BNR Bouwmeesters: Slimmer gebruik van Nederlandse daken

Door Redactie Bouwmeesters , 17 oktober 2019

BNR Bouwmeesters: Slimmer gebruik van Nederlandse daken

De gemeente Rotterdam wil alle lege daken multifunctioneel inzetten. Duurzaamheid moet hand in hand gaan met sociaal leven. Hoe gaat dat eruit zien? Bouwmeesters stelde deze vraag aan de studiogasten van maandag 14 oktober.

Friso Klapwijk van De Dakdokters;

en

Erik Steegman, directeur van de Nederlandse Dakdekkers Associatie.

Grote sprong voorwaarts

Op verzoek vertellen de gasten wat volgens hun de grootste flaters of successen in de bouw waren van de afgelopen tijd. Voor Friso Klapwijk is het initiatief in Zuid-Holland om voortaan klimaatadaptief te bouwen nu al een groot succes: “Het is een gezamenlijk product van ontwikkelaars, bouwers en gemeenten dat voor de bouwwereld een grote sprong voorwaarts betekent.” Naast het welbekende stikstofbesluit wil Klapwijk nog een flater benoemen: “De gemeente Rotterdam heeft net besloten niet natuur-inclusief te bouwen. En dat terwijl we net besloten hebben dat we natuur moeten compenseren.” Erik Steegman is enthousiast over multifunctionele waterdichte daken. “Maar daar schuilt ook een flater in. Als zo’n dak lekt, kost het heel veel geld en inspanning om goed te krijgen”, aldus Steegman.

Regenboogdaken

De gemeente Rotterdam wil achttien vierkante kilometer dak meer benutten. Om dat te realiseren is een kleurcode in het leven geroepen. Heb je een ‘groen’ dak, komt er een daktuin. Blauw is waterberging, geel duurzame energie, rood een sociale functie en oranje een mobiliteitsrol. Paars betekent een woonfunctie en grijs ‘technisch’, bijvoorbeeld warmtewinning. Steegman noemt het een mooie ontwikkeling: “Maar het is vooral bedoeld om het inzichtelijk te maken. Rotterdam is al veel langer bezig met het vergroenen van daken.” Klapwijk beaamt dit verhaal vanuit Amsterdam: “Het creëert een nieuwe uitdaging. Hoe gaan we de verschillende functies aan elkaar koppelen? Dat koppelen is namelijk van groot belang in een gemeente als Amsterdam. Vergunningen voor dakterrassen worden daar niet meer gegeven. Stel je wil er een daktuin van maken of een waterberging dan is dat nog steeds lastig, want de gemeente erkent die niet”, legt Steegman uit. Daar kunnen kleurcodes volgens hem bij helpen: “Zo maak je het verschil inzichtelijker voor de gemeente en de bewoner.”

Nationaal Dakenplan

Om te voorkomen dat de kleurcodes een Rotterdams feestje blijven, is de sector nu bezig om een nationaal dakenplan te formuleren dat toepasbaar is voor heel Nederland. Klapwijk denkt dat dit plan een groot verschil kan maken: “We doen natuurlijk al veel in Nederland. Maar op dit tempo zijn pas over 750 jaar alle daken vergroend.” Daarom denkt Klapwijk dat mensen kleuren moeten mengen: “We moeten meerdere functies per dak hebben. Misschien dat iemand niet zo snel zonnepanelen wil neerleggen, maar dat wel doet als dat in combinatie gaat met een sociale functie.”

Green Deal

Het Nationaal Dakenplan stond eerder bekend als het Green Deal Groene Daken. “Dat tijdperk is nu wel voorbij”, zegt Steegman. Desondanks is dezelfde groep gemeenten, woningbouwverenigingen en verzekeraars die deel uitmaakten van de Green Deal, nu onderdeel geworden van het Nationaal Dakenplan. Steegman noemt dat een logische stap: “We hebben samen veel opgebouwd en willen deze club niet kwijt.” Klapwijk noemt drie hoofddoelen die het nieuwe Nationaal Dakenplan geformuleerd heeft: “We willen een mooi netwerk van partijen, een aanpak voor klimaatadaptatie en een financieringsmodel om dit alles mogelijk te maken.”

Polderdak

Niet alleen het gebrek aan financiering zit de dakdekkers in de weg. In de praktijk blijkt het namelijk lastig om het bestemmingsplan van gemeenten aangepast te krijgen. Een voorbeeld dat dit illustreert is het Polderdak, een combinatie van waterberging en daktuin. Klapwijk: “Het is een interessante ruimte maar gemeenten krijgen we maar moeilijk mee. Ook hier is financiering een obstakel.” De dakdokter vind dat gebrek aan interesse vanuit gemeenten onbegrijpelijk: “We besteden duizenden euro’s per strekkende meter riolering. Dat geld kan je beter in een waterreservoir op een flat stoppen.” Klapwijk ziet dat er nog wat technische systemen moeten kloppen voordat dit op grote schaal kan worden geïmplementeerd. “Maar het belangrijkste is dat we het vertrouwen krijgen”, sluit Klapwijk af.


DUURZAAMHEID ENERGIEZUINIGE BESTAANDE BOUW KLIMAATADAPTATIE BEBOUWD GEBIED

Over de auteur

Redactie Bouwmeesters