- Home
- Vereniging
- Regio zuid
- Afdeling brabant mid west
- Circulair bouwen afdeling brabant mid west
- Groene vaart fase 3
Groene Vaart fase 3
Lees meer over dit 'circulair bouwen' project in de afdeling Brabant Mid-West.
Projectinformatie
| Projectnaam | Groene Vaart fase 3 |
| Type project | Grondgebonden woningen |
| Plaats | Oudenbosch |
| Uitvoerende aannemer | Van Wijnen Breda |
| Contactpersoon aannemer | Danny Vermeer |
| E-mailadres contactpersoon | d.vermeer@vanwijnen.nl |
| Tel. contactpersoon | 06-12050910 |
| Opdrachtgever | Van Wijnen Project Ontwikkeling Zuid (POZ) |
| Contractvorm | SOK |
| Uitvoeringsperiode | Mei 2026 - eerste kwartaal 2027 |
Omschrijving van het project
Afgelopen mei startten we in Oudenbosch (West-Brabant) met de bouw van vier woningen in de wijk Groene Vaart. Door het toepassen van onder andere CO₂-arm beton, hout en vlas hebben de tweekappers, volgens de huidige ontwerpberekeningen, een MPG-score die 42% lager is dan de wet voorschrijft. ± 30% van het totale gewicht van de woningen bestaat uit hernieuwbare, secundaire of hergebruikte materialen.
Het projectteam, met projectontwikkelaar Scott Hoen en projectleider Ruud van de Rijzen voorop, zocht al vanaf de eerste schets welke materiaalkeuzes invloed hebben op materiaalgebruik en CO₂-uitstoot. Daarbij is continu gekeken naar een balans tussen milieu- impact, kwaliteit, betaalbaarheid en wooncomfort.
Mét succes, want uit voorlopige berekeningen volgens de MPG-methodiek (Milieuprestatie Gebouwen: een rekenmethode die de milieubelasting van materialen in een gebouw uitdrukt) blijkt dat de woningen een MPG-score van ± 0,46 behalen (ter vergelijking: de wet schrijft voor dat deze maximaal 0,8 mag zijn).
Daarnaast is in het ontwerp gestuurd op een Paris Proof-indicator (een maat voor de totale CO₂- uitstoot van een gebouw tot aan oplevering). Voor de woningen in Oudenbosch ligt deze onder de 160 kg CO₂ per m² bruto vloeroppervlak (ter vergelijking: 'Het Nieuwe Normaal 1.2' bestempelt een waarde van 200 kg CO₂ per m² als ‘ambitieus’ voor een grondgebonden woning).
Materiaalkeuzes vanaf de eerste schets doorgerekend
"Een lage milieu-impact was vanaf het begin het uitgangspunt", vertelt Bart Triep, specialist duurzaamheid. "De uitdaging was om de materiaalkeuzes te optimaliseren op basis van MPG- en Paris Proof-berekeningen én uitvoerbaarheid, met een houten casco als basis. Vanaf de eerste schets is het ontwerp stap voor stap geoptimaliseerd. Iedere materiaalkeuze hebben we beoordeeld: wat betekent dit voor de milieu impact én is het goed uitvoerbaar?"
Daarbij is bewust gekozen voor een brede benadering. Bart: "In dit project zetten we waar mogelijk in op materialen op basis van hernieuwbare grondstoffen, zoals hout en vlas. Voor onderdelen waar beton nodig is, zoals de fundering en beganegrondvloer, is gekeken naar varianten met een lager aandeel primaire grondstoffen en een lagere berekende CO₂- impact. In alle gevallen geldt dat we het materiaalgebruik zo veel mogelijk beperken. De huidige resultaten zijn gebaseerd op ontwerpberekeningen; in de volgende fases blijven we zoeken naar verdere optimalisaties."
Van ambitie naar maakbare keuzes
In de voorbereidingsfase speelden projectleider Erik Willemse en werkvoorbereider Nina Zweers een belangrijke rol bij het concreet maken van deze keuzes. "Bij elke keuze stelden we onszelf dezelfde vragen: wat is de berekende milieu-impact, is dit maakbaar op de bouwplaats, past het binnen de planning en blijven de kosten beheersbaar? Die afweging hebben we steeds opnieuw gemaakt", vertelt Erik.
Voorbeelden van toegepaste keuzes
Het projectteam richtte zich bij de materiaalkeuzes vooral op CO₂-impact en het gebruik van primaire grondstoffen. De onderdelen met de grootste invloed op de berekende milieu-impact zijn daarbij als eerste onderzocht. Dit heeft geleid tot de volgende keuzes:
Houtskeletbouw (HSB) voor bovenbouw
De woningen worden opgebouwd met HSB-elementen (Houtskeletbouw: een bouwmethode waarbij een houten frame de dragende constructie vormt) voor zowel wanden als verdiepingsvloeren. Hierdoor wordt het gebruik van zwaardere materialen zoals beton en kalkzandsteen beperkt.
Beganegrondvloeren met secundair zand
Voor de beganegrondvloeren werken we samen met Dycore. Zij leveren 'groene' ribbenvloeren conform het 'Betonakkoord' met een CO₂-uitstoot van 146 kg/m³. Deze vloeren bevatten minimaal 25% secundair zand (hergebruikt materiaal uit bijvoorbeeld sloopafval). Dycore onderzoekt of dit aandeel verder verhoogd kan worden.
Fundering met gereduceerd materiaalgebruik
Waar mogelijk is gekozen voor holle funderingsbalken van IJB. Hierdoor wordt het materiaalgebruik met circa 10% verlaagd ten opzichte van een reguliere funderingsbalk. De funderingspalen bevatten daarnaast 30% betongranulaat (gerecycled beton) en 40% secundair zand.
Gevelsteen met minder materiaalgebruik
Door toepassing van een slankere 65 mm gevelsteen (de EcoBrick) wordt het materiaalvolume per m² gevel verminderd. Dit leidt tot 35% minder materiaalgebruik ten opzichte van een standaard steenformaat met een dikte van 100 mm.
Hernieuwbare isolatie in wanden en daken
In wanden en daken worden isolatiematerialen toegepast op basis van hernieuwbare grondstoffen (materialen die opnieuw kunnen aangroeien, zoals houtvezel en vlas).
Thermisch verduurzaamd hout aan de gevel
De gevels worden afgewerkt met thermisch verduurzaamd hout. Dit is hout dat door verhitting is behandeld, waardoor het zonder chemische middelen beter bestand is tegen vocht en schimmels.
Hergebruikte dakpannen
De dakpannen worden geleverd door Luijtgaarden, specialist in hergebruikte dakpannen. De woningeigenaren ontvangen hiervoor een garantiecertificaat.
