Bouwmedewerkers overleggen op de werkvloer

De Wet ketenaansprakelijkheid (Wka) maakt de aannemer van een werk en de inlener van arbeidskrachten aansprakelijk voor de loonheffingen die zijn onderaannemer in verband met aan hem uitbesteed werk moet afdragen. Op zijn beurt kan de onderaannemer een deel van het werk dat aan hem is uitbesteed, aan een ander uitbesteden of gebruik maken van ingeleende arbeidskrachten; zo kan een keten ontstaan van (onder)aannemers/inleners die allen bij de uitvoering van één werk betrokken zijn. De Wka maakt elke schakel van de keten aansprakelijk voor alle volgende schakels in de keten.

Toepassing Wka

De Wka is van toepassing in situaties van aanneming van werk (ketenaansprakelijkheid) en inlening van personeel (inlenersaansprakelijkheid). Aanneming van werk is voor de ketenaansprakelijkheidregeling ruimer dan wat in het Burgerlijk Wetboek onder aannemerij wordt verstaan. De Wka heeft het oog op de situatie dat een aannemer voor een opdrachtgever buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard uitvoert tegen een te betalen prijs (resultaatverbintenis). Wanneer de aannemer de uitvoering van dat werk geheel of gedeeltelijk uitbesteedt aan een ander, is die ander onderaannemer. Van inlening (en doorlening) is sprake wanneer een werknemer met instandhouding van zijn dienstbetrekking aan een derde ter beschikking wordt gesteld om onder diens leiding en toezicht werkzaam te zijn. Dit wordt ook wel een inspanningsverbintenis genoemd; niet het resultaat wordt beoogd maar puur de inspanning (arbeid). Het verschil tussen ketenaansprakelijkheid en inlenersaansprakelijkheid zit hem veelal in de feitelijke situatie. Ook het gekozen contract speelt daarbij een rol: onderaannemingsovereenkomst of inleenovereenkomst?

Werk van stoffelijke aard

Het is soms moeilijk vast te stellen of een bepaald werk van stoffelijke aard is. Meestal zal de uitvoering van zo’n werk een tastbaar product opleveren. Tot werken van stoffelijke aard moeten onder meer worden gerekend: bouwwerken, wegenaanleg, landbewerking, herstelwerkzaamheden, het vervaardigen van kleding. Maar ook het verrichten van diensten zoals het verpakken van goederen en schoonmaken behoren daartoe. Niet-stoffelijk zijn de producten van in hoofdzaak persoonsgebonden arbeid van geestelijke of intellectuele aard, zoals de producten van auteurs en musici.

Te betalen prijs

De Wka spreekt van ‘een te betalen prijs’. Daarmee vallen ook de zogenaamde regieovereenkomsten onder de werking van de wet. De regieovereenkomst is een aannemingsovereenkomst, waarin is afgesproken dat wordt afgerekend op basis van gewerkte uren en verwerkte materialen.
Iedere aannemer in die ‘werk van stoffelijke aard’ aan een onderaannemer uitbesteedt, is aansprakelijk voor de loonbelasting en sociale premies, die zijn onderaannemer in verband met dat werk is verschuldigd aan de Belastingdienst.

Training

Volg onze training!

Kom in één dag alles te weten over de wet- en regelgeving rondom ketenaansprakelijkheid met praktische voorbeelden.

Wet Ketenaansprakelijkheid (WKa)

Uitzonderingen

1. De onderaannemer voert het werk dat hij heeft aangenomen, geheel of grotendeels uit in zijn eigen bedrijf. ‘Grotendeels’ wil zeggen: voor meer dan 50% van het benodigde aantal arbeidsuren.

Voorbeeld
De onderaannemer heeft een bedrijf voor betonelementen. Het werk dat aan hem is uitbesteed bestaat uit het fabriceren van betonnen trappen. Dit werk vindt voor meer dan 50% van het benodigde arbeidsuren in zijn eigen bedrijf plaatsvindt. De aannemer is nu niet aansprakelijk voor de betaling van de loonheffingen met betrekking tot het uit te voeren werk.

2. Twee partijen sluiten een overeenkomst van koop en verkoop van een bestaande zaak. Zij spreken af dat de verkopende partij als onderaannemer een werk zal uitvoeren dat samenhangt met die verkoop. Het werk aan die zaak is echter van ondergeschikte betekenis.

Voorbeeld
Een aannemer koopt bij een fabrikant deuren die uit voorraad leverbaar zijn. Hij spreekt tegelijk af dat de fabrikant de deuren zal afhangen. Wat betreft dit afhangen van de deuren, is de fabrikant onderaannemer. In verhouding tot het produceren van de deuren is het afhangen een werk van ondergeschikte betekenis. De aannemer is niet aansprakelijk voor de betaling van loonheffingen met betrekking tot het afhangen van de deuren.

Als de fabrikant het afhangen uitbesteedt, wordt hij als aannemer aansprakelijk voor de loonheffingen die zijn onderaannemer en eventueel volgende onderaannemers niet betalen.

Aansprakelijkheid

Zowel bij inlenen van arbeidskrachten als aanneming van werk is de (hoofd)aannemer/opdrachtgever hoofdelijk aansprakelijk voor de loonheffingen die zijn onderaannemer in verband met dat werk is verschuldigd. De onderaannemer kan op zijn beurt het werk, of een gedeelte daarvan, dat hij heeft aangenomen van de aannemer, uitbesteden aan een andere (onder)aannemer. De aannemer is dan ook hoofdelijk aansprakelijk voor de loonheffingen van die andere onderaannemer en van eventuele volgende onderaannemers. Ook iedere onderaannemer zelf is hoofdelijk aansprakelijk voor de loonheffingen van de onderaannemers aan wie hij werk heeft uitbesteed, en van eventuele volgende onderaannemers. Zo ontstaat een keten van aansprakelijke aannemers die bij een bepaald werk zijn betrokken. Als een van de onderaannemers in de keten de loonheffingen in verband met dit werk niet betaalt, dan kunnen de aannemers boven hem in de keten daarvoor aansprakelijk worden gesteld. De onderaannemer die personeel inleent, is hoofdelijk aansprakelijk voor de loonheffingen en omzetbelasting die de uitlener is verschuldigd. Als de onderaannemer/inlener aansprakelijk wordt gesteld voor de niet-betaalde loonheffingen van de uitlener en hij betaalt niet, dan zijn op grond van de Wka ook de aannemers boven hem in de keten hiervoor aansprakelijk. Voor de inlenersaansprakelijkheid kan de (hoofd)aannemer/opdrachtgever ook aansprakelijk gesteld worden voor niet afgedragen btw.

Voorbeeld

Opdrachtgever ==> Aannemer A ==> (onder)aannemer B ==> (onder)aannemer/inlener C ==> uitlener D

Stel dat onderaannemer C gebruik maakt van ingeleend personeel van uitlener D. C is dan aansprakelijk voor de loonheffingen die uitlener D is verschuldigd. Als C zijn aansprakelijkheidsschuld niet betaalt, kunnen de aannemers boven C in de keten aansprakelijk worden gesteld.

Beheersing aansprakelijkheidsrisico

Als de aannemer een bedrag voor de loonheffingen heeft gestort op de g-rekening van zijn onderaannemer, kan hij aan die storting onder bepaalde administratieve voorwaarden een wettelijke vrijwaring van zijn aansprakelijkheid te ontlenen. Dit is vastgelegd in art. 6 van de Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004. Dit artikel valt uiteen in 3 administratieve onderdelen: factuureisen, betalingseisen en de inrichting van de administratie (boekhouding) zelf.

1. De factuur van de onderaannemer moet voldoen aan de eisen die de wet stelt. Dit zijn de algemene factuurvereisten van art. 35 van de Wet op de omzetbelasting 1968, ook de vermelding van:

  1. Het nummer of het kenmerk van de overeenkomst op grond waarvan de prestatie is verricht;
  2. Het tijdvak waarin de prestatie is verricht;
  3. De benaming of kenmerken van het werk waarop de betaling heeft.

2. Bij de betaling zelf wordt het nummer van de factuur vermeld en een eventueel kenmerk van de factuur, zodat de factuur direct kan worden gevonden in de administratie van de inlener, aannemer of opdrachtgever.

3. De administratie van de inlener, aannemer of opdrachtgever moet zo zijn ingericht dat daarin direct kan worden teruggevonden:

  1. De overeenkomst of de inhoud daarvan, op grond waarvan de afgesproken prestatie wordt verricht;
  2. De gegevens over de uitvoering die overeenkomst inclusief een registratie van de personen die zijn ingeleend of werk in (onder)aanneming hebben verricht en van de dagen waarop en de uren gedurende welke die personen werkzaamheden hebben verricht in verband waarmee voor de inlener en aannemer aansprakelijkheid bestaat;
  3. De betalingen die in verband met de voorenbedoelde overeenkomst zijn gedaan.

In de praktijk kan, om te voldoen aan het genoemde in punt 3 sub 2 het Modelformulier vastlegging persoonsgegevens (voor ondernemers) bij aansprakelijkheidsregeling voor loonheffing en btw worden gebruikt. Op dit formulier worden diverse gegevens verzameld, waaronder:
1. Een uitreksel uit het het register van de Kamer van Koophandel van de onderaannemer/uitlener;
2. de N.A.W.-gegevens van de werknemers van de onderaannemer;
3. de BSN/sofi-nummers van de werknemers van de onderaannemer;
4. kopieën van de manurenlijsten;
5. identiteit van de werknemers door N.A.W.-gegevens vast leggen samen met geboortedatum,
nationaliteit, BSN, soort/nummer/geldigheidsduur identiteitsbewijs en (indien van toepassing) A1-verklaring, verblijfsvergunning.

