Samensteller licht ‘duurzame Top 25’ toe

donderdag 15 oktober 2020
Afbeelding Samensteller licht ‘duurzame Top 25’ toe

Voor de tweede keer op rij maakte Bouwend Nederland afgelopen maandag de ‘Top 25 van Duurzame Publieke Opdrachtgevers in de Bouw en Infra’ bekend. Volgens samensteller Jos van Alphen laat de lijst zien dat het langzaam maar zeker de goede kant op gaat.

In de Top 25 eindigde de provincie Noord-Brabant net als vorig jaar op de eerste plaats, met de gemeente Venlo op ruime afstand als runner-up. Rijkswaterstaat maakte een flinke sprong in het klassement, van de achtste naar de derde plaats. “Door alleen te vragen naar de CO2-prestatieladder, heeft de grootste publieke opdrachtgever jarenlang beneden de maat gepresteerd”, analyseert Van Alphen. “De laatste jaren drukt de Milieu Kosten Indicator (MKI) bij Rijkswaterstaat een groot stempel op iedere openbare aanbesteding, met een verdiende derde plaats als resultaat. Het mooie is: goed voorbeeld doet goed volgen. De provincie Gelderland is een van de publieke opdrachtgevers die in navolging van Rijkswaterstaat ook met de MKI aan de slag is gegaan.”

Volgens Van Alphen is de hoge positie van de gemeente Venlo te danken aan de sterke focus op circulariteit. De provincie Noord-Brabant roemt hij voor het lef om “de markt te prikkelen met criteria als het aanbieden van duurzame kansen en innovaties.” Van Alphen: “En het werkt. Noord-Brabant heeft de afgelopen jaren de duurzame infrastructuur en gebouwen gekregen die het verdient.”

Vier categorieën

Als adviseur Aanbestedingen bij zowel het Aanbestedingsinstituut als Bouwend Nederland, is Van Alphen de aangewezen man om de Top 25 samen te stellen. Hij focust zich op opdrachtgevers die de afgelopen twee jaar minimaal zeven projecten openbaar hebben aanbesteed. “Dit keer waren dat er in totaal 77. De 1.321 openbare aanbestedingen waar zij in 2018 en 2019 goed voor waren, heb ik beoordeeld op de toegepaste duurzame gunningscriteria.”

Daarbij hanteerde hij vier categorieën. “Als er sprake was van minimale duurzaamheidseisen, zoals een ISO 14001-certificaat of een CO2-prestatieladder-certificaat, gaf ik 0,5 punt. Het maximale aantal punten van 6 gaf ik aan gunningscriteria met een groot onderscheidend vermogen. Denk aan criteria die veel impact hebben op een duurzaam eindresultaat, zoals de totale milieu-impact van de materialen in een bouwwerk (B&U - MPG en GWW - MKI), de energieprestatie van een bouwwerk of een innovatieve oplossing voor wateroverlast. Nieuw was dit jaar, dat ik ook 6 punten gaf aan een werk dat in een bouwteam wordt voorbereid en waarbij duurzaamheid als prioriteitsdoel is benoemd. In de praktijk gaat de aanbesteder dan altijd in zee met een aannemer met duurzame competenties.”

Kentering

Hoewel duurzaamheid in 2019 bij 64,8% van de openbare aanbestedingen nog geen rol speelde, bespeurt Van Alphen toch progressie. “Over de hele linie zijn er steeds minder publieke opdrachtgevers die zich er met wat minimale duurzaamheidseisen van af maken. Zo van: laat zien dat je er aan denkt. In plaats daarvan zie je steeds meer gunningen waarin duurzaamheid met meer dan 40% economisch wordt gewaardeerd. We hebben nog een lange weg te gaan, maar in die zin is er echt sprake van een kentering.”

In dat verband mag de reuzensprong die de gemeente Amsterdam in het klassement maakte, van de 25ste naar de 15de plaats, volgens Van Alphen niet onvermeld blijven. “De gemeente koppelde duurzaamheidsambities aan meerjarige onderhoudscontracten en gaat nu per deelopdracht met aannemers om de tafel, om samen te bekijken hoe het onderhoud zo duurzaam en circulair mogelijk kan worden uitgevoerd. ‘Samen’ is daarbij het sleutelwoord. Hopelijk gaan we dat in de toekomst vaker terugzien.”