Zwangerschapsverlof, ouderschapsverlof en zorgverlof

Afbeelding Zwangerschapsverlof, ouderschapsverlof en zorgverlof

Als een werkneemster zwanger wordt heeft zij recht op in eerste instantie zwangerschaps- en, na de geboorte van het kind, bevallingsverlof. Dit is geregeld in de Wet Arbeid en Zorg. In dezelfde wet is het ouderschapsverlof geregeld voor werknemers die graag tijdelijk vrij willen nemen om voor de kinderen te zorgen. Tot slot is er ook kortdurend en langdurend zorgverlof geregeld voor werknemers die voor een ziek persoon in de sociale omgeving te zorgen.

Zwangerschaps- en bevallingsverlof

Werkneemsters hebben in verband met hun zwangerschap en bevalling recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof (art. 3:1 Wet Arbeid en Zorg).

Duur zwangerschapsverlof en bevallingsverlof

Werkneemsters mogen vanaf zes weken voor de uitgerekende bevallingsdatum verlof opnemen en houden dan nog tien weken over na de bevalling. In ieder geval moet de werkneemster minimaal vier weken voor de uitgerekende datum stoppen met werken. In dat geval blijven dan dus nog twaalf weken verlof na de uitgerekende datum over. Het bevallingsverlof gaat in op de dag na de bevalling. De dag van de bevalling hoort nog bij het zwangerschapsverlof.

Loonbetaling tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof

Tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt geen loon doorbetaald, maar heeft de werkneemster recht op een Ziektewetuitkering. Die uitkering bedraagt 100% van het maximum dagloon. Uiterlijk twee weken voordat de werkneemster haar zwangerschapsverlof opneemt, moet de werkgever een aanvraag voor een uitkering indienen bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).

In de praktijk komt het meestal voor dat de werkgever het loon tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof zal doorbetalen aan de werknemer en dat de werkgever de uitkering van het UWV ontvangt. Of de werkgever altijd verplicht is 100% van het loon door te betalen tijdens zwangerschap, hangt af van de bepalingen in de arbeidsovereenkomst of in de cao. Arbeidsrechtelijk gezien heeft de werkneemster ten opzichte van de werkgever tijdens ziekte en zwangerschap recht op doorbetaling van 70% van het loon voor zover haar loon niet meer bedraagt dan het maximum dagloon.

Ouderschapsverlof

Recht op ouderschapsverlof

Het ouderschapsverlof geldt voor iedere werknemer die in een familierechtelijke betrekking staat tot een kind jonger dan 8 jaar. Het kan gaan om een eigen kind of een erkend kind. Het geldt ook voor een adoptiekind of pleegkind en een kind dat op hetzelfde adres woonachtig is en duurzaam door de werknemer wordt verzorgd en opgevoed (bijvoorbeeld het kind van een nieuwe partner). Het ouderschapsverlof wordt geregeld in artikel 6:1 e.v. WAZO.

Omvang van het verlof

Iedere ouder heeft voor elk kind tot 8 jaar gedurende maximaal 26 maal de arbeidsduur per week recht op ouderschapsverlof. De uren voor het verlof worden berekend op basis van de tussen werkgever en werknemer overeengekomen arbeidsduur. In geval van een fulltime arbeidsduur is dit in totaal 6 maanden. Wanneer de werknemer parttime werkt, wordt het aantal uren ouderschapsverlof tijdsevenredig berekend. Als de werknemer geen vaste arbeidsduur per week heeft, wordt het aantal uren ouderschapsverlof berekend aan de hand van het omrekenen van het aantal jaarlijkse arbeidsuren naar een gemiddeld aantal arbeidsuren per week.

De werknemer kan het verlof zelf invullen. Hij kan er bijvoorbeeld voor kiezen om iedere week een dag verlof op te nemen of om de week, dan wel een paar uur op een specifieke dag. De werkgever kan dit alleen weigeren wanneer er sprake is van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang.

