst naar zo’n 100.000’, vertelt Erik Tierolf. Hij is manager arbeidsvoorwaarden en advies bij brancheorganisatie Bouwend Nederland. ‘De sector is de gevolgen van de crisis nog niet helemaal te boven. Nog niet alle bedrijven zijn financieel weer helemaal gezond, maar inmiddels staan we voor nieuwe enorme opgaven. Allereerst om nieuwe werknemers te vinden; de komende jaren hebben we er zeker 55.000 nodig om de ontgroening en vergrijzing op te vangen. Er moeten in korte tijd heel veel woningen worden gebouwd met het oog op de huidige krapte op de woningmarkt.’ En, zegt George Raessens, vice-voorzitter van Bouwend Nederland, er moeten ook nog eens meer wegen worden aangelegd, er moet flink duurzamer worden gebouwd én meer worden geautomatiseerd.

Kortom: de sector moet zich in razend tempo klaarmaken om veel meer en heel anders te bouwen. Dat betekent onder meer dat er een grote scholingsbehoefte is. Raessens: ‘De bouwsector heeft een eigen opleidingsstructuur met zo’n veertig bedrijfsscholen, maar we realiseren ons dat dat bij elkaar nog te weinig is om aan de vervangingsvraag te voldoen. In de crisisjaren is het draagvlak voor collectieve regelingen en voor de afdracht aan O&O-fondsen afgenomen. Onder meer met een lean and mean-organisatiestructuur proberen we nu met een minimale O&O-bijdrage onze achterban maximaal te faciliteren.’

Uit de loopgraven

Bouwend Nederland brengt al een aantal jaren bestuurders en ondernemingen in de sector bijeen om te praten over de toekomst van de bouw en infra. Mede door die regierol groeide het besef dat een slagvaardige en wendbare sector vraagt om moderne arbeidsverhoudingen. ‘In de crisisjaren was de gezamenlijkheid ver te zoeken’, zegt Tierolf. ‘Er moesten soms pijnlijke besluiten worden genomen. De afgelopen jaren zijn alle betrokkenen ervan overtuigd geraakt dat we de gezamenlijke opgave niet oplossen als ieder in de eigen loopgraaf blijft zitten. Met de cao-onderhandelingen in het vooruitzicht wisten we dat de kans groot was dat we zouden vastlopen in oude discussies als: is de zzp’er in de bouw een zelfstandig ondernemer of eigenlijk een werknemer? Daarom hebben we eerst in verkennende gesprekken met de vakbonden onderzocht welke thema’s de belangrijkste zijn in het cao-overleg. Ieder thema pelden we af: wat is de opgave, wat moet er gebeuren om daar een antwoord op te vinden, wat is ieders rol daarin en vooral: wat ligt het gemeenschappelijk belang? De vervolgvraag is uiteraard: waar liggen de verschillen en waarover moeten we onderhandelen?’

Als belangrijkste thema’s voor de bouwsector kwamen naar boven: de ouder wordende werknemer, de loonkostenontwikkeling en flexibiliteit in werk en arbeidstijden. ‘Doordat we de thema’s vooraf helder hadden, voorkwamen we verrassingen tijdens de onderhandelingen. En door eerst vast te stellen wat onze common ground was, hadden we altijd iets om op terug te vallen waarover we het wél eens waren.’

Duurzame inzetbaarheid bleek een van de belangrijkste onderwerpen. Raessens: ‘Een op de vijf werknemers in de bouw en infra is ouder dan 55 jaar en het ziekteverzuim in die groep ligt boven 10 procent. We zien allemaal dat áls de oudere werknemer ziek wordt, hij vaak ziek blijft en via een achterdeur de sector verlaat. Werknemers die de afgelopen 45 jaar in de bouw en infra hebben gewerkt, zijn begonnen met andere arbeidsomstandigheden. In 1974 waren de faciliteiten niet ingericht om tot 2019 aan het werk te blijven. We zien de pensioenleeftijd snel stijgen. Werkgevers en vakbonden zien het als gezamenlijke opgave om ervoor te zorgen dat mensen gezond de eindstreep halen.’

Op het gebied van duurzame inzetbaarheid is er de afgelopen jaren nogal wat veranderd in de bouw. In 2016 werd Volandis opgericht, het kennisinstituut in de bouw en infra op het gebied van duurzame inzetbaarheid. Volandis faciliteert onder andere de periodieke arbeidsgeneeskundige onderzoeken en het gesprek over duurzame inzetbaarheid tussen werknemer en werkgever. Dat gesprek gaat onder andere over mobiliteit en scholing. Iedere werknemer heeft sinds 2016 een persoonlijk budget voor duurzame inzetbaarheid.

