Afbeelding Verken de verschillende toekomstbeelden

Verken de verschillende toekomstbeelden

Tegenovergestelde toekomstbeelden

Voor elk van de 4 centrale thema's hebben we steeds twee beelden tegenover elkaar gezet: hoe kan de wereld eruit zien op basis van de huidige fundamentele onzekerheden? De twee toekomstbeelden per thema horen dus bij elkaar en zijn in zekere zin spiegelbeelden: ze nemen bij belangrijke onzekerheden tegenovergestelde afslagen op de route naar 2030 en komen dan op een ander punt uit.

Ruimtelijke spreiding van functies

Het valt niet te ontkennen dat de inrichting van de Nederlandse ruimte aan grootschalige verandering onderhevig is. In steden is de behoefte aan woningen, bijbehorende voorzieningen en infrastructuur zo groot dat de sector de vraag nauwelijks aankan. Daar tegenover staat het platteland waar de huizenprijzen dalen, voorzieningen verdwijnen en het soms niet meer rendabel is om te bouwen. Deze disbalans is op nationaal bestuurlijk niveau niet zomaar aan te pakken omdat ruimtelijke ordening sinds 2010 een gedecentraliseerde aangelegenheid is. Bovendien maakt wet- en regelgeving rond verduurzaming, en nu ook rond stikstof en PFAS, het nog moeilijker om goed op de vraag te kunnen inspelen. Het feit dat deze ontwikkelingen niet zomaar zullen verdwijnen, vraagt niet alleen om een sector die in staat is om zich aan te passen aan de nieuwe realiteit, maar vergt ook om meer regie en snelheid in besluitvorming door de overheid.

Energietransitie en -infrastructuur

Willen we de energietransitie werkelijk versnellen, dan zal er een maatschappelijk handelingsperspectief moeten ontstaan. Als we kijken naar de gebouwde omgeving, dan moeten we de vraag stellen: wat kunnen burgers, corporaties of gebouweigenaren doen om aan de slag te gaan met verduurzaming? Daarmee ontstaat ook het handelingsperspectief voor de markt: toenemende volumes aan de vraagkant zorgen voor continuïteit bij bedrijven en leiden tot innovaties en opschaling waarmee de energietransitie haalbaar en betaalbaar kan worden gemaakt. Er moet in elk geval fors worden ingezet op energiebesparing in bestaande bouw en energiezuinige nieuwbouw.

Toekomst van werk

Een van de grootste dilemma’s voor de toekomst van werk is de dreigende spanning tussen technologische vooruitgang en de arbeidsvraag. Als sector moeten we voldoende goed gekwalificeerde mensen vinden die alle maatschappelijke uitdagingen in een technologisch snel veranderende wereld kunnen realiseren. Pessimisten zullen zeggen dat veel mensen in 2030 overbodig zullen zijn als gevolg van toenemende digitalisering, robotisering, 3D-printing en kunstmatige intelligentie. Optimisten zeggen daarentegen dat technologische vooruitgang ook veel nieuwe functies en banen zal creëren. Volgens hen zal er geen plotselinge omslag zijn, maar zal de weg van de geleidelijkheid ons in staat stellen om aanpassingen gefaseerd door te voeren.

Waarde van bouwen

De waarde van bouwen raakt aan de meest existentiële toekomstvragen voor de sector: hoe werken we in 2030 samen, hoe ziet de keten er in 2030 uit, welke nieuwe toetreders zijn te verwachten en welke stakeholders spelen hierbij een prominente rol? De bouw- en infrasector kan kwalitatieve, goede oplossingen bieden om grote maatschappelijke opgaven zoals verduurzaming en verstedelijking aan te pakken. Innovatie, specialisatie en samenwerking zijn van essentieel belang om tot deze kwalitatieve oplossingen te komen. 

Volop inzetten op innovatie is heel belangrijk, maar blijkt in de praktijk ook erg lastig. In goede tijden is er geen tijd voor; in slechte tijden geen geld. Aan de andere kant: als er efficiënter gewerkt kan worden, komt er geld vrij voor innovatie.