Leefbaar en duurzaam bouwen: hoe breng je dat samen?
Dinsdag 24 maart 2026
Nederland staat voor een enorme bouwopgave. Het tempo moet omhoog, maar de lat ligt ook hoger dan ooit. Nieuwe woningen moeten niet alleen snel worden gerealiseerd, maar ook duurzaam zijn en bijdragen aan prettige, gezonde buurten. Tegelijkertijd spelen er grote uitdagingen zoals klimaatverandering, energietransitie en sociale samenhang. Wat vraagt dat van de manier waarop we bouwen en ontwikkelen? Drie deskundigen delen hun visie op de wijk van de toekomst. Hoe zorgen we ervoor dat nieuwe én bestaande wijken echt leefbaar en duurzaam worden?
Nederland loopt achter op de woningbouwopgave. Vrijwel alle politieke partijen benadrukken dat het tempo omhoog moet. Tegelijkertijd is een huis meer dan vier muren en een dak. Andere maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie en klimaatadaptatie, raken direct aan woningbouw. Bovendien willen mensen wonen in een omgeving die veilig, prettig en compleet is. Dat vraagt om doordachte keuzes.
Stedenbouwkundige Wouter Veldhuis plaatst een belangrijke kanttekening bij de focus op nieuwbouw. "We moeten het veel meer hebben over de huizen die er al zijn, in plaats van over de huizen die er nog bij moeten komen. Door steeds te benadrukken wat erbij moet komen, vergeten we dat er ook iets achterblijft."
Volgens hem laat de geschiedenis een duidelijk patroon zien. "De afgelopen tachtig jaar is er bijna een direct verband te trekken tussen de realisatie van nieuwbouwwijken en de verloedering van oude wijken. Alles wat een stad leefbaar maakt, zoals vervoer, winkels en andere voorzieningen, komt in de nieuwbouw. De oude wijk blijft achter voor de minder kansrijke mensen."
Bestaande wijken bieden juist kansen om het woningtekort aan te pakken. "Huishoudens zijn veel kleiner geworden. Vaak kun je bij een wijkvernieuwing meer mensen op hetzelfde oppervlak laten wonen. Het gesprek moet beginnen bij hoe mensen willen wonen, niet bij hoeveel woningen er gebouwd moeten worden. In een klein huis in een mooie leefomgeving wonen mensen misschien wel fijner dan in een grote woning in een buurt zonder voorzieningen."
Klimaatadaptief bouwen wordt steeds concreter
Het KAN Platform richt zich volledig op de nieuwbouwopgave en ondersteunt partijen bij duurzaam bouwen. Programmaleider Claudia Bouwens licht toe: "Wij ondersteunen onze achterban om nieuwbouw klimaatadaptief en natuurinclusief te maken. Dat doen we onder meer door de ervaringen van koplopers te delen."
Waar deze thema's vijf jaar geleden nog relatief nieuw waren, zijn er inmiddels veel concrete toepassingen. "In nieuwbouwwijken is steeds meer aandacht voor het percentage groen en bomen, met schaduwrijk, inheems en nectarrijk groen. Dat is goed voor de biodiversiteit en de leefbaarheid, maar ook voor de waterberging."
De juiste oplossing verschilt per gebied. "In het lage deel van Nederland is de bodem eerder verzadigd en is hergebruik van regenwater in de woning te overwegen, terwijl zandgronden in hoger gelegen gebieden regenwater beter kunnen infiltreren."
Wijk van de toekomst vraagt om slimme menging
Bij gebiedsontwikkelaar Roosdom Tijhuis wordt intensief nagedacht over de wijk van de toekomst. Adjunct-directeur Wouter van Drie ziet dat klimaat en natuur een steeds grotere rol spelen. "Bij de indeling van een nieuw woongebied zijn veel partijen betrokken, van waterschappen tot bijenverenigingen."
Volgens hem is bouwen op nieuwe locaties relatief overzichtelijk. "Op uitleglocaties hebben we het gemakkelijker dan bij binnenstedelijke vernieuwing."
Leefbaarheid ontstaat uiteindelijk door bewoners zelf, maar ontwerpkeuzes kunnen dat wel stimuleren. "Een mix van vrijstaande woningen en sociale huur helpt voor een meer inclusieve wijk en meer sociale cohesie. Denk ook aan benedenwoningen voor senioren in combinatie met bovenwoningen voor starters. Daardoor ontstaat interactie tussen die groepen."
Ook de inrichting van de buitenruimte speelt een grote rol. "Wij zien parkeerruimte als noodzakelijk kwaad. De focus moet liggen op goede groenstructuren met wandel- en fietspaden, zodat mensen naar buiten gaan en elkaar ontmoeten. Dat is goed voor gezondheid en leefbaarheid."
Meer zeggenschap voor bewoners is essentieel
Volgens Veldhuis ligt er nog een belangrijke sleutel bij bewonersparticipatie. "Inspraak is cruciaal. Bewoners moeten veel nadrukkelijker een stem krijgen in ruimtelijke ontwikkelingen. Je moet ze in een vroeg stadium betrekken, in de geest van de Omgevingswet."
Hij benadrukt het belang van eigenaarschap. "We moeten vertrekken vanuit wat bewoners nodig hebben. Zeggenschap zorgt voor emancipatie en het gevoel dat de overheid en markt er voor jou zijn."
Uit zulke gesprekken blijkt vaak dat voorzieningen belangrijk zijn. "Maatschappelijk vastgoed, zoals een huisarts of bibliotheek, wordt in de bouwsector vaak als onrendabel gezien. Toch voegen ze enorme waarde toe aan een wijk. Die waarde zit niet in euro's, maar in geluk, gezondheid en gemeenschapsvorming."
Van Drie herkent het belang van participatie, maar ziet ook de praktijk. "We betrekken toekomstige bewoners zo vroeg mogelijk. Tegelijkertijd komen de meeste mensen naar bijeenkomsten met twee vragen: hoe duur wordt het en wanneer kan ik het kopen?"
Daarom wordt gezocht naar andere vormen van betrokkenheid. "Met een klankbordgroep of expertiseteam bereik je vaak meer diepgang. De hoofdstructuur ligt dan meestal al vast, maar er is nog ruimte voor invloed op bijvoorbeeld groen."
Zonder bewoners geen duurzame wijk
De rol van bewoners stopt niet bij inspraak. Hun gedrag bepaalt mede hoe duurzaam een wijk echt wordt. Van Drie legt uit: "In een gemiddelde nieuwbouwwijk bestaat ongeveer veertig procent van het oppervlak uit huizen en tuinen. Het maakt dus veel uit of mensen hun tuin betegelen of vergroenen, en of ze een regenton gebruiken."
Om bewoners te helpen, worden slimme hulpmiddelen ingezet. "Voor een project in Meppel hebben we samen met BPD een tuinboek ontwikkeld dat aansluit bij de kavels. Zo proberen we bewoners te verleiden bij te dragen aan een duurzame leefomgeving."
Bouwens ziet die trend breder terug. "In Duitsland en België mag je een deel van je tuin niet verharden. In Nederland vinden we verplichtingen al snel betuttelend, dus kiezen we vaker voor verleiding. Denk aan inspiratieboeken en gratis tuincursussen. Iedereen kan bijdragen aan het drooghouden van onze voeten."
