BNR Bouwmeesters: Te weinig aandacht en geld voor onderhoud bruggen

Door Redactie Bouwmeesters , 06 juni 2019

BNR Bouwmeesters: Te weinig aandacht en geld voor onderhoud bruggen

Als één brug uitvalt, kost dit ons land miljoenen euro’s. Onderhoud van kunstwerken krijgt volgens Bouwend Nederland te weinig aandacht. Bouwmeesters onderzocht in de uitzending van maandag 3 juni hoe wij onze infrastructuur up to date kunnen houden.

Te gast waren:

Joris Smits, architect en bruggenexpert aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft;

en

Marco Wiesehahn, manager collectieve belangenbehartiging bij ondernemersvereniging van de vervoerders Evofenedex.

Visie

Zoals iedere week begint Bouwmeesters met nieuws dat de gasten meenemen. Marco Wiesehahn denkt naar aanleiding van een onderzoek van Evofenedex dat de Nederlandse bouw nog niet klaar is voor innovatie: “Een heleboel MKB-bedrijven gaan op een vrij primaire manier om met data.” Evofenedex wil in kaart brengen hoever de bouw verwijderd is van technologieën als blockchain en werkt daarom aan een model gebaseerd op fases. Wiesehahn: “60% van het MKB zit nog in fase één.” Joris Smits vestigt de aandacht op een project van landschapsarchitectenbureau West 8 in het Amerikaanse Baltimore: “De overheid keek niet naar de laagste prijs of meest efficiënte techniek, maar naar de beste overkoepelende visie. Dat vind ik bijzonder.”

Tandje bij

Het uitvallen van een handjevol bruggen kan leiden tot financiële schade van 400.000 euro tot 4,8 miljoen euro per dag. Dat blijkt uit een rapport dat ingenieursbureau Sweco in opdracht van Bouwend Nederland heeft gemaakt. De belangenorganisatie trok op maandag 3 juni aan de bel over dit gevaar voor de Nederlandse economie. “Men onderschat hoe duur het is om een brug te onderhouden. Bovenop de kostprijs moet je nog eens drie à vier keer dat bedrag aan onderhoudskosten rekenen”, legt Smits uit. De bruggenexpert denkt niet dat Nederland onverantwoord omgaat met haar bruggen: “Maar er liggen 45.000 bruggen, viaducten en tunnels in dit land. Puur statistisch gezien moet er zo nu en dan wel eentje uitvallen.” Toch kan er volgens Smits een tandje bij: “Er is de laatste jaren te weinig aandacht en geld naar onderhoud gegaan.”

Anticiperen

In het rapport van Sweco komen de Moerdijkbrug, Haringvlietbrug en de Ketelbrug aan bod. Wiesehahn bevestigt dat het uitvallen van een van deze bruggen rampzalig kan uitpakken: “Dat weten we eigenlijk al langer. Het uitvallen van de Merwedebrug kostte het bedrijfsleven 33 miljoen euro in drie maanden tijd. De Hollandse Brug 44 miljoen euro na een half jaar.” Vervoerders moesten omrijden waardoor ze meer geld kwijt waren aan manuren en transportkosten. “Bovendien leidt het tot beschadigd vertrouwen tussen zakenrelaties”, meent Wiesehahn. Om een drama als de Merwedebrug in de toekomst te voorkomen, pleit Evofenedex voor een nationaal renovatieplan: “We moeten onderhoud tien tot vijftien jaar vooruit plannen. Als dat in samenwerking met het bedrijfsleven gebeurt, kunnen wij erop anticiperen en scheelt dat verlies,” aldus Wiesehahn. Wiesehahn twijfelt niet aan het verantwoordelijkheidsgevoel van de overheid: “Ik heb er veel vertrouwen in dat iets als in Genua hier niet zal gebeuren.”

Nationale aanpak

Minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat schreef samen met staatssecretaris Van Veldhoven aan de Tweede Kamer dat ze ging onderzoeken hoeveel geld het extra onderhoud gaat kosten. In het FD claimde ze eerder dat er honderden miljoenen moeten worden geïnvesteerd. Smits vraagt zich af of deze maatregelen genoeg zijn: “Soms schiet onderhoud tekort en moet je aan vervanging gaan denken.” Het grootschalig vervangen van bruggen levert volgens Wiesehahn problemen op als er meerdere bruggen tegelijk dicht moeten: “Precies de reden dat we vragen om een nationaal plan van aanpak.” Als het aan Smits ligt, blijven we bruggen bouwen met een lange levensduur: “Over vijftig jaar moet er zwaarder verkeer overheen kunnen rijden dan er nu over heen rijdt.”

Vitruvius

Smits behaalde vorige maand zijn doctorstitel en pleitte in zijn promotieonderzoek voor een integrale rol van de architect bij projecten als bruggen. De moderne aanpak waar Wiesehahn voorstander van is, sluit volgens Smits aan bij wat onze klassieke voorouders ook al deden: “Klassieke bouwmeesters als Vitruvius verbonden functie met schoonheid en gebouwvriendelijkheid. Tegenwoordig zijn het verschillende specialisaties, maar Vitruvius verbond ze in één persoon.” Dat wil niet zeggen dat alles weer bij één persoon moet komen te liggen, maar wel dat het meer gecentraliseerd moet: “We zien in de praktijk te vaak dat mensen langs elkaar heen werken.”


ENERGIEZUINIGE BESTAANDE BOUW ONDERNEMERSCHAP EN INNOVATIE

Over de auteur

Redactie Bouwmeesters