De daadwerkelijke invulling van het verlof is aan de werknemer zelf. De werknemer hoeft het dus in beginsel niet te besteden aan de verzorging en/of opvoeding van het kind. Als de werknemer deze tijd wil gebruiken om bijvoorbeeld een studie te volgen, het huis te verbouwen of op reis te gaan, kan de werkgever op die grond het verlof niet weigeren. 

Aanvragen en opnemen van ouderschapsverlof

De werknemer moet het ouderschapsverlof schriftelijk aanvragen bij de werkgever. De aanvraag moet ten minste twee maanden voor het verlof ingaat bij de werkgever binnen zijn. Bij de aanvraag geeft de werknemer ook de duur en de spreiding van het verlof aan.

De werknemer kan direct na zijn indiensttreding verzoeken om (het restant van) zijn ouderschapsverlof op te nemen. Op verzoek van de werknemer is de werkgever overigens verplicht om een verklaring af te geven van de resterende aanspraak op ouderschapsverlof. Als de werknemer bij verschillende werkgevers werkt, dan heeft hij bij elk van hen recht op ouderschapsverlof en kan hij dat bij iedere werkgever afzonderlijk aanvragen.

De werkgever kan, na overleg met de werknemer, de door deze gewenste wijze van invulling van het verlof op grond van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang wijzigen, tot vier weken voor het tijdstip van ingang van het verlof. Het is verstandig om op het verzoek van een werknemer om ouderschapsverlof op te nemen, (ook) schriftelijk te reageren.
  
Voorbeelddocumenten

Bevestiging ouderschapsverlof, zodat in elk geval de gemaakte afspraken voor beide partijen duidelijk zijn en vastliggen.

Zorgverlof

Als iemand in de directe omgeving van de werknemer plotseling ziek is geworden, dan kan de werknemer daarvoor kortdurend zorgverlof opnemen. Als de werknemer iemand in zijn directe omgeving wil verzorgen omdat hij of zij langere tijd hulpbehoevend of ziek is, dan kan de werknemer langdurend zorgverlof opnemen.

Kortdurend zorgverlof

Kortdurend zorgverlof wordt geregeld in art. 5:1 e.v. Wet Arbeid en Zorg. Kortdurend zorgverlof kan worden opgenomen indien een werknemer voor een ziek kind, zieke partner, zieke ouder of andere zieke naaste moet zorgen. Het moet hierbij wel gaan om 'noodzakelijke' zorg; iemand anders kan de verzorging niet op zich nemen en de zorg moet medisch noodzakelijk en onvermijdelijk zijn.

Procedure kortdurend zorgverlof

Voordat de werknemer het kortdurend zorgverlof opneemt (of zo spoedig mogelijk daarna), moet de werknemer bij de werkgever melden dat hij verlof moet opnemen en waarom. Daarnaast moet de werknemer de omvang, de wijze van opneming en de vermoedelijke duur van het verlof aangeven. De werkgever kan de aanvraag van zorgverlof weigeren, als de onderneming door de afwezigheid van werknemer in ernstige problemen komt.

Gemaximeerd tot twee weken per jaar

De werknemer kan maximaal tweemaal het aantal uren dat hij per week werkt, in een periode van twaalf achtereenvolgende maanden opnemen als kortdurend zorgverlof; dus maximaal twee werkweken per jaar. Het zorgverlof hoeft niet allemaal tegelijk te worden opgenomen.
Als de werknemer toch meer dagen nodig heeft om de nodige zorg te bieden, dan zal hij vakantiedagen of onbetaald verlof moeten opnemen. Heeft het kind, partner of ouder een ziekte die noodzakelijke verzorging door de werknemer behoeft, dan kan worden verwezen naar de regeling over het langdurend zorgverlof.

Loon tijdens kortdurend zorgverlof

Op basis van de wettelijke regeling heeft de werknemer recht op doorbetaling van 70% van zijn loon.

Langdurend zorgverlof

Langdurend zorgverlof wordt geregeld in art. 5:9 e.v. Wet Arbeid en Zorg.

