Veilig gebouw hoeft geen bunker te zijn

Door Redactie Bouwmeesters , 23 februari 2017

Veilig gebouw hoeft geen bunker te zijn

“Ontwerpers vrezen dat als ze een gebouw extra veilig moeten maken, het een bunker wordt. Maar veel veiligheidsmaatregelen zijn prima in te passen in het ontwerp, mits dat op tijd gebeurt. Dus niet achteraf maar helemaal vooraan in het bouwproces.” Een voorbeeld van een mooi gebouw dat ook veilig is doordat iedereen zijn expertise tijdig kon inbrengen, noemt stedenbouwkundig-onderzoeker Jan-Willem Wesselink het BP Raffinaderijkantoor in de Europoort. Dat is door zijn ontwerp ‘blastproof’ maar won ook de Rotterdam Architectuurprijs. 

Grote stappen

Wesselink is hoofdlaborant van het Kennislab voor Urbanisme, dat zich toelegt op het verbeteren van de sociale, economische en fysieke structuur van de stad. Met het netwerk Ontwerp Veilige Omgeving mikt hij op het versterken van de samenwerking tussen ruimtelijke ontwikkelaars en veiligheidsexperts. “Sinds de vuurwerkramp in Enschede in mei 2000 zijn er op dat vlak grote stappen gezet, maar het kan nog veel beter.” Het BP Raffinaderijkantoor vindt hij een mooi voorbeeld van hoe je samen tot betere oplossingen komt. Omdat dit opvallende gebouw zo is ontworpen dat het bij een explosie van de nabijgelegen raffinaderij bestand is tegen de drukgolf, maar niettemin ook een langgerekt gebogen atrium heeft met een glazen dak.

Grip op de zaak

Zelf houdt hij zich met het netwerk Ontwerp Veilige Omgeving vooral bezig met het beperken van groeps- en omgevingsrisico’s in gebieden waar gevaarlijke stoffen worden vervoerd of opgeslagen: “Wij brengen deskundigen die verstand hebben van het inrichten van een gebied samen met veiligheidsexperts. Normaal botst dat, want ontwerpers willen iets moois maken, waarbij alles moet kunnen. Terwijl veiligheidsmensen in een controlerende modus zitten en graag grip hebben op de zaak. Maar met de ontwerpateliers die we organiseren laten we zien dat het wel kan. Groepen moeten elkaar gewoon leren kennen, en dan blijkt dat ‘de ander’ best bereid is met jou mee te denken. En dan kan externe veiligheid wel tijdig worden meegenomen in het proces van tekentafel tot de eerste paal.”

Omgevingswet

Het netwerk Ontwerp Veilige Omgeving loopt met die aanpak vooruit op de nieuwe Omgevingswet die naar verwachting in 2019 in werking treedt. Wesselink: “Die wet bepaalt dat bij een plan alle stakeholders van meet af aan betrokken moeten worden bij het bouwproces. Toetsen achteraf mag dan niet meer.” Belangrijk voor veiligheid in het ontwerp van een stedelijk gebied noemt hij onder meer toezien op dat er voldoende vluchtwegen zijn met ook ruimte voor hulp- en reddingsdiensten die juist naar de ramp toe willen. En bluswater, waarvoor vijvers kunnen worden aangelegd. En ook erop letten dat gebouwen met kwetsbare groepen zoals kinderen (scholen) en ouderen (verpleeghuizen) die bij een ramp minder snel kunnen wegkomen, verder van een eventuele risicobron af staan.

Beverwijk

Een actueel voorbeeld van de aanpak van het netwerk een plan voor het gebied Wijcerpoort / Ankies Hoeve in Beverwijk. Het moet de nieuwe entree worden van de gemeente, maar ligt letterlijk onder de rook van de hoogovens. Ook is het gebied mogelijk vervuild, kampt het ingeklemd tussen sporen en wegen met geluidsoverlast en is het slecht bereikbaar voor hulpdiensten. Wesselink bedacht er met professionals en studenten een gebouw met een wijkfunctie, dat zoals dat van BP in Europoort bestand is tegen een explosiedrukgolf en ook een iconische uitstraling heeft. En waarbij een ‘groen dak’ als een natuurlijke tunnel over het spoor voor een extra vluchtweg zorgt.

Maatwerk

Verdichting van steden met ook meer hoogbouw, vraagt volgens Wesselink nog meer maatwerk voor veiligheid. Bijvoorbeeld om bij brand in een hoog gebouw veel mensen snel uit dat gebouw en het gebied te halen. Bij metro- en treinstation Bijlmer Arena in Amsterdam Zuidoost is dit hoogbouw-vraagstuk al goed aangepakt, vindt hij. Dat station hangt hoog boven de grond, maar al vanaf de tekentafel is het belang van veiligheid volledig meegewogen, waardoor mensen bijvoorbeeld bij brand toch op tijd weg kunnen komen. “Hoe meer we in de stad de hoogte in gaan, hoe specifieker daar de opgave voor veiligheid ook wordt.”

Zwakste schakel

Belangrijk voor de bouwsector vindt Weselink de vraag hoe je het onderhoud managet van een veilig gebouw eens dat is opgeleverd. “Hoe zorg je ervoor dat het veilig blijft? Bijvoorbeeld dat veiligheidsglas dat stuk gaat vervangen wordt door glas dat even veilig is? De eerste jaren gaat dat wel goed, maar hoe zorg je ervoor dat als dat gebouw drie keer van eigenaar is veranderd het onderhoud nog steeds veilig gebeurt? Daar maken veiligheidsmensen zich zorgen over, weet ik. Die vraag moeten wede komende tijd nog beter beantwoorden met elkaar. Anders krijg je het effect van de zwakste schakel.”
 


VEILIGHEID VAN HET BOUWWERK (O.A. CONSTRUCTIEVE VEILIGHEID)

Over de auteur

Redactie Bouwmeesters