Hiernaast zijn ook kopieën van manlijsten nodig in de administratie om te voldoen aan het genoemde in punt 3 punt sub 2.

Let op: Op de vastlegging en het gebruik van de persoonsgegevens zijn meerdere wetten te gelijk van toepassing. U dient dus rekening te houden te houden met meerdere verplichtingen tegelijkertijd. De persoonsgegevens heb je nodig om te voldoen aan identificatie- en verificatieplichten vóórdat de werkzaamheden beginnen, je hebt de persoonsgegevens nodig om gebruik te kunnen maken van de wettelijke vrijwaring van aansprakelijkheid en je dient bij het gebruik van persoonsgegevens de regels van de AVG te respecteren.

Dit betekent dat partijen onderling dienen af te spreken wanneer (welk moment), hoe (via welk document of welke verbinding) en op welke wijze (beveiliging bij het delen, het gebruik en de opslag) de persoonsgegevens worden gedeeld en gebruikt. Hiervoor dient extra te worden nagedacht over een veilige wijze van het gebruik van het BSN nummer, omdat dit volgens de AVG vereist is. De AVG en overige wetgeving maken het delen van de persoonsgegevens, inclusief BSN, op zich mogelijk.

Lees meer over de AVG.

Het storten van bedragen op de g-rekening van de onderaannemer

De aannemer/opdrachtgever mag zelf bepalen welk percentage van het loon uit de aanneemsom op de g-rekening wordt gestort. Toch is het verstandig als de te storten bedragen ongeveer overeenkomen met de werkelijk te betalen loonheffingen. Om dit goed te kunnen doen is het allereerst zaak zicht te krijgen op het loonkostenbestanddeel van een onderaanneemsom. Louter over dit loonkostenbestanddeel bestaat immers aansprakelijkheidsrisico. Analyse van een aantal contracten heeft in een aantal indicatieve percentages geresulteerd, die hieronder volgen. Onvermeld blijft bijvoorbeeld heiwerk, omdat de percentages zo uiteenliepen van een aantal contracten, dat gesteld kan worden, dat hier geen "dwarsdoorsnede" te geven is. De vakbekwaamheid van de hoofdaannemer zal hem in staat moeten stellen te oordelen of de door de onderaannemer opgegeven percentages juist zijn door continue bewaking van het aantal uren dat op het betreffende project wordt gewerkt.

Als je het loonkostenbestanddeel hebt vastgesteld en de onderaannemer heeft aan de eerder genoemde administratieve voorwaarden voldaan, dan is het risico op aansprakelijkheid op grond van het anoniementarief tot een minimum beperkt. Je kunt dan volstaan met een storting van 40% over het loonkostenbestanddeel op de G-rekening.

Als niet, of slechts ten dele aan de genoemde administratieve voorwaarden is voldaan, stijgt het risico op aansprakelijkheidsstelling op grond van het anoniementarief. In deze gevallen en ook bij ontstane twijfels over de afdrachtmoraal van de onderaannemer doe je er verstandig aan om dit percentage te verhogen tot 50%.

Voor uitzendbureaus die gecertificeerd zijn volgens de normen van de Stichting Normering Arbeid gelden andere stortingspercentages. Zie voor meer informatie de Handleiding.

Deblokkering van de g-rekening

Het kan voorkomen dat het saldo van de g-rekening hoger is dan de loonheffingen waarvoor de bedragen zijn gestort. In dat geval kan de onderaannemer de Belastingdienst verzoeken de rekening voor het verschil te deblokkeren.

Handleiding Wka

Wij hebben voor onze leden de Handleiding Wka opgesteld. De handleiding helpt leden om te gaan met ketenaansprakelijkheid en bevat veel nuttige achtergronden, wetenswaardigheden, jurisprudentie en praktijkvoorbeelden. Daarmee is het een handig naslagwerk geworden en een ‘must’ voor hoofdaannemers en onderaannemers. Door het gebruik van directe links tussen tekstgedeelten en naar diverse bijlagen kent deze tool een groot gebruiksgemak. Mede vanwege de omvang van het document (méér dan 90 pagina’s) is ervoor gekozen om deze digitaal aan de leden van Bouwend Nederland beschikbaar te stellen.

Direct naar de gebruikersvriendelijke en interactieve versie van de Handleiding Wka van Bouwend Nederland (alleen leden).