Onderzoek: Bestuurlijke houdgreep versterkt woningnood

Door Richard Massar , 13 mei 2019

Onderzoek: Bestuurlijke houdgreep versterkt woningnood

In Nederland bouwen we structureel te weinig woningen om te voldoen aan de woonbehoefte. Ondanks goede initiatieven als de Woondeals en de juiste ambitie zoals beschreven in de Nationale Woonagenda, vallen de cijfers erg tegen. De afgelopen jaren hebben we te weinig woningen kunnen bouwen, en er zijn te weinig bouwplannen die op korte en middellange termijn uitgevoerd kunnen worden. Dit blijkt uit het vandaag gepubliceerde EIB onderzoek ‘Effectief planaanbod en nationale bouwambities’. Bouwend Nederland voorzitter Maxime Verhagen roept alle overheden dan ook op meer werk te maken van concrete bouwplannen door beter met elkaar samen te werken.

Bouwend Nederland maakt zich zorgen dat ook de komende jaren de woningproductie achterblijft bij de vraag. Het EIB concludeert dat juist in gebieden waar veel druk op de woningmarkt is, gemeenten geneigd zijn te kiezen voor complexe bouwlocaties die veel risico’s op jarenlange vertraging kennen. Bij het aanwijzen van bouwlocaties zijn haalbaarheid van plannen, en het op tijd kunnen voldoen aan de woningvraag nog te weinig een punt van aandacht van overheden.


Nieuwsitem start op 6:19 minuten

Cijfers spreken voor zich

De cijfers uit het EIB rapport planaanbod laten zien dat de productie van nieuwbouwwoningen de afgelopen drie jaar gemiddeld 20% achterbleef op de 75.000 woningen die de Nationale Woonagenda jaarlijks wil opleveren. Ook het ombouwen van kantoren naar woningen draagt te weinig bij. Recente cijfers van het CBS over de eerste twee maanden van dit jaar bevestigen dit. Er zijn 27% minder vergunningen voor nieuwbouwwoningen afgegeven, in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. “Ook voor de komende jaren lijken er onvoldoende woningen opgeleverd te worden,” zegt Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland. “In alle provincies tezamen zijn tussen 2019 en 2024 ruim 450.000 woningen nodig. Hiervan kan maar 70% (ruim 300.000 woningen) op korte termijn gerealiseerd worden. In groeigebieden, zoals Zuid-Holland en Utrecht, is dit percentage met 58% nog lager, en dan moet er nergens een kink in de kabel komen. Voor de overige 150.000 woningen geldt dat de grond nog geen woonbestemming heeft. Hiervan is onbekend wanneer en of deze omgezet worden in concrete woningen.”

Politiek voelt urgentie niet

De groep Nederlanders die geen huisvesting meer kan vinden wordt steeds breder. Van starters, tot doorstromers, maar ook alleenstaanden en ouderen. Voor hen is het in de 10 grootste steden onmogelijk een woning vinden, en zij worden hieruit steeds meer verdreven. De politiek lijkt dit probleem niet te voelen. “Met de huidige werkwijze en lange planperiode gaat deze situatie voorlopig ook niet veranderen,” stelt Verhagen. Bouwend Nederland pleit daarom voor de volgende drie acties om de woningmarkt beter in balans te krijgen.”

1. Haalbaarheid van bouwplannen inzichtelijk maken
Als gesproken wordt over bouwplannen, dan wordt geen onderscheid gemaakt in haalbaarheid van deze plannen en de termijn waar binnen met de bouw kan worden begonnen. Van alle bouwplannen moet daarom aangegeven worden of de grond al een woonbestemming heeft of niet, wat de verwachte en feitelijke voortgang is, welke omgevingsrisico’s er zijn etc. Hierdoor krijgen we beter inzicht in hoeveel woningen er daadwerkelijk op korte termijn gebouwd kunnen worden.

2. Betere samenwerking tussen bestuurslagen
Minister Ollongren zette wonen weer actief op de kaart en zoekt met betrokken partijen naar oplossingen voor de woningnood. Daarvoor verdient zij complimenten. De minister heeft echter maar beperkte zeggenschap over waar woningen gebouwd mogen worden. De samenwerking tussen de decentrale beslissers (gemeenten en provincies) moet verder verbeterd worden. Als zij er onderling niet uitkomen, moet de minister als mediator optreden en desnoods besluiten kunnen opleggen. Dit voorkomt dat beslissingstrajecten stagneren over waar gebouwd mag worden.

3. Weg van discussie binnen- of buitenstedelijk bouwen
Er wordt veel gesproken over binnenstedelijk versus buitenstedelijk bouwen. Maar de discussie moet gaan over hoe we de woonopgave in een dorp, stad of regio op tijd gaan realiseren. We moeten hierbij eerst kijken naar binnenstedelijke locaties waar snel woningen gebouwd kunnen worden. We moeten echter onze ogen niet sluiten voor de acute woningnood en ook kijken naar bouwlocaties aan de rand van de stad.

“Laten we stoppen met vingerwijzen en samen kijken waar we op korte termijn woningen kunnen bouwen, zodat Nederlanders kunnen kopen en huren waar ze graag willen wonen,” concludeert Verhagen.

Lees meer over oproep van Bouwend Nederland aan de politiek


WONINGMARKT

Over de auteur

R. (Richard) Massar

Senior Communicatieadviseur / Woordvoerder