‘Duurzame Top 25’ maakt veel los
Donderdag 29 oktober 2020
De ‘Top 25 van Duurzame Publieke Opdrachtgevers in de Bouw en Infra’ die maandag 12 oktober bekend werd gemaakt, maakt weer veel los. Dat is ook precies de bedoeling van de initiatiefnemers, het Aanbestedingsinstituut en Bouwend Nederland.
Samensteller Jos van Alphen, adviseur Aanbestedingen bij zowel het Aanbestedingsinstituut als Bouwend Nederland, werd de afgelopen weken benaderd door meerdere publieke opdrachtgevers. ‘Waarom hebben wij de Top 25 niet gehaald?’ en ‘Hoe kunnen wij in de Top 25 komen?’ waren volgens hem de meest gestelde vragen. “Alleen publieke opdrachtgevers die de afgelopen twee jaar minimaal zeven projecten openbaar hebben aanbesteed, komen in aanmerking voor de Top 25. Het is niet mogelijk ook de onderhandse aanbestedingen te analyseren: het zijn er te veel en de informatie erover is niet openbaar.”
Heel leerzaam
Met vijf openbare aanbestedingen in 2018 en 2019 viel de provincie Noord-Holland om die reden buiten de boot. “Een hoge notering in de Top 25 is voor ons geen doel op zich,” benadrukt adviseur Duurzaamheid Martijn Weening. “Maar omdat we wel nieuwsgierig zijn naar het hoe en waarom, heb ik contact opgenomen met het Aanbestedingsinstituut. Dat was heel leerzaam. Van de vijf openbare aanbestedingen die waren beoordeeld, bleken er volgens de gehanteerde duurzaamheidscriteria twee goed voor de maximale score. Twee ervan scoorden echter slecht en een scoorde gemiddeld. Daaruit hebben wij de conclusie getrokken dat we weliswaar op de goede weg zijn, maar dat er nog teveel afhangt van de intrinsieke motivatie van de betrokken beleidsmedewerkers.”
Noord-Holland heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan, stelt Weening. “We zetten ons in om onze eigen infra te verduurzamen en ondernemers en inwoners te stimuleren om duurzame maatregelen te treffen. Dat we niet in de top 25 terugkomen, was daarom teleurstellend. We kwamen echter niet in aanmerking voor een notering omdat we niet genoeg openbare aanbestedingen hadden uitstaan. Ondanks dat we niet in aanmerking kwamen, heeft Bouwend Nederland de moeite genomen om de inhoud van de aanbestedingen te beoordelen. Dit was zeer waardevol. Het geeft ons inzicht in een aantal verbeterpunten en de motivatie om volgend jaar hoger te eindigen.”
Geen keurslijf
De nummer één in de Top 25, de provincie Noord-Brabant, werd geprezen omdat ‘zij de markt prikkelt met criteria als het aanbieden van duurzame kansen en innovaties’. “In onze aanbestedingen bieden we marktpartijen inderdaad de ruimte om zelf met duurzame oplossingen te komen”, bevestigt gedeputeerde Christophe van der Maat van Mobiliteit, Financiën en Organisatie. “Dit jaar is bijvoorbeeld op initiatief van aannemer Boskalis bij het N69-project besloten om in plaats van een duiker een derde kleine beekdalbrug te bouwen. Beter voor de natuur, recreatie, de portemonnee van de provincie en landschappelijk nog veel mooier ook.”
Volgens Van der Maat stelt de provincie dus niet alleen maar eisen in aanbestedingen. “Sterker nog, een te lange waslijst van eisen wordt een keurslijf. Wij willen nadrukkelijk ook het tegenovergestelde: ruimte bieden aan goede ideeën en innovaties van vakmensen.”
Niet onfeilbaar
In Noord-Brabant is de structurele verankering van duurzaamheid in de werkprocessen en aanbestedingen volgens Van der Maat al gerealiseerd. “Beleidsmatig baseren wij ons vooral op de Kwaliteit (onderhoud) Provinciale Infrastructuur (K(O)PI). In de praktijk komt het erop neer dat duurzaamheid een van de gunningscriteria is waarop een aannemer zich kwalitatief kan onderscheiden en die telt fors mee. Wij gunnen namelijk niet op prijs alleen. Onder duurzaamheid kijken we naar twee dingen: CO2-uitstoot en innovatie. Aannemers kunnen punten scoren door met een verbeteringen van ons ontwerp te komen. Hoe meer verschil tussen de CO2-footprint van ons ontwerp en dat van de aannemer, hoe beter die laatste scoort.”
Van Alphen is zich ervan bewust dat het beoordelingssysteem dat ten grondslag ligt aan de Top 25 niet onfeilbaar is. “De gemeente Rotterdam scoorde niet hoog, omdat zij vaak op laagste prijs gunt en zelden een duurzaam gunningscriterium toepast. Wat blijkt: de gemeente koopt voor infraprojecten zelf duurzame bouwmaterialen in, zodat daar in de aanbesteding geen aandacht aan hoeft te worden besteed. Zo kan het inderdaad ook.”
Gerelateerd nieuws
De bouwsector staat midden in een uitdagende transitie naar emissieloos bouwen. Met de Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB) kunnen bedrijven in de bouwsector subsidie aanvragen voor de aanschaf of ombouw van emissieloos bouwmaterieel, zoals elektrische graafmachines of mobiele hijskranen. Met maximaal €1.000.000 subsidie per onderneming per jaar is de SSEB een aantrekkelijke regeling voor duurzame investeringen. Aanvragen kunnen worden ingediend tot en met 30 oktober 2025 maar hierbij geldt: op is op. Gezien de populariteit van de regeling adviseren we je om snel in actie te komen.
Nederland heeft afgesproken in 2050 klimaatneutraal te zijn. Dat kan alleen als verduurzaming van gebouwen, infrastructuur en het energiesysteem sneller van de grond komt. Samen met overheden, netbeheerders, woningcorporaties en marktpartijen werken wij daar elke dag aan. Door de vraag naar energie in de gebouwde omgeving te verlagen wordt er minder CO2 uitgestoten, zijn er minder fossiele brandstoffen nodig en verlichten we de druk op het volle stroomnet. Minder energie nodig hebben verlaagt bovendien de energiekosten voor huishoudens en bedrijven. Gisteren debatteerde de Tweede Kamer hierover en dit was onze inzet.
Verdee Infra investeert sinds 2019 in emissieloos materieel. Daarmee zijn ze een interessante speler voor onderhoudsprojecten in gemeenten die emissieloos uitvragen. Directeur IJsbrand Bedee: "Opdrachtgevers realiseren zich niet altijd hoe groot de investeringen zijn, en wat de bijkomende kosten of uitdagingen zijn."