Afbeelding Nu Bouwen aan Morgen

Nu Bouwen aan Morgen

Verkenning Bouw & Infra 2030

Toekomst van werk

De bouw is mensenwerk, dus wanneer het op het aspect ‘menselijk kapitaal’ aankomt, fungeert de sector niet alleen als spreekwoordelijke kanarie in de kolenmijn voor bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Veranderingen in hoe de samenleving over werk denkt, worden op hun beurt ook extra hard gevoeld in de bouw- en infrasector. Flexibilisering, instroom, (bij-)scholing en pensioen zijn onderwerpen die overal op de bouwagenda prijken en waar menig ondernemer mee worstelt. Zijn deze processen nog omkeerbaar, of moeten we ze omarmen als kansen?

Twee uiteenlopende toekomstbeelden

Een van de grootste dilemma’s voor de toekomst van werk is de dreigende spanning tussen technologische vooruitgang en de arbeidsvraag. Als sector moeten we voldoende goed gekwalificeerde mensen vinden die alle maatschappelijke uitdagingen in een technologisch snel veranderende wereld kunnen realiseren. Pessimisten zullen zeggen dat veel mensen in 2030 overbodig zullen zijn als gevolg van toenemende digitalisering, robotisering, 3D-printing en kunstmatige intelligentie. Optimisten zeggen daarentegen dat technologische vooruitgang ook veel nieuwe functies en banen zal creëren. Volgens hen zal er geen plotselinge omslag zijn, maar zal de weg van de geleidelijkheid ons in staat stellen om aanpassingen gefaseerd door te voeren.

 

 

Moeten we arbeid slimmer en efficiënter inzetten en wat is daar voor nodig?

Op het online congres Nu Bouwen aan Morgen op maandag 7 december gingen Alexander Rinnooy Kan, Emeritus Hoogleraar Economie en Bedrijfskunde, en Joanne Meyboom, Managing Director Siemens Smart Infrastructure, in debat over de toekomst van werk.

Essay: Toekomst van werk

De vraag naar arbeid in deze markt wordt bepaald door de ontwikkelingen in de woningbouw, infra en utiliteitsbouw, een notoir conjunctuurgevoelige sector, waarvan de grote maatschappelijke betekenis geen enkele toelichting behoeft. Het aanbod wordt bepaald door wat scholing en opleiding afleveren, met relatief weinig mogelijkheden tot overloop van en naar aangrenzende sectoren: bouwvakkers zijn vooral bouwvakkers en hebben niet veel zin in fabriek of kantoor. De spelregels en afspraken weerspiegelen een traditie van georganiseerdheid: de (grote) CAO Bouw en Infra is een vertrouwd ontmoetingspunt voor werkgevers en werknemers, de vakbeweging is een zichtbare en gerespecteerde partij.

De arbeidsmarkt voor de bouw is in de allereerste plaats een markt, die zoals alle markten gedicteerd wordt door vraag en aanbod, en gedreven wordt door spelregels en afspraken.

Lees het volledige essay

Alexander Rinnooy Kan

Expertsessie: de toekomst van werk vraagt een cultuuromslag

De gemene deler in de discussie is de consensus dát er zaken gaan veranderen. Of het nu gaat over hoe werkgeverschap en sociale zekerheid er anno 2030 uitzien, over welke competenties een bouwer anno 2030 moet beschikken (breed inzetbaar versus hyper-specialistisch) of wat de verantwoordelijkheden van werknemer, werkgever, opdrachtgever en overheid moeten zijn. Opvallend vaak luidt de conclusie dat een cultuuromslag nodig is: “De bouw is nu een productensector, geen kennissector. Dat moet gaan veranderen.”

Lees het volledige verslag

Podcast: hoe ziet de werknemer van de toekomst eruit?

De bouw en infra bestaat nog uit behoorlijk veel mensenwerk. Voor bouwbedrijven is het daarom belangrijk om naast vast personeel ook een goede flexibele schil te hebben én te houden. Het houden van de juiste balans nu en in de toekomst is niet onmogelijk. Eline Ronner bespreekt dit met Anne Megens, adviseur beleid en strategie bij AWVN, en Barend van Kessel, bestuurslid van Bouwend Nederland.

Bekijk het volledige verslag