Wanneer mag langdurend zorgverlof opgenomen worden?

Voor de verzorging van een persoon uit de omgeving van de werknemer die levensbedreigend ziek is of voor de noodzakelijke verzorging van een persoon uit de omgeving van de werknemer die ziek of hulpbehoevend is, kan een werknemer langdurend zorgverlof opnemen.

Levensbedreigend
Een levensbedreigende ziekte wordt aangenomen als volgens objectieve maatstaven het leven van de zieke op korte termijn ernstig gevaar loopt. Als iemand een chronische levensbedreigende ziekte heeft, dan kan dus meerdere keren voor dezelfde persoon langdurend zorgverlof worden opgenomen.

Ziek of hulpbehoevend
Voorwaarde voor het opnemen van langdurend zorgverlof voor iemand die ziek of hulpbehoevend is, is wel dat de verzorging noodzakelijk is en dat de werknemer de enige is die deze zorg kan geven.

Voor wie mag langdurend zorgverlof opgenomen worden?

De werknemer mag langdurend zorgverlof opnemen voor de volgende personen uit zijn omgeving:

  • een echtgenoot, een geregistreerd partner of de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont;
  • een inwonend kind van wie de werknemer de ouder is;
  • een pleegkind van de werknemer;
  • een ouder;
  • broers en zussen, grootouders en kleinkinderen, huisgenoten of anderen in de sociale omgeving.

Duur van het langdurend zorgverlof

Een werknemer mag in een periode van 12 maanden maximaal 6 maal de arbeidsduur per week aan langdurend zorgverlof opnemen. Als een werknemer bijvoorbeeld 20 uur per week werkt, dan mag hij 120 uur langdurend zorgverlof in een periode van 12 maanden opnemen.

Opnemen van het verlof

Werknemers mogen zelf bepalen hoe zij het langdurend zorgverlof willen opnemen. Dat mag aaneengesloten, maar het mag ook verspreid worden opgenomen over een aantal weken of maanden. Het langdurend zorgverlof moet schriftelijk bij de werkgever worden aangevraagd. Dat moet minstens twee weken voor de ingangsdatum van het verlof. De werkgever mag de werknemer vragen om de reden van het opnemen van het verlof aannemelijk te maken, bijvoorbeeld door een doktersverklaring te vragen.

Loon

Tijdens het langdurend zorgverlof heeft de werknemer geen recht op loondoorbetaling, tenzij dat anders is geregeld in de cao of regeling met de or of de pvt. Partijen kunnen natuurlijk over (gedeeltelijke) betaling van loon tijdens het langdurend zorgverlof ook onderling afspraken maken.

Vakantiedagen

De opbouw van vakantiedagen loopt tijdens het opnemen van langdurend zorgverlof gewoon door. 
Het is niet toegestaan om de langdurend-zorgverlofdagen te verrekenen met (bovenwettelijke) vakantiedagen zonder de toestemming van de werknemer.

Procedure langdurend zorgverlof

Een werknemer zal een verzoek voor het langdurend zorgverlof schriftelijk moeten indienen, in principe uiterlijk twee weken voor de ingangsdatum. Het verzoek moet de reden van het langdurend zorgverlof noemen, de naam van de persoon die noodzakelijke verzorging nodig heeft, het tijdstip van ingang, de omvang, de voorgenomen duur van het verlof en de spreiding van de uren over de week. De werkgever moet binnen een week op het verzoek om langdurend ouderschapsverlof van de werknemer beslissen. Hij mag ook eerst vragen om aanvullende informatie.

Weigering van langdurend zorgverlof is mogelijk als er sprake is van een zwaarwegend bedrijfsbelang en nadat eerst met de werknemer is overlegd. De werkgever zal zijn weigering wel uiterlijk één week voor de gewenste ingangsdatum schriftelijk en gemotiveerd aan de werknemer moeten mededelen. Als de werkgever te laat is, dan geldt het verlof als verleend in overeenstemming met de wil van de werknemer.