Veiligheid

Ook over veiligheid op de bouwplaats werd veel gesproken tijdens de cao-onderhandelingen. ‘Veiligheid is typisch een onderwerp waarover je níet onderhandelt’, zegt Raessens. ‘Het gezamenlijk uitgangspunt is dat iedereen ’s avonds veilig thuiskomt. Naar het voorbeeld van river speak voor de binnenvaart zijn we uitgekomen op het idee van ‘bouwspraak’: een gezamenlijk taalgebruik waar bepaalde handelingen of bewegingen bij horen. Bijvoorbeeld: als iemand die op een steiger staat, een hamer laat vallen, roept hij “neer!” naar beneden en maakt degene die onder staat zich zo klein mogelijk om de kans dat hij geraakt wordt, te minimaliseren. Als je alleen “hé!” roept, heb je kans dat iemand naar boven kijkt en juist daardoor in het gezicht wordt geraakt. De komende jaren gaan werkgevers en vakbonden samen werken aan de introductie van bouwspraak. Dat is niet in de cao vastgelegd, maar wel typisch een onderwerp dat tijdens de cao-besprekingen aan de orde komt. De aanpak op zich is niet vernieuwend – want afgekeken van de binnenvaart – maar de manier waarop we er vanuit een gezamenlijk belang over hebben gesproken, is dat wél.’

De onderhandelingen over de cao voor 2018-2019 verliepen voor alle betrokkenen naar tevredenheid. Reden om nu al te beginnen met de onderhandelingen voor de komende cao, die in 2020 ingaat, en die nog grondiger voor te bereiden. ‘De afgelopen maanden hebben we met in totaal 120 werkgevers uit de bouw en infra gesproken over wat zij belangrijke thema’s vinden voor de komende jaren en hoe de cao volgens hen daarin knelt of juist kan helpen’, vertelt Raessens. Uit die gesprekken blijkt dat onder andere duurzame inzetbaarheid een hot item blijft en dat het persoonlijke budget daarvoor volgens werkgevers niet altijd het optimale middel is. ‘Met de input uit de rondetafelgesprekken gaan wij de komende onderhandelingen in met een goed onderbouwd verhaal en allerlei praktijkvoorbeelden. Het gesprek tússen werkgevers tijdens de rondetafelgesprekken is misschien nog wel het meest waardevol gebleken. Daaruit komt naar voren welke thema’s gemeenschappelijk zijn en waar de lobby van Bouwend Nederland zich op zou moeten richten.’

Stresstest

AWVN ondersteunde Bouwend Nederland bij de afgelopen cao-onderhandelingen en doet dat opnieuw in de voorbereidingen voor de komende onderhandelingen. Een bijzonder onderdeel was de ‘stresstest’ in de vorm van een simulatie waarmee diverse afdelingen van Bouwend Nederland dit voorjaar onderzochten in hoeverre ze in staat zijn om adequaat te reageren op collectieve acties. AWVN bouwde de gehele simulatie voor Bouwend Nederland waarbij AWVN-medewerkers de rol speelden van vakbondsvertegenwoordiger. ‘Dat kunnen ze door al hun ervaring aan onderhandelingstafels verrassend goed’, zegt Tierolf lachend. Hij is trots op het resultaat van de simulatie. ‘In één ochtend keken we wat collectieve acties betekenen voor onder meer de woordvoering, de helpdesk, ons kantoorpand. We zagen dat op veel punten de organisatie en de beschikbare draaiboeken goed voorzien in wat nodig is. De belangrijkste ervaring was: als de onderhandelingen niet tot resultaat leiden, zijn we goed in staat om de spanning die daardoor ontstaat, op te vangen omdat we het nu al een keer met elkaar hebben doorleefd. Dat is heel goed om te weten.’

‘Bouwend Nederland vernieuwt doordacht’

AWVN-adviseur Lars Doyer ondersteunt Bouwend Nederland in het vernieuwen van de arbeidsverhoudingen. ‘Veel brancheorganisaties zoeken naar een nieuwe rol waarmee ze beter aansluiten op een veranderende sector en arbeidsmarkt én andere behoeftes van de leden. Bouwend Nederland vervult als brancheorganisatie steeds meer een gidsende rol voor leden. Vanuit een proactieve houding worden leden bevraagd en opgezocht en waar nodig worden nieuwe samenwerkingsverbanden gesmeed, ook buiten de eigen koepel. Dat is een spannend proces, zeker in een vrij traditionele sector. Het vraagt andere dingen van Bouwend Nederland als organisatie en van haar medewerkers. Bouwend Nederland voert deze vernieuwing stap voor stap effectief en succesvol uit.’

AWVN-trofee voor vernieuwend werkgeven
AWVN reikt sinds 2005 jaarlijks een of meerdere trofees uit aan organisaties die zich onderscheiden op het gebied van werkgeverschap. De thema’s die aan de prijs worden verbonden, wisselen. Vorig jaar kende AWVN drie trofees toe, voor de wendbare organisatie (gewonnen door Het ABC, onderwijsadviseurs), voor de lerende organisatie (Corbion) en voor de inclusieve organisatie (Royal Schiphol Group). In 2017 was het thema, net als in 2019, vernieuwd werkgeven en kregen drie organisaties de AWVN-trofee: werkgeversorganisatie OSB, BNG Bank en Huntsman Holland.
Meer informatie op awvn.nl/awvn-trofee



Contactpersoon bij dit bericht

Niels Wensing

Senior Communicatieadviseur / Woordvoerder