• Home
  • Actueel
  • Nieuws
  • Markt en overheid na 14 proefprojecten klaar voor materialenpaspoort

Markt en overheid na 14 proefprojecten klaar voor materialenpaspoort

donderdag 1 oktober 2020
Afbeelding Markt en overheid na 14 proefprojecten klaar voor materialenpaspoort

‘Lessons Learned Materialen Expeditie’ luidt de titel van het rapport dat vorige week verscheen en dat de belangrijkste lessen bevat die kunnen worden getrokken uit veertien pilots rond het materialenpaspoort in de GWW-sector. Namens twee van de initiatiefnemers van de Materialen Expeditie zijn Karlijn Mol, manager Duurzaamheid bij Dura Vermeer, en Jan Spoelstra programmamanager Wegen en Kanalen bij de provincie Overijssel, het erover eens dat het materialenpaspoort een forse stap dichterbij is gekomen.

Waar moet een materialenpaspoort aan voldoen? Welke toepassingsmogelijkheden zijn er voor het materialenpaspoort? En hoe moet een materialenpaspoort digitaal worden vastgelegd? Dat waren de drie hoofdvragen waar de veertien pilots antwoord op moesten geven. Volgens Karlijn Mol is dat goed gelukt. “Zo hebben zowel de pilot ‘Vervanging Cruquiusbrug’ als de pilot ‘Groot onderhoud Regenboogbuurt Almere’ duidelijk gemaakt dat het materialenpaspoort voor aannemers een directe meerwaarde moet hebben. Bij bestaande infrastructuur en kunstwerken is die er nog niet. Een oplossing kan zijn om opdrachten in de toekomst integraal aan te besteden, dus met eventuele sloop, ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud in één aanbesteding.”

Recyclepaspoort

In dat verband heeft ook de pilot ‘Recyclepaspoort’ volgens Jan Spoelstra veel bruikbare informatie opgeleverd. “Als we in 2030 voor 50% circulair willen zijn, moeten we ook voor bestaande infrastructuur goed in beeld hebben hoe vrijgekomen materialen hergebruikt kunnen worden door de aannemer. In het Recyclepaspoort wordt nauwkeurig vastgelegd wat er vrijkomt. De pilot moet bovendien een standaard werkwijze opleveren, zodat samen met de aannemer tot hoogwaardig hergebruik kan worden gekomen.”   

Weg als serviceconcept

‘Circulaire Weg N739’ is een van de pilots waar Dura Vermeer bij betrokken is. Mol: “Met de provincie Overijssel als opdrachtgever, werken we aan een ‘weg als serviceconcept’, inclusief een waardering van de gebruikte materialen en een bepaling van de waarde van de weg. Daarbij is gebleken dat een materialenpaspoort onontbeerlijk is.”

Bij de vervanging van de Cruquiusbrug was volgens Mol één van de belangrijke conclusies dat niet nu al naar 100% volledige materialenpaspoorten moet worden gestreefd. “Het is veel praktischer om te starten met centralisatie van de ‘must have informatie’ die nu al wordt vastgelegd, bijvoorbeeld over beton, staal en asfalt. Ga ermee experimenteren, ook als de opdrachtgever er nog niet om vraagt.”

Volgens Spoelstra heeft de pilot ‘Innovatieroute A1-N342-N737’ aangetoond dat het steeds meer gebruikte Pavement Information Modelling-systeem (PIM) de potentie heeft om tot informatiebron voor het materialenpaspoort van asfaltverharding uit te groeien. “Het delen van gevoelige informatie over bijvoorbeeld asfaltmengsels, één van de USP’s van aannemers, is daarbij niet noodzakelijk.”

Landelijke standaard

Een rode draad in de veertien pilots is volgens Mol dat veel van de betrokken elf GWW-bedrijven nu al druk bezig zijn om verschillende informatiesystemen als GIS, BIM en PIM met elkaar te verbinden, vaak in nauwe samenwerking met de betrokken negen opdrachtgevers. “Daardoor is een goede basis gelegd voor de landelijke standaard waar CB’23 mee bezig is. Dat wordt een belangrijke stap in de volgende fase, die er toe moet leiden dat het materialenpaspoort integraal onderdeel wordt van alle processen en projecten in de GWW-sector. Op grond van alle ‘lessons learned’ zeg ik: we zijn er klaar voor.”

Spoelstra is het met haar eens. “Het materialenpaspoort is niet louter een circulariteitsvraagstuk meer, maar ook een digitaliseringsvraagstuk. Het mooie is dat die twee werelden nu bij elkaar aan het komen zijn. We zijn de pilotfase voorbij. Voor opdrachtgevers als de provincie Overijssel is het nu zaak om de eigen beheersystemen ‘materialenpaspoort-proof’ te maken: Een inventarisatie van alle infrastructuur en kunstwerken moet uitwijzen welke herbruikbare materialen wanneer vrijkomen. Daarnaast moeten we kijken hoe we de betrouwbaarheid van de gegevens in de paspoorten goed kunnen borgen.”

Smaakt naar meer

Bovenal overheerst bij Mol en Spoelstra tevredenheid over de samenwerking binnen de Materialen Expeditie. “Het was mooi om als markt en overheid in alle openheid samen te werken aan zo’n vraagstuk en het smaakt zeker naar meer.”