Groei bouw valt in 2020 en 2021 stil door stikstofproblematiek

Martin Koning is coördinator en senior onderzoeker bij het Economisch Instituut voor de Bouw

woensdag 5 februari 2020
Afbeelding Groei bouw valt in 2020 en 2021 stil door stikstofproblematiek

Afgelopen jaar was de bouw opnieuw een van de sterkst groeiende sectoren in het land. Door de stikstofproblemen valt de groei van de bouw in 2020 en 2021 stil. Vooral de nieuwbouw van woningen en infraprojecten worden zwaar getroffen. Met de juiste maatregelen kan de vergunningverlening volgend jaar weer flink op stoom komen en kan de bouw vanaf 2022 weer een sterke groei tegemoet zien. Niet alleen komen de vertraagde woningbouw- en infraprojecten weer op gang, ook extra investeringen in duurzaamheid leveren een belangrijke bijdrage.

De goede prestatie in het afgelopen jaar werd vooral gedragen door een zeer krachtige groei van de utiliteitsnieuwbouw (13,5%). De groei bij de woningbouw en bij de infrasector vertoonde met een groei van rond de 2% een veel gematigder beeld. De totale bouwproductie groeide met 4%. De bouw slaagde er voor het derde jaar op rij in om de arbeidscapaciteit fors (3,5%) uit te breiden.

Einde aan