Column / Stikstofproblematiek: groot deel van de schade niet meer te voorkomen

Door Martin Koning , 07 november 2019

Column / Stikstofproblematiek: groot deel van de schade niet meer te voorkomen

Door een uitspraak van de Raad van State mag de PAS-regeling niet langer worden toegepast. Veel bouwprojecten kwamen hierdoor in de problemen en lopen vertraging op. Inmiddels is meer duidelijkheid ontstaan welke maatregelen genomen kunnen worden om schade door extra stikstofdepositie in kwetsbare Natura 2000 gebieden te voorkomen of te compenseren. Wij hebben de gevolgen van de stikstofproblematiek voor de bouwproductie en werkgelegenheid in kaart gebracht.

De stikstofproblematiek zorgt dat de bouwproductie in de periode 2019-2021 in totaal met € 6 miljard lager uitvalt. De werkgelegenheid in de bouw neemt hierdoor met in totaal 28.000 voltijdbanen af en nog eens 14.000 voltijdbanen bij toeleveranciers. De effecten zijn geconcentreerd in 2020 en 2021, waarbij de productie op jaarbasis met ongeveer € 2½ miljard afneemt en de werkgelegenheid in de bouw en bij de toeleveranciers ongeveer 10.000 arbeidsjaren lager uitvalt dan zonder stikstofproblemen het geval was geweest. Met de problemen rond PFAS is hierbij nog geen rekening gehouden. De stikstofproblematiek zorgt voor een omslag in het totale productiebeeld. Na jaren van robuuste groei zal de totale bouwproductie volgend jaar voor het eerst sinds de crisis licht gaan krimpen.

Vertraging ingeschat

Specifieke informatie over alle getroffen bouwprojecten is niet beschikbaar, waardoor de effecten alleen op indicatieve wijze is te berekenen. Wij hebben de vertraging van projecten op basis van de afstand van de projecten tot het dichtstbijzijnde kwetsbare Natura 2000 gebied ingeschat en toegepast op de samenstelling van de productie naar afstand tot deze natuurgebieden. De ingeschatte vertraging is met onzekerheid omgeven, maar met deze aanpak kan wel een globale indicatie worden gegeven van de gevolgen van de stikstofproblematiek voor de bouwproductie.

Bij woningbouw is effect het grootst

De effecten verschillen per deelsector. Bij de woningnieuwbouw zijn de effecten het grootst in 2021, waarbij het productieverlies uitkomt op € 1,4 miljard. De effecten in de overige delen van de b&u zijn beperkter van omvang en in 2020 geconcentreerd. Hier treedt in dat jaar een productieverlies op van € 0,4 miljard. De infrastructuur wordt met € 3 miljard het hardst getroffen. Volgend jaar treedt hier een productieverlies op van € 1,8 miljard. Uitstel leidt voor de meeste projecten niet tot afstel, maar tot vertraging. Vanaf 2022 komen meer vertraagde projecten in uitvoering dan er nog projecten vertragen. De bouwproductie komt dan hoger uit dan zonder stikstofproblemen het geval zou zijn geweest. De gevolgen zijn niet alleen beperkt tot het verlies aan productie en werkgelegenheid. Door de vertraging worden er in 2021 ruim 10.000 minder woningen gebouwd en laat de oplossing van de files op de getroffen wegen langer op zich wachten.

Schade is al aangericht

Een belangrijke conclusie is dat de schade richting de bouwproductie voor een belangrijk deel al is aangericht. De stagnatie bij het verlenen van nieuwe vergunningen is al vijf maanden de praktijk en ook als de vergunningverlening nu weer vrij snel op gang zou komen, dan nog is een belangrijk deel van de schade al een feit. Het snel toepassen van drempelwaarden en ADC-toetsen lijken de belangrijkste sleutels om verdere vertraging bij bouwprojecten te beperken. Bij een drempelwaarde van 0,05 mol per hectare kan voor de woningbouw een kwart van het verdere productieverlies (€ 250 miljoen) worden voorkomen. Als bij deze drempelwaarde alleen rekening wordt gehouden met de structurele stikstofdepositie tijdens de gebruiksfase, dan vallen zelfs de meeste woningen op meer dan 1 kilometer afstand hierbuiten.

ADC-toets

Bij infrastructuurprojecten ligt de oplossing bij het effectief kunnen toepassen van de ADC-toets. De urgentie en het maatschappelijk belang van veel van deze projecten lijkt goed aantoonbaar, de sleutel ligt dan bij de compensatie. Oplossingen in en rond de natuurgebieden zelf - door schade aan het natuurgebied te compenseren en door ongewenste vegetatie te verwijderen - lijken kansrijk als de overheden hier snel regie voeren en coördinatie tot stand brengen met de beheerders van de natuurterreinen. De andere sleutel bij de infrastructuur ligt bij het verschuiven van budgetten naar andere projecten die daardoor versneld kunnen worden uitgevoerd. Hier ligt vooral een taak voor grote opdrachtgevers zoals RWS, Prorail en ook gemeenten en provincies. De ervaringen in het verleden rond het tijdig kunnen aanwenden en flexibel inzetten van middelen stemmen echter niet tot groot optimisme over het potentieel van deze route.


WETGEVING ARBEIDSMARKT MARKT

Over de auteur

Martin Koning

Senior projectleider/onderzoeker bij het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB)