Zo bouw je samen aan een circulair droomkantoor
Dinsdag 4 augustus 2026
Een kantoor bouwen dat passief, circulair én grotendeels biobased is, vraagt om meer dan technische kennis. Het vraagt om een opdrachtgever en bouwpartners die dezelfde ambitie delen en elkaar durven vertrouwen. Dat die aanpak werkt, bewijst het Werklandschap van de Toekomst in Heerenveen, dat op 3 juni officieel werd geopend door koningin Máxima. Algemeen directeur John Vernooij van Omrin en Rob van der Hoek, directeur van Bouwbedrijf Buiteveld, blikken terug op een intensief traject. Welke keuzes maakten dit project tot een succes?
"Natuurlijk zijn we trots op het gebouw zelf, maar minstens zo belangrijk is de manier waarop het tot stand kwam", zegt Vernooij. Volgens hem laat het project zien wat er mogelijk is wanneer opdrachtgever, bouwer en partners vanaf het begin samenwerken vanuit een gezamenlijke ambitie.
Die trots deelt Van der Hoek. "Wij zijn trots dat Omrin ons voor deze opdracht heeft gevraagd. Het gebouw is uniek in zijn soort: circulair, biobased en het eerste gecertificeerde passiefkantoor van Nederland. Dat je dit als bouwbedrijf mag realiseren, is geweldig. Ik heb nog nooit zo'n opening meegemaakt met koningin Máxima."
Vertrouwen als fundament
Voor Vernooij draait het succes van het project om één woord: vertrouwen. "Aan de opdrachtgeverskant heb je wensen, een scope en een budget waarbinnen het moet gebeuren. Vertrouwen kun je maar één keer beschamen." Juist doordat opdrachtgever en bouwpartners al vroeg kennis, risico's en verantwoordelijkheden deelden, ontstond volgens hem een samenwerking die zich ruimschoots heeft uitbetaald. "Als we nu terugkijken, kunnen we alleen maar constateren dat het vertrouwen dat we aan het begin in dit project hebben gelegd zich volledig heeft uitbetaald."
Van der Hoek herinnert zich nog goed dat de omvang van de opgave direct duidelijk was. "In het begin dachten we even: oeps, dit is écht een uitdaging. Dit is niet een project waarbij je commercieel glimlacht en daarna wel ziet hoe het loopt." Daarom werd vanaf het begin afgesproken om er samen vol voor te gaan. "Onderweg heeft het weleens geschuurd. Toch hielden we elkaar op koers en kwamen we samen over de finish."
Het project vroeg bovendien om oplossingen die niet standaard voorhanden waren. Zo wilde Omrin Cross Laminated Timber (CLT), oftewel kruislaaghout, zoveel mogelijk zichtbaar houden. Dat paste bij de duurzame ambities en gaf het gebouw een warme uitstraling, maar maakte traditionele installatietechniek onmogelijk.
Samen nieuwe oplossingen bedenken
Na overleg besloten de projectpartners daarom de installaties onder de vloer aan te brengen. "Dan moet je echt andersom denken", vertelt Van der Hoek. "Tijdens de uitvoering stapten we letterlijk over de installaties heen. Later kwam daar een computervloer overheen." Die keuze pakte volgens hem uitstekend uit. "Het resultaat is fantastisch: de installaties zijn uit het zicht en de CLT-verdiepingsvloeren blijven mooi zichtbaar. Dat was echt iets wat we samen hebben moeten uitvinden."
Vernooij benadrukt dat zulke oplossingen alleen mogelijk zijn met de juiste mensen. Hij noemt projectmanager Renate van Opzeeland, die het project namens Omrin leidde. "Zonder zulke mensen in je organisatie lukt het niet."
Van der Hoek knikt instemmend en noemt op zijn beurt Wilfred Kemper als onmisbare kracht binnen het bouwteam. "Vanuit onze kant was Wilfred Kemper onze 'eik'. Er zat geen bouwmanagementbureau tussen. Als je het hebt over duurzaamheid, efficiënte tijdsinzet en het voorkomen van verspilling, dan zit daar óók winst."
Kracht van samenwerking
Volgens Vernooij draait een bouwteam uiteindelijk om gezamenlijk eigenaarschap. "Vertrouwen binnen het bouwteam is essentieel, maar ook het vertrouwen van opdrachtgever naar opdrachtnemers. Of zoals Rob zegt: als iemand onderdeel wordt van het team, helpen we elkaar vooruit en dragen we samen verantwoordelijkheid."
Van der Hoek ziet dat niet anders. "Wij zijn als bouwbedrijf niet almachtig. Geen enkele adviseur is dat en ook de opdrachtgever niet. Samen kun je het wel voor elkaar krijgen, als je accepteert dat anderen je aanvullen op de punten waar je zelf minder sterk bent."
Voor Vernooij reikt de betekenis van het project verder dan dit ene gebouw. Volgens hem laat het Werklandschap van de Toekomst zien wat mogelijk is wanneer bedrijven samenwerken aan circulair bouwen. "Met dit gebouw hebben we, samen met een groeiend ecosysteem van bedrijven, laten zien wat er op het gebied van circulariteit mogelijk is. Mijn oproep aan anderen is daarom: doe mee aan deze ontwikkeling. Alleen zo bouwen we aan een economie die echt houdbaar en circulair is. Dit soort gebouwen moet niet bijzonder blijven, maar de nieuwe standaard worden."
