Terugdringen woningtekort vraagt om meer dan wortel

Door Redactie Bouwmeesters , 16 mei 2019

Terugdringen woningtekort vraagt om meer dan wortel

Gemeenten en provincies botsen regelmatig bij het oplossen van het woningtekort. Bouwend Nederland stelt dat woondeals een goed begin zijn en geeft graag de minister het laatste woord in slepende kwesties. Een vingerwijzende overheid lost volgens de vereniging het oplopende woningtekort niet op. 

Bouwend Nederland signaleert dat gemeenten hun bouwwensen niet altijd kunnen realiseren omdat die plannen niet stroken met provinciaal beleid. Zo hebben gemeenten zoals Schagen, Zoeterwoude en Alphen aan den Rijn conflicten met de Provincie. “Die gemeenten steken veel tijd in bouwplannen om het tekort tegen te gaan en horen dan van de provincie dat het niet mag. Dat betekent tijdsverlies voor bouwplannen. Die overheden zitten in een schuttersputje op elkaar te schieten terwijl ze eigenlijk samen het probleem moeten tackelen”, aldus Martijn Verwoerd, beleidsadviseur van Bouwend Nederland. 

Knopen doorhakken

De patstelling tussen overheden komt vaak voort uit een verschillende visie op woningbouw of verstedelijking. Om dit deels op te lossen, sluit de minister Woondeals. Dat is nu al gedaan met Groningen en de regio Eindhoven. Utrecht, Amsterdam, Den Haag en Rotterdam volgen. Bouwend Nederland is blij met deze deals en hoopt dat deze onderlinge verschillen overbruggen. De vereniging ziet graag dat er een brede gerichte gezamenlijke aanpak van het woningtekort komt, maar denkt dat met alleen een woondeal de kous niet af is. “De minister heeft nu eigenlijk alleen een wortel die ze kan voorhouden. Zij heeft buiten het zware middel van een aanwijzingsbesluit geen stokje om mee te porren als dat nodig is. Het zou daarom goed zijn dat als twee partijen er onderling niet uitkomen, er een derde partij is een knoop doorhakt”, aldus Verwoerd. Volgens Bouwend Nederland zou de minister kunnen optreden als mediator en waar nodig als scheidsrechter. Dat kan een goede stok achter de deur zijn voor partijen om te proberen er vlot en goed samen uit te komen.

Geen onwil

Bouwend Nederland benadrukt dat er geen sprake is van onwil bij provincies om voldoende huizen te bouwen: “De achterstand is regelmatig oorzaak van gerichte politieke keuzen. Zo kiest de provincie Utrecht gericht voor binnenstedelijk bouwen, maar daar is de kans dat projecten uitvallen of vertragen veel groter”, aldus Verwoerd. Die risico’s komen voort uit het gegeven dat binnenstedelijke bouwprojecten een grotere ruimtelijke, financiële en maatschappelijk complexiteit kennen. Denk daarbij aan het eventueel saneren van terreinen, mobiliteitsvraagstukken en beperking van omgevingsoverlast. Dat vraagt een langere voorbereidingstijd dan bouwen aan de rand van de stad. Die consequentie wordt meestal buiten beschouwing gelaten bij besluiten over bouwlocaties.

Bouwend Nederland benadrukt geen tegenstander te zijn van binnenstedelijk bouwen, maar vraagt de politiek de juiste inschattingen te maken: “Bedenk op welke termijn een bouwproject kan worden opgezet. Kun gelijk beginnen met bouwen of duurt dat nog tien jaar? In dat laatste geval moet je misschien op een andere, makkelijkere locatie alvast aan de slag en parallel de complexere locatie in ontwikkeling nemen. De woonbehoefte is acuut, je kan niet lang wachten. Mensen willen nu wonen”, aldus Verwoerd.

Snel realiseerbare plannen nodig

Bouwend Nederland adviseert de politiek dan ook om de haalbaarheid van projecten beter in kaart te brengen zodat afwegingen beter kunnen worden gemaakt. De vereniging benadrukt dat de situatie niet alleen in Zuid-Holland en Utrecht nijpend is, maar ook in andere provincies behoefte is aan harde bouwplannen in plaats van zachte voornemens: “Op de Veluwe zijn van de bouwplannen er maar de helft snel realiseerbaar. Ook het tekort in de regio Arnhem-Nijmegen loopt verder op. Het speelt op een hele hoop plaatsen in Nederland”, aldus Verwoerd.

Stabiliteit

Behalve om meer daadkracht, vraagt Bouwend Nederland ook om meer stabiliteit. De crisis in de bouw mag dan verleden tijd zijn, de gevolgen van die stagnatie in het bouwproces zien we volgens de vereniging nu terug in de bouwcijfers van het rapport dat het EIB deze week publiceerde. De vereniging roept de politiek dan ook op om stabiliteit te bieden. “Als dan een crisis afloopt en je weet dat de vraag naar woningen weer toeneemt, dan kun je daar als overheid vooraf op sturen en blijft ook de bouwsector stabieler. Dat is niet gebeurd. Zo nam het kabinet in de afgelopen crisis maatregelen die eerder het vertrouwen van de consument verder aantastten dan ondersteunden. Denk daarbij aan strengere leennormen en een verlaging van de hypotheekrenteaftrek. Dingen die je liever niet doet in een neergaande markt, want dat schrikt consumenten af. En dat hebben we gemerkt, de werkgelegenheid in onze sector heeft een grote klap gekregen en daar ondervinden we nu allemaal de nadelen van.”

Optimistisch

Bouwend Nederland blijft ondanks de cijfers van het EIB geloven dat het woningtekort alsnog kan worden weggewerkt, maar dan moeten volgens Verwoerd wel alle zeilen worden bijgezet: “Ik ben een optimist, maar om het inlopen van de achterstand te laten slagen, moet de politiek de urgentie van de woonbehoefte van mensen wel goed genoeg aanvoelen. Het lijkt er op dat dit nu onvoldoende het geval is."

Lees meer over woningtekort 


WETGEVING WONINGMARKT

Over de auteur

Redactie Bouwmeesters