Bouwend Nederland roept kabinet op tot behoud vrijstelling bpm

Loomans Bouwbedrijf: geen alternatieven beschikbaar voor verduurzaming

Afbeelding Bouwend Nederland roept kabinet op tot behoud vrijstelling bpm
maandag 23 mei 2022

De vrijstelling van belasting op personenauto’s en motorrijwielen (bpm) moet van kracht blijven voor bestelwagens van ondernemers. Deze oproep doen VNO-NCW en MKB-Nederland met steun van Bouwend Nederland en zes andere ondernemersorganisaties aan het kabinet. De organisaties zien in de plannen niet alleen een onredelijk hoge lastenverzwaring voor ondernemers, maar waarschuwen ook voor de negatieve, contraproductieve effecten op de verduurzaming van het bestelwagenpark. VNO-NCW en MKB-Nederland willen met het kabinet in gesprek over een betere aanpak om de klimaatdoelstelling te behalen. Bouwend Nederland vroeg Toine Loomans, directeur eigenaar van Loomans Bouwbedrijf waar hij in zijn bedrijf tegenaan loopt bij het verduurzamen van zijn bedrijfswagens.

Het kabinet wil de vrijstelling van bpm-afdracht voor bestelwagens met een fossiele verbrandingsmotor tussen 2024 en 2026 geleidelijk afschaffen. Momenteel wordt deze ‘luxe belasting’ niet op bestelwagens geïnd omdat ondernemers deze immers nodig hebben voor hun bedrijfsvoering. Het kabinet verwacht met de maatregel tussen 2024 en 2030 in totaal 2,2 miljard euro ‘op te halen’ en de elektrificatie van het bestelwagenpark te versnellen.

“Ondernemers zijn voor hun werk afhankelijk van hun bestelwagens en elektrische modellen zijn de komende jaren in veel gevallen nog geen reëel alternatief”, zegt Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland namens Bouwend Nederland, BOVAG, evofenedex, RAI Vereniging, Techniek Nederland, Transport en Logistiek Nederland (TLN) en Vereniging Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA). “De noodzaak tot verduurzamen spreekt voor zich, maar op deze manier lukt dat niet.”

Loomans Bouwbedrijf: actieradius te kort door zware belading

“Ik ben al jaren bezig met het reduceren van emissies binnen mijn bedrijf. Voor de bestelauto’s in mijn bedrijf is elektrisch rijden geen alternatief. Iedere bus heeft een standaard inrichting met onder meer gereedschap, hierdoor is de bus dermate zwaar dat dit de actieradius sterk vermindert. Ondanks dat wij meerdere vestigingen hebben (Halsteren, Eindhoven en Maastricht) wordt de actieradius door deze belading te kort om naar onze klanten te kunnen rijden. Daarnaast zijn er vaak te weinig laadpalen beschikbaar in de buurt van de woning van de berijder van de bus. Ik verwacht daarom dat waterstof op termijn pas een serieus alternatief gaat bieden voor mijn huidige bussen.”

Ondernemer enorm op kosten gejaagd

In de dagelijkse praktijk betekent het wegvallen van de bpm-vrijstelling voor ondernemers dat de netto adviesprijs van een bestelwagen op fossiele brandstof met zo’n 38 procent stijgt, wat neerkomt op een gemiddeld ruim 11.000 euro hogere aanschafprijs.

“De aanschaf van een elektrische bus wordt met deze maatregel echter niet goedkoper", stelt Vonhof. “Het betekent een aanzienlijke lastenverzwaring die vooral mkb-ondernemers hard raakt. Dat kunnen ze in deze onzekere economische tijden en met de torenhoge inflatie er niet bij hebben.” Circa tweederde van alle bestelwagens is in gebruik bij bedrijven met maximaal vijf bestelwagens.

Vaak geen alternatief

Een elektrische bestelwagen is op dit moment niet alleen in aanschaf een stuk duurder, maar in het dagelijkse gebruik voor grote groepen ondernemers ook nog geen volwaardig alternatief. Vooral voor ondernemers die hun bestelwagen vaak zwaar beladen en/of grotere afstanden moeten afleggen, is de nog vaak kleinere actieradius en het ontbreken van een robuust ‘snellaadnetwerk’ de beperkende factor. “Zij hebben dus nog geen handelingsperspectief”, aldus Vonhof.

Contraproductief

De voorzitter van MKB-Nederland waarschuwt verder dat in plaats van overstappen op elektrisch, ondernemers met het vervallen van de bpm-vrijstelling eerder geneigd zullen zijn oude(re) dieselbestelwagen (uit het buitenland) te kopen, omdat de bpm voor deze voertuigen veel lager ligt. Ook zal een deel langer blijven doorrijden in hun huidige diesel bestelwagen. Dat komt de uitstoot van CO2 en schadelijke emissies zeker niet ten goede en maakt de klimaatwinst erg onzeker. “Bovendien zijn ook de beoogde opbrengsten veel te optimistisch ingeschat. Door de maatregel zullen immers minder nieuwe dieselbestelwagens worden verkocht, waardoor de totale bpm-opbrengsten lager uitvallen”, zegt Vonhof.  

Alternatieve oplossingen

De ondernemersorganisaties willen dat het kabinet een pas op plaats maakt met het proces van het invoeren van een bpm op bestelwagens. Tegelijkertijd willen ze zo snel mogelijk met de staatssecretarissen Van Rij (Fiscaliteit en Belastingdienst) en Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat) in overleg over alternatieve oplossingen om via verduurzaming van het bestelwagenpark bij te dragen aan het halen van de klimaatdoelstellingen.

Johran Willegers beleidsadviseur infrastructuur