Nu Bouwen aan Morgen: wel of juist niet spreiden van functies?

maandag 4 mei 2020

Silke Gurdebeke

Medewerker
Afbeelding Nu Bouwen aan Morgen: wel of juist niet spreiden van functies?

Hoe kan het Nederland van morgen eruit zien? Dat is de vraag die centraal staat in het traject van de toekomstverkenning ‘Nu Bouwen aan Morgen | Verkenning Bouw & Infra 2030’. Aan de hand van vier centrale thema’s, namelijk Ruimtelijke spreiding van functies, Energietransitie en -infrastructuur, Toekomst van werk en Waarde van bouwen, hebben we met verschillende leden en experts bekeken wat de mogelijkheden zijn voor onze sector. Op basis van het essay van Riek Bakker gingen experts eind vorig jaar het gesprek aan over het belang van de ruimtelijke spreiding van functies.

“Wanneer we praten over hoe Nederland er in de toekomst uitziet, moeten we in de eerste plaats praten over waar we straks wonen, werken en recreëren”. Zo leidt moderator Majelle Verbraak van De Argumentenfabriek deze expertsessie in, op een oktobermiddag in Apeldoorn. Een tiental experts is hier samen om de toekomstvisie te verrijken die stedenbouwkundige Riek Bakker schetst in haar essay ‘Bestendig bouwen aan Nederland betekent functiespreiding’. Er zijn afgevaardigden van landelijke en lokale overheden aanwezig, zoals de Nationale Omgevingsvisie en wethouders met bouwen in de portefeuille. Maar ook woningcorporaties, vastgoedinvesteerders en bouwers zijn vertegenwoordigd.

Spreiding versus concentratie

In haar essay beargumenteert Bakker dat het spreiden van functies het antwoord is op de impasse. Goede voorzieningen en bereikbaarheid kunnen immers een pull-factor vormen voor mensen voor wie de hoge huizenprijzen in de stad geen optie meer zijn. Maar in Apeldoorn klinkt ook een ander geluid: sommige experts menen dat de visie van Bakker een mooi ideaalbeeld is, maar dat het niet realistisch is dat de verstedelijking tussen nu en 2030 zal omkeren. “Een grootschalige trek naar het platteland zie ik niet gebeuren,” meent een deelnemer. “We zijn van een agrarische en industriële economie verandert in een kenniseconomie en daar hoort al heel lang een trend naar urbanisering bij.”

Die omkering vergt een centraal aangestuurd beleid voor ruimtelijke ordening. Of die tijd weer terugkeert? Bakker blikt in haar essay onder meer terug naar de tijd dat VROM nog bestond, met een overheid die niet alleen stuurde op leefbaarheid, maar ook op inrichting. “Die centrale regie kende zeker voordelen, maar terugvallen in langdurige plannenmakerij lijkt me ook niet wenselijk,” verzucht een aanwezige. Bovendien is ruimtelijke spreiding ook uit economisch oogpunt niet zaligmakend, meent een ander: “Het spreiden van functies over het land is de facto duurder op lange termijn,” wordt beargumenteerd. “Je hebt nu eenmaal overal bepaalde maatschappelijke voorzieningen nodig, zoals zorg en onderwijs. Op plekken waar veel mensen wonen, profiteren zij van schaalvoordelen.”

 

Deze video werd opgenomen in oktober 2019 voor de coronacrisis uitbrak.

Infrastructuur

Dat geldt ook voor mobiliteit en bereikbaarheid, beargumenteert een ander: “Meer spreiding betekent dat infrastructuur en bijvoorbeeld openbaar vervoer uitgebreid moeten worden. Terwijl verdunning er over het algemeen voor zorgt dat deze minder goed betaalbaar en dus minder uitgebreid worden. Dit maakt investeren hierin niet realistisch; kijk naar de Zuiderzeelijn die er nooit gekomen is. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de implicaties voor het duurzaamheidsvraagstuk.”

En wanneer er dan wél met centrale aansturing en investeringen een poging wordt gewaagd, is dat nog steeds allerminst een garantie voor succes, menen verschillende aanwezigen. “Zelfs als alle functies aanwezig zijn, is de aantrekkingskracht van de Randstad bijna niet op te heffen. Kijk naar Almere. Daar is tien miljard geïnvesteerd in bereikbaarheid en alle faciliteiten zijn er. Er wónen ook wel mensen, maar voor recreatie trekken zij nog steeds liever naar Amsterdam.”

Alternatief denken

Het moge duidelijk zijn: het vraagstuk rond ruimtelijke spreiding is een grote uitdaging. Oplossingen zijn dan ook niet het doel van deze sessie. Maar verschijnen er tijdens dit gestructureerde, creatieve denken dan helemaal geen oplossingen aan de horizon? Dat zeker wel: de ontwikkeling richting ‘smart cities’ en nieuwe technologieën die toekomstbestendige bouw en inrichting van steden mogelijk maakt, doen hoop gloren.

Meer weten?

Wil je graag meer weten over het thema ‘Ruimtelijke spreiding van functies’ of blijf je graag op de hoogte van verdere ontwikkelingen rondom de toekomstverkenning Nu Bouwen aan Morgen? Houd dan zeker het digitaal platform in de gaten.