Prioritering infra is een stap vooruit, maar het geld blijft tekortschieten
Vrijdag 16 oktober 2026
Minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat heeft de langverwachte prioritering naar buiten gebracht waarmee de financiële middelen voor de weg-, water- en spoorinfrastructuur worden verdeeld. Het kabinet geeft daarbij voorrang aan het onderhoud van wegen, bruggen, sluizen en spoor boven de start van nieuwe projecten. Wij vinden dat verstandig om redenen van economie en veiligheid, en zijn positief over de manier waarop het kabinet die keuzes wil gaan maken: objectief en navolgbaar. Het grootste probleem is vandaag niet opgelost. Er is en blijft te weinig geld om de huidige infrastructuur goed te onderhouden.
Onze voorzitter Arno Visser: "Het kabinet doet verstandige voorstellen met het beperkte budget dat er is. Voor het eerst liggen die keuzes objectief en navolgbaar op tafel, en dat is altijd een stap vooruit. Hiermee is de klus niet geklaard. Dat kan het ministerie ook niet alleen, want het parlement is nodig om de portemonnee te trekken. Met een halfvolle portemonnee is het lastig inkopen."
Duidelijkheid nodig voor infrabedrijven
De prioritering geeft wel meer inzicht in de klussenlijst, maar complete duidelijkheid is er nog niet. Infrabedrijven hebben een duidelijke planning nodig om projecten goed te kunnen uitvoeren. Dat begint allemaal bij toereikend budget. Daarna volgen de plannen, de aanbestedingen en pas dan de uitvoering. Als bedrijven weten welk werk eraan komt, kunnen zij mensen werven en opleiden.
Uitstel maakt het duurder
Hoe langer Nederland wacht met onderhoud, hoe duurder het wordt. Dat geldt voor ieder afzonderlijk project maar ook voor de economie in het geheel. Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) becijferde in opdracht van ons en de andere partners van de Logistieke Alliantie dat achterblijvende vervanging en renovatie tot 2035 ruim €21 miljard economische schade veroorzaakt. Achterstanden leiden bovendien tot onverwachte gebreken en noodreparaties. Die kosten meer dan tijdig uitgevoerd werk en veroorzaken ook nog eens onverwachte verkeershinder.
Te weinig geld voor onderhoud en aanleg
De Algemene Rekenkamer becijferde dat Rijkswaterstaat tot 2038 €34,5 miljard extra nodig heeft om de achteruitgang te keren. Dat extra geld komt er vandaag met deze plannen niet. Daarmee blijft ook nieuwe aanleg van wegen, spoor en viaducten verder uit zicht.
Het kabinet heeft middelen voor regionale projecten en infra die nodig is voor grote nieuwe woningbouwprojecten. Maar ook hier is de vraag wanneer deze budgetten beschikbaar komen en of die financiële planning uiteindelijk leidt tot vertraging in de woningbouw. Niemand koopt een huis op een plek waar de verhuiswagen nog niet kan komen.
Tweede Kamer is aan zet
Wat ons betreft steunt de Tweede Kamer deze prioritering en dient zij voorstellen in voor aanvullende financiering. De prioritering verdeelt het tekort, maar vult het niet aan. Er is in Nederland een aantoonbaar structureel tekort aan geld voor onderhoud, vernieuwing en aanleg van infrastructuur. De Kamer is daarvoor bij de begrotingsbehandeling van Infrastructuur en Waterstaat aan zet.
