JBN-visiedocument: leren en werken aan de toekomst van de bouw
Dinsdag 1 september 2026
Jong Bouwend Nederland (JBN) heeft zijn visie op leren en werken in de bouw en infra richting 2040 vastgelegd in een nieuw visiedocument. Centraal staat de vraag hoe we ervoor zorgen dat mensen zich blijven ontwikkelen en de sector ook in de toekomst aantrekkelijk, toegankelijk en sterk blijft. De kern van die visie: de bouw is een gemeenschap waarin we bouwen aan mensen én aan Nederland.
Die visie is hard nodig. De bouw en infra staan voor grote maatschappelijke opgaven, terwijl vakmensen schaars zijn en het werk voortdurend verandert. Alleen nieuwe mensen aantrekken is niet genoeg. We moeten kinderen vroeg laten kennismaken met techniek, ruimte bieden aan verschillende talenten, leren onderdeel maken van het werk en onderwijs en bedrijfsleven dichter bij elkaar brengen.
Om de visie vorm te geven, ging een groep betrokken professionals uit en rond de sector onder begeleiding van Iris Gündel met elkaar in gesprek over de toekomst van leren en werken. Hun ideeën vormen de basis voor het visiedocument van Jong Bouwend Nederland.
Bouwen aan mensen begint jong
De instroom van nieuwe vakmensen begint niet pas bij de keuze voor een opleiding of op de bouwplaats. Wie jongeren enthousiast wil maken voor techniek, moet veel eerder beginnen.
Dat kan op school én daarbuiten. Een technische invulling op de BSO kan kinderen op een speelse manier laten ontdekken wat techniek te bieden heeft. Ook op school kan bouwen een belangrijkere plek krijgen. Technische vaardigheden dragen bij aan de zelfredzaamheid van jongeren en kunnen tegelijkertijd hun interesse in een technische vervolgopleiding vergroten.
Mensen uit de sector spelen daarbij zelf een belangrijke rol. Medewerkers zijn de beste ambassadeurs van hun vak. Met een gastles, een bezoek aan een bouwplaats of simpelweg een enthousiast verhaal over het werk kunnen zij jongeren laten zien hoe veelzijdig de bouw en infra zijn. Rolmodellen die trots zijn op hun vak kunnen zo bijdragen aan de instroom van een nieuwe generatie.
Ruimte voor ieder talent
De sector kan het zich niet veroorloven om talent onbenut te laten. Dat geldt voor mensen die vanuit een andere sector instromen, maar ook voor mensen die vanuit het buitenland naar Nederland komen. Het uitgangspunt van JBN is helder: de bouw wordt sterker dóór verschillen, niet ondanks verschillen.
Integratie is daarbij een verantwoordelijkheid van het hele bedrijf. Niet alleen de nieuwe medewerker moet zijn of haar plek vinden. Ook collega's en werkgevers hebben daarin een rol. Door medewerkers te betrekken bij de komst en begeleiding van een zij-instromer, ontstaat meer draagvlak en wordt het makkelijker om iemand onderdeel van het team te laten worden.
Dat hoeft niet altijd ingewikkeld te zijn. In het visiedocument wordt bijvoorbeeld het keetdiner genoemd, waarbij iedereen een gerecht uit zijn of haar eigen cultuur meeneemt. Een laagdrempelige manier om elkaar beter te leren kennen en de gemeenschapszin te versterken.
Leren als onderdeel van het werk
Nieuwe mensen aantrekken is één uitdaging, mensen behouden en laten groeien is een andere. Volgens JBN worden leren en werken nog te vaak als twee losse activiteiten gezien. De visie draait dat om: als je werkt, leer je. Werk moet zo worden ingericht dat ontwikkeling er vanzelfsprekend onderdeel van is.
Een concreet voorstel is de 10%-ontwikkelnorm. Door 10% van de arbeidsuren in te richten voor leren en ontwikkelen, krijgt ontwikkeling structureel een plek in het werk. Die tijd kan bijvoorbeeld worden besteed aan een opleiding, een extra project, het begeleiden van collega's of zelfs ervaring opdoen in een andere sector.
Ook leiderschap speelt hierin een rol. JBN introduceert het idee van een talentmanager: iemand binnen het bedrijf die talenten herkent, leren stimuleert en helpt om een veilige en uitdagende werkomgeving te creëren.
Ontwikkeling hoeft bovendien niet altijd een stap omhoog te betekenen. Het kan ook gaan om kennis en vaardigheden verbreden of verdiepen. Daar passen bijvoorbeeld duobanen bij, waarbij iemand vier dagen op kantoor werkt en één dag op de kraan of voor de klas staat. Zo ontstaan nieuwe mogelijkheden om te leren en kennis uit te wisselen.
Onderwijs en bedrijfsleven dichter bij elkaar
Ook de grenzen tussen onderwijs en bedrijfsleven mogen volgens JBN vervagen. Beide moeten niet naast elkaar werken, maar vanuit een gezamenlijke maatschappelijke ambitie optrekken.
Docenten zijn daarin een belangrijke schakel. Zij dragen niet alleen kennis over, maar zijn ook ambassadeurs van de sector. Vooral binnen hbo- en wo-opleidingen Bouwkunde en Civiele Techniek ziet JBN kansen om docenten meer kennis te laten maken met de uitvoerende bouw en infra, bijvoorbeeld via werkbezoeken en meeloopstages.
Ook hybride docentschap kan de werelden dichter bij elkaar brengen. Mensen uit het werkveld staan dan parttime voor de klas en nemen hun actuele praktijkervaring mee naar het onderwijs. Bedrijven kunnen daarnaast bijdragen door stagiairs en leerwerkstudenten te begeleiden, gastlessen te verzorgen, mee te denken over opleidingen en mee te werken aan onderwijsprojecten.
Samen bouwen aan morgen
Van kinderen die voor het eerst kennismaken met techniek tot ervaren vakmensen die hun kennis overdragen: de visie van JBN draait uiteindelijk om het ontwikkelen en benutten van mensen.
De thema's uit het visiedocument komen ook terug in Jonge Bouwers, de vierdelige podcastreeks van Jong Bouwend Nederland. Daarin gaan jonge bouwprofessionals in gesprek over de toekomst van de sector en wat er morgen anders kan. Het visiedocument verwijst ook naar de podcast over leren als werk, de 10%-norm en de bouw van 2040.
Van BSO naar bouwplaats, van zij-instromer naar vakmens en van ervaren medewerker naar mentor: door vandaag te investeren in mensen, bouwen we aan een sterke, inclusieve en toekomstbestendige sector. Wie wil bouwen aan Nederland, moet beginnen met bouwen aan mensen.
