PAS-crisis vraagt om meer dan houtje-touwtje oplossingen

Door Ellen van Bueren , 05 september 2019

PAS-crisis vraagt om meer dan houtje-touwtje oplossingen

Dankzij de uitspraak van de Hoge Raad over PAS verliep de zomer van de meeste bouwers anders dan voorzien. De frustratie is begrijpelijk. Dat de bouwsector slechts een bescheiden bijdrage levert aan de stikstofemissies maakt het lastig te verkroppen dat bouwplannen on hold worden gezet. Maar voor de natuurgebieden doet het er niet toe wie de emissies uitstoot, het gaat erom dat natuurgebieden een grenswaarde hebben voor belasting met stikstofemissies.

Bouwprojecten zijn nu de druppel die de emmer doet overlopen. Het maakt ook niet uit dat in de toekomst nog maatregelen worden genomen die de stikstofdepositie in natuurgebieden weer binnen de normen zal brengen. Pas als die maatregelen zijn uitgevoerd en het effect kan worden aangetoond, zal dit weer ruimte bieden aan activiteiten die stikstofemissies voortbrengen. Voorsorteren op toekomstige acties is er dus niet meer bij. Dit was juist het ei van Columbus in het PAS, dat verbetering van natuurwaarden én ruimte voor economische groei beloofde.

Oproepen om op een soepele manier om te gaan met de stikstofnormen doen denken aan de discussie in de jaren negentig over de rode contouren rondom stedelijke gebieden. Gemeenten voerden hartstochtelijke pleidooien om het niet als een niet rekbaar touwtje maar als een elastiekje te zien. Maar aan de rekbaarheid van de natuur zitten grenzen, bij overschrijding kan onherstelbare schade optreden.

De noodgedwongen pas op de plaats laat zien dat het van groot belang is om die grenzen tijdig in acht te nemen. Dat vraagt om een bezinning op hoe we de beschikbare milieugebruiksruimte gaan verdelen, zoals dat in de jaren negentig werd genoemd. Kate Raworth verbeeldt dit met de donut, waarbij de binnenrand de minimale welvaart voor ieder schetst, en de buitenrand de maximaal te benutten milieugebruiksruimte, de ruimte die we hebben om de aarde te belasten en de bronnen en diensten die het biedt te benutten.

Hoe we de ruimte die er is gaan gebruiken, vraagt om een fundamentele verdelingsdiscussie binnen en tussen sectoren en binnen en tussen gebieden. Met kaasschaven en naar verhouding dure houtje-touwtje oplossingen blijven we misschien net binnen grenzen, maar dit laat geen ruimte voor fundamentele vernieuwing die blijvend lucht bieden. Het is in ieders belang om niet alleen aan tijdelijke oplossingen te werken, maar ook aan een structurele oplossing. Laten we hopen dat publieke en private partijen en natuur- en milieuorganisaties de handen ineenslaan en daar ondanks de tijdsdruk en de enorme belangen met elkaar de discussie durven aangaan over herverdeling van de schaarse ruimte, ook met betrekking tot emissies.


GEVAARLIJKE STOFFEN DUURZAME BOUWPROCESSEN

Over de auteur

Ellen van Bueren

Hoogleraar Management van Stedelijke Ontwikkeling