Koploper in de praktijk: emissieloze bouwlogistiek met De Prins 6
Vrijdag 24 april 2026
Van den Herik Sliedrecht zet met De Prins 6 een nieuwe standaard in de sector. Het bedrijf bouwt het eerste volledig emissieloze draadkraanschip van Nederland en ontwikkelt daarvoor een eigen waterstofcel-aggregaat. Het schip draait volledig op accu’s die worden geladen met waterstof. Een innovatieve oplossing die inmiddels is bekroond als Koploperproject door Rijkswaterstaat. De Prins 6 laat zien dat emissievrij werken op het water nu al mogelijk is. Achter dit project schuilt een combinatie van technische innovatie, lef en nauwe samenwerking.
Samen met directeur Isolde Struijk en hoofd Technische Dienst Bert Lenting blikken we terug op de ontwikkeling en de uitdagingen die daarbij kwamen kijken.
Waar zijn jullie trots op?
Bert: "De trots zit in een unieke combinatie: een volledig elektrisch schip aangedreven door een waterstofcel-aggregaat met nul uitstoot. Behalve water komt er niets vrij. Het systeem is gekoppeld via een CCS2-protocol, dezelfde standaard als bij elektrische auto’s. De communicatie tussen schip, waterstofcel en elektronica verloopt naadloos. Dat werkt betrouwbaar en stabiel, ook bij grote vermogens en piekbelastingen. Voor een schip van dit formaat met een zware kraan en veel vaarvermogen is dat uitzonderlijk."
Isolde: "Daarnaast zijn we trots op de erkenning als Koploper. Rijkswaterstaat werkt met koploperprojecten waarin samen met marktpartijen nieuwe, duurzame oplossingen worden ontwikkeld en toegepast. Dat voelt als een mooie bevestiging van wat we hier hebben neergezet."
Wat was de uitdaging?
Isolde: "Onze ambitie was helder: het schip moest volledig emissieloos worden. Onze projecten bestrijken vaak grote regio’s met meerdere waterwegen. Daardoor is één vaste laadvoorziening geen optie. Het schip kan niet iedere avond terugkeren naar dezelfde plek. Twee zijbeunen zijn ingericht voor accu’s. De grootste uitdaging zat in de vraag hoe we een elektrisch schip kunnen laden zonder een landelijk netwerk van laadpalen langs rivieren te realiseren."
Hoe hebben jullie dat aangepakt?
Isolde: "Die vraag leidde tot een mobiele oplossing: een verplaatsbare waterstofcel. Deze is ondergebracht in een compacte container en eenvoudig te vervoeren. Ligt het schip de volgende dag in een andere haven, dan reist de waterstofcel gewoon mee.
Een vrachtwagen brengt de installatie naar de kade. Aan het einde van de werkdag meert het schip aan, wordt de koppeling gemaakt en start het laden. In de waterstofcel wordt waterstof omgezet in elektriciteit. Zo blijft het schip flexibel, emissieloos en onafhankelijk van vaste laadinfra. We streven ernaar zoveel mogelijk groene waterstof te gebruiken, al spelen beschikbaarheid en kosten daarin een rol. Dat vraagt om voortdurende afstemming met leveranciers en opdrachtgevers, waaronder Rijkswaterstaat."
Bert: "Het vraagt vooral lef om dit te doen. De Technische Dienst heeft zich volledig verdiept in de materie en veel zelf ontwikkeld. In plaats van losse oplossingen in te kopen, is gekozen voor een integraal systeem waarin alles op elkaar is afgestemd. Dat maakt het betrouwbaar en efficiënt."
Wat is de sleutel tot succes?
Bert: "Wij kregen als Technische Dienst het vertrouwen en de ruimte om te experimenteren en te ontwikkelen. Voor technici zijn dit de mooiste projecten: complexe vraagstukken die vragen om creativiteit en vakmanschap. In combinatie met goede samenwerking in de keten en een organisatie die innovatie omarmt, ontstaat er iets bijzonders. Het resultaat is een toekomstbestendig schip dat bewijst dat grootschalige, emissievrije bouwlogistiek vandaag al haalbaar is."
Isolde: "De sleutel ligt uiteindelijk bij de mensen. Er was intensieve samenwerking met de werf, elektrotechnische partners en andere betrokken partijen. Rijkswaterstaat speelde daarin ook een belangrijke rol door dit koploperproject actief te stimuleren en enthousiasme te tonen. Dat gaf net het extra zetje om deze innovatieve stap daadwerkelijk te zetten."
