1. Home
  2. Nieuws
  3. Onze inbreng bij het debat over de staat van de infrastructuur

Onze inbreng bij het debat over de Staat van de Infrastructuur

Woensdag 18 maart 2026

Donderdag 19 maart spreekt de Tweede Kamer over de Staat van de Infrastructuur. De timing is urgent: minister Karremans stuurde deze week een Kamerbrief waarin hij erkent dat er meer dan €80 miljard aan opgaven ligt die niet binnen de huidige budgetten passen. Bruggen, tunnels, wegen en spoorobjecten bereiken massaal het einde van hun levensduur, terwijl er te weinig geld is voor vervanging of renovatie. Het kabinet kondigt een prioriteringskader aan: instandhouding van bestaande infrastructuur krijgt voorrang boven nieuwe investeringen, en vóór de zomer van 2026 moet duidelijk zijn welke projecten wel en niet doorgaan. Werk dat al gecontracteerd is moet doorgaan, anders wordt het vertrouwen ondermijnt. Wij hebben de Kamercommissie onze aandachtspunten meegegeven. De kern: prioriteer instandhouding, haal middelen naar voren en kom contractuele verplichtingen na.

De opgave is groter dan de budgetten

Het rapport over de Staat van de Infrastructuur laat een zorgelijk beeld zien. 104 objecten staan onder verscherpte monitoring vanwege veiligheidsrisico's, 80 objecten kennen al fysieke beperkingen en voor het eerst vallen ook tunnels in de risicocategorie. Het uitgestelde onderhoud is opgelopen tot €2,16 miljard — bijna een verdubbeling ten opzichte van 2020. De Rekenkamer berekende dat tot 2038 €34,5 miljard extra nodig is voor Rijkswaterstaat en €20 miljard voor ProRail om de negatieve trend te keren. Die tekorten zijn nijpend — en het extra budget om ze aan te pakken komt er voorlopig niet. Tot 2030 wordt er geen aanvullend budget vrijgemaakt; pas daarna komt er geleidelijk extra geld beschikbaar.

Vorige week verstuurde minister Karremans een brief die dit beeld bevestigt. Het kabinet erkent dat "niet alles kan en niet alles tegelijk kan" en kondigt aan een prioritering van welke projecten wel en niet zullen doorgaan te publiceren vóór de zomer van 2026. We begrijpen dat scherpe keuzes onvermijdelijk zijn, maar benadrukken dat uitstel van onderhoud geen besparing is maar het doorschuiven van hogere kosten en grotere risico's naar de toekomst.

Gecontracteerd werk moet doorgang vinden

Er bereiken ons signalen dat naar aanleiding van de recente Kamerbrief over het prioriteringskader al lopende projecten worden stilgezet. Dat is niet alleen schadelijk voor de betrokken bedrijven, maar tast ook het vertrouwen in de overheid als opdrachtgever structureel aan.

Gecontracteerd werk is een verplichting. Wat besteld is, moet worden afgenomen. Wij roepen de minister op om hier duidelijkheid over te geven aan de Kamer en de sector, en ervoor te zorgen dat lopende contracten worden gerespecteerd. Bezuinigingen horen te landen op nieuwe besluitvorming, niet op al aangegane verplichtingen.

Aanbestedingen onder druk

De financiële schaarste raakt de uitvoeringspraktijk direct. Marktpartijen worden geconfronteerd met stijgende kosten, hoge materiaalprijzen en personeelstekorten. Tegelijkertijd moeten zij aanbestedingen steeds vaker weigeren omdat de risicoverdeling niet langer verantwoord te dragen is. De mislukte aanbesteding van de Van Brienenoordbrug is daar een sprekend voorbeeld van. Dit laat zien dat de huidige aanpak wringt. Voorspelbare, meerjarige budgetkaders zijn essentieel om als marktpartijen capaciteit verantwoord te kunnen plannen.

Gemeenten worden vergeten in de opgave

Een onderbelicht onderdeel van de opgave is dat het merendeel van alle wegen, bruggen en sluizen in beheer is van gemeenten. Terwijl de staat van die infrastructuur vaak zorgelijk blijkt te zijn, hebben gemeenten maar weinig idee hoe het met infrastructuur gesteld is wat kan leiden tot gevaarlijke situaties. Onderzoek van EenVandaag laat zien dat Nederland ruim 1.500 kilometer kademuren kent die vrijwel allemaal aan vervanging toe zijn, een operatie die naar schatting nog eens €16 miljard extra gaat kosten. Die kosten landen grotendeels bij gemeenten, terwijl een overzicht van risicolocaties en een financiële prognose bij de meeste gemeenten simpelweg ontbreken. Slechts 12% van alle gemeenten heeft de vernieuwingsopgave goed in beeld. Door stijgende kosten in het sociaal domein en onzekerheid over het Gemeentefonds verschuiven investeringen in infrastructuur structureel naar de achtergrond. Toch lopen onderhoudsverplichtingen gewoon door. Wij vragen om structurele financierings- of cofinancieringsregeling via het Gemeentefonds voor gemeentelijk beheer en onderhoud.

Wat wij van de Kamer vragen

Wij roepen de Kamer op om de gereserveerde middelen uit het Regeerakkoord naar voren te halen voor vervanging en onderhoud van renovatie, om ervoor te zorgen dat infrastructuur veilig blijft. Ook pleiten we voor een verhoging van de investeringen in infrastructuur naar minimaal 2% van het BBP, zoals ook bepleit door ProRail, Rijkswaterstaat, de Mobiliteitsalliantie en de Logistieke Alliantie. 

De opgave in vervanging en renovatie is immens, ook voor gemeenten. Ontwikkel daarom een meerjarig investeringsprogramma. Werk daarbij aan de voorkant samen met marktpartijen, zodat planning, capaciteit en innovatie maximaal worden benut en aanbestedingen aantrekkelijk en haalbaar blijven. En versnel procedures door regels te schrappen en consequent beleid te voeren.

Bovenal is het van belang dat lopende contracten worden gerespecteerd. Keuzes maken in schaarste is de kern van politiek, maar mag niet betekenen dat het vertrouwen van bouwers wordt geschaad. Het prioriteringskader mag daarom geen effect hebben op al aangegane afspraken. 

 

Mathijs Rooling
Belangenbehartiger infrastructuur Bouwend Nederland