Voorkom dat zelfbouwwijk attractie wordt

Door Redactie Bouwmeesters , 04 mei 2017

Voorkom dat zelfbouwwijk attractie wordt

Leg als gemeente bij de verkoop van zelfbouwkavels meteen vast aan welke regels bouwplannen moeten voldoen. Want dat is de enige manier waarop je kunt sturen op kwaliteit van een zelfbouwwijk, en voorkomen dat die een attractie wordt met een allegaartje van bouwstijlen zonder uitstraling. Die oproep doet programmamanager Jutta Hinterleitner van de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA). Zelfbouw was ook het onderwerp van de uitzending van BNR Bouwmeesters van woensdag 5 mei. 

Grachtenpand naast boerderette

Hinterleitner benadrukt dat ze de vrijheid van zelfbouwers om te bouwen wat ze willen, prima vindt, ‘zeker na een eeuw van volkshuisvesting waarin je als bewoner zelfs de kleur van je eigen voordeur niet mocht kiezen’. “Die vrijheid moet je niet de kop indrukken. Maar waar ik gemeenten voor wil behoeden, is dat er van die wijkjes ontstaan met een allegaartje van bouwstijlen, met naast een grachtenpand een boerderette met een rieten dak of een wit huisje met blauwe kozijnen omdat de eigenaar ervan net op vakantie naar Griekenland is geweest. Want dan wordt zo’n buurtje een soort attractie en niet een eigentijdse uiting van stedenbouw.”

Eenheid in verscheidenheid

Stedenbouw houdt in, geeft Hinterleitner aan, dat een wijk een bepaalde samenhang heeft, met ook een kwalitatieve uitstraling: “Eenheid in verscheidenheid, zou je bij zelfbouw kunnen zeggen. Met dus richtlijnen voor zaken als de dakvorm, gevel, aantal bouwlagen en materiaalgebruik. Binnen dat kader kunnen zelfbouwers dan doen wat ze zelf willen, of ze daar nou een architect voor in de arm nemen of een catalogusbouwer. Maar dat past dan in ieder geval binnen dat grotere geheel en bereik je als gemeente ook dat zo’n wijk als woonomgeving in de tijd langer goed blijft en mooi veroudert.”

Kavelpaspoort

Hinterleitner heeft de indruk dat de meeste zelfbouw-gemeenten er goed op letten dat bij de uitgifte van zelfbouwkavels de richtlijnen voor zelfbouwers duidelijk zijn en dat dit ook goed is verankerd in het bestemmingsplan. “De meeste gemeenten hebben het goed op orde, al zijn er dus ook zelfbouwwijkjes waar je als je er komt tegen elkaar zegt ‘moet je nou toch eens kijken’. Dat is dan toch jammer.” Een mooi voorbeeld van een goede aanpak noemt ze de kavelpaspoorten die zelfbouwers in Almere krijgen bij de koop van hun kavel: “In die handleiding kunnen ze meteen precies lezen wat wel en niet mag.”

Homeruskwartier

In 2013 onderzocht de BNA samen met Jacqueline Tellinga, planologe en medebedenkster van het Homeruskwartier in Almere, hoe zelfbouwers in die wijk te werk gingen, wat de voor- en nadelen waren van het inschakelen van een architect of catalogusbouwer, hoe de wijk er uiteindelijk uitzag en hoe tevreden bewoners waren. Hinterleitner noemt de “rijkgeschakeerde wijk” een interessant experiment, waarbij de gemeente het dus ook goed aanpakte. Goed aan die aanpak vindt ze ook het organiseren van een zelfbouwmarkt op het moment van uitgifte van zelfbouwkavels: “Zo geef je als gemeente met name aan architecten een podium om aan een zelfbouwer uit te leggen dat die meer kwaliteit krijgt als hij voor een architect kiest.”

Maatwerk

Het voordeel van het werken met een architect is, zegt ze, dat een zelfbouwer meer maatwerk krijgt, terwijl een woning van een catalogusbouwer wat goedkoper is door het schaalvoordeel. “Maar voor wat meer geld, want zo duur is een architect voor zo’n micro-opdracht niet, krijg je als klant wel een huis gebouwd onder architectuur, met net wat meer uitstraling en dat volgens makelaars straks ook beter verkoopt.” Een nog relatief nieuwe ontwikkeling in dit marktsegment is, legt Hinterleitner uit, dat architecten en aannemers steeds vaker gaan samenwerken en zo ook tot enige standaardisering komen. “Daardoor wordt voor hun de business case interessanter en profiteert de zelfbouwer ook van een schaalvoordeel.”
 


MARKT WONINGMARKT

Over de auteur

Redactie Bouwmeesters