Logo Bouwend Nederland

Warme asfaltmengsels al standaard in Overijssel

Dinsdag 13 december 2022

Provincie Overijssel begon vier jaar geleden al met het toepassen van warme asfaltmengels. Volgens programmamanager Jan Spoelstra zijn opdrachtgevers bezig om hun klimaatdoelen concreter te maken. Het toepassen van warme asfaltmengsels draagt bij aan het verminderen van de CO2-uitstoot. Hij omarmt de ambitie van de markt om per 2025 te stoppen met hete asfaltmengsels.

Als opdrachtgever geeft Jan Spoelstra namens de provincie Overijssel sturing aan investeringsprojecten op het gebied van wegen, kunstwerken en vaarwegen. Een tweede opgavemanager houdt zich met name bezig met instandhouding door dagelijks onderhoud en groot onderhoud en bodemsanering.

'Al vroeg begonnen met pilotprojecten'

Spoelstra vertelt dat de provincie de afgelopen jaren al grote winst heeft behaald door inspecties slimmer uit te voeren. "Hierdoor kunnen we beter bepalen wat het juiste vervangingsmoment is en onderhoud effectiever plannen. Dit wordt meestal niet gezien als verduurzaming, terwijl niets of later doen vaak het duurzaamst is. Om ook voor mijn kinderen de wereld leefbaar te houden, ben ik me nog meer bewust van het belang van duurzaamheid." In zijn functie zit hij aan het stuur om een duurzame koers in te slaan. "In Overijssel ben ik wat dat betreft goed op mijn plek. De wil is er om er mee aan de slag te gaan. Al in 2018, toen ik hier kwam werken, liepen er een tiental pilotprojecten op het gebied van circulariteit en duurzaamheid."

'Pilots komen toevallig tot stand'

De provincie is bezig met de vertaling van het Klimaatakkoord van Parijs in beleid, onder andere in het programma circulaire economie. "Dit beleid zie je weer terug in de 'line-of-sight' van ons assetmanagementsysteem", vertelt Spoelstra. "Toch komen de pilots vaak toevallig tot stand. Wat we daarbij geleerd hebben, is dat je het doel van een proefproject scherp moet hebben. Ook wil je vooraf duidelijke afspraken maken over wat je gaat doen met de resultaten." Als voorbeeld noemt Spoelstra een aannemer die graag zijn circulaire deklaag wil uitproberen. Een projectleider is daar enthousiast over, maar hij of zij vergeet het beheer mee te nemen. Dan blijft het vaak bij een pilot. "Ik ben van mening dat je meer impact maakt als je vanuit beheer doelen stelt. Dan verander je structureel de duurzaamheidsstandaarden en bied je de markt perspectief."

Geen innovatie, maar reguliere toepassing

"We zijn bezig om onze duurzaamheidsdoelstellingen concreet te maken. Het is best lastig om de knoppen waaraan je kan draaien, scherp te krijgen. Ook omdat circulariteit niet altijd leidt tot emissieverlaging. Als we kijken naar wegenbouw, dan weten we dat de productietemperatuur veel invloed heeft op de CO2-uitstoot. Daarom pasten we een paar jaar geleden al met BAM Lage Energie Asfalt Beton (LEAB) toe op de N348 tussen Raalte en Ommen. Inmiddels passen we al een aantal jaar warme asfaltmengsels toe. Dit is voor ons geen innovatie meer, maar een reguliere toepassing."

Aanpak bij proefprojecten?

Overijssel maakt gebruik van Technology Readiness Levels (TRL) om de juiste werkwijze te bepalen. De lagere levels zitten in de onderzoeksfeer, die je het liefst samen met andere overheden oppakt en waar je kennisinstellingen bij betrekt om de monitoring en evaluatie uit te voeren. Spoelstra: "Voor asfalt zou je dan als beheerder een proefvak beschikbaar kunnen stellen om het prototype in de praktijk te kunnen testen. Daarna heb je de niveaus waarin je met aannemers gaat kijken naar referentielocaties om de innovatie op grotere schaal te beproeven. Aan het eind van die fase laat je het liefst het mengsel bij het Asfaltkwaliteitsloket certificeren. De laatste stap is het regulier toepassen van een nieuw product". Wat hem opvalt? "Veel producten blijven in het vorige niveau hangen en 'eeuwige' innovaties blijven. Na certificering moet je de producten ook in de contracten voorschrijven of als alternatief een kans bieden."

Verbeteringen

Een van de verbeteringen voor de toekomst zou flexibiliteit zijn. "Het duurzame mengsel staat in je bestek en wordt toegepast, of het staat er niet in en mag dus niet toegepast worden. Binnenkort stemmen we intern af of en hoe we biobased asfalt willen voorschrijven. Er zijn meerdere voorbeelden te noemen die in feite een bewezen product zijn, maar nog steeds als innovatie worden gepresenteerd omdat de initiatiefnemers anders onvoldoende voet aan de grond krijgen bij opdrachtgevers. Om dat te veranderen, zou je als opdrachtgever eigenlijk functioneel moeten uitvragen." Zijn verschillende asfaltmengsels vergelijkbaar? "Op dit moment moet je vertrouwen op claims van individuele organisaties, terwijl die niet altijd blijken te kloppen."

CE-markering en Asfaltkwaliteitsloket als basis?

Programmamanager zegt dat je wil voorkomen dat meerdere beheerders dezelfde mengsels gaan testen voor ze het gebruiken en daarvoor telkens marktpartijen vragen de benodigde informatie te leveren. "De meerwaarde van het Asfaltkwaliteitloket is dat zij de verschillende asfaltmengsels goed getest hebben en je de uitkomsten over kan nemen. Toch zijn we als opdrachtgevers bang om verrast te worden door een nieuw, onbekend mengsel. Daarom blijven we oude, vertrouwde mengsels voorschrijven in plaats van dat we functioneel uitvragen. Een standaardlijst met asfaltmengsels belemmert innovatie, daar ben ik me van bewust."

Samenwerking noodzakelijk

Namens de provincie wil Spoelstra als launching customer bijdragen aan duurzame ontwikkelingen. "Voorwaarde is dan wel dat individuele aannemers niet elk hun eigen mengsel ontwikkelen, maar met andere partijen samenwerken naar een bepaald doel toe. Daar horen ook afspraken bij hoe overheden, ondernemers en kennisinstellingen deze innovatie vervolgens verder kunnen brengen. Het programma CHAPLIN kent zo'n aanpak. In dat programma werken partijen samen om fossiel bitumen te vervangen door biobased grondstoffen. Misschien moet je dan ook kijken naar een licentiemodel om de kosten voor innovatie terug te verdienen."

'Uitfasering hete asfaltmengsels prima doel'

Vorige week dinsdag 6 december werd op de Asfaltdag bekendgemaakt dat de asfaltbranche per 2025 stopt met de productie van hete asfaltmengels. "Het is goed dat deze ambitie gezamenlijk is uitgesproken en in concrete maatregelen is omgezet", zegt Jan Spoelstra. "Alleen dan kan je echt meters maken. Je zag het bij de CO2-prestatieladder. Als je aangeeft alleen nog maar zaken te doen met bedrijven die binnen een aantal jaar op trede 5 staan, dan komt de markt in beweging. In dit geval kan je als opdrachtgever aansluiten bij het initiatief van de markt zelf. Op lagere temperatuur geproduceerde asfaltmengsels zijn bewezen net zo goed als hete asfaltmengsels. Nu is het tijd om hier óók als opdrachtgevers unaniem voor te kiezen."

Gerelateerd nieuws

Maandag 20 mei 2024
“Kom bewoners tegemoet bij aanleg warmtenetten”

Warmtenetten zijn in dichtbebouwde gebieden 30% goedkoper dan individuele warmtepompen als je naar de maatschappelijke kosten kijkt. Bovendien wordt het elektriciteitsnet met een warmtenet significant minder zwaar belast. Alleen komt het financiële voordeel momenteel niet bij huishoudens terecht. Dat blijkt uit onderzoek van Berenschot naar de situatie in Den Haag. NVDE, Stedin, Energiebeheer Nederland en Bouwend Nederland pleiten ervoor dat bewoners meer worden ondersteund.

Donderdag 16 mei 2024
Podcast: Wat komt er kijken bij een publiek warmtebedrijf?

In 2050 moeten alle woningen en gebouwen aardgasvrij zijn en over op andere vormen van warmte. Als tussenstap moeten in 2030 een half miljoen woningen aangesloten zijn op een warmtenet. Publieke warmtebedrijven spelen hierin een belangrijke rol. Maar hoe werkt dat nou precies? Je hoort het in de podcastserie Expeditie Energie.

Woensdag 8 mei 2024
CROW-richtlijn Warm Mix Asfalt ligt nu ter visie

Vanaf 1 januari 2025 is Warm Mix Asfalt het nieuwe standaard asfaltmengsel. Met het doel om de duurzaamheid van asfaltwegverhardingen te verbeteren en schadelijke emissies te verminderen. Om deze transitie te begeleiden heeft CROW de Richtlijn Warm Mix Asfalt opgesteld. Het gaat om een op zichzelf staande CROW-richtlijn. De richtlijn ligt nu ter visie. Reageren kan tot en met 15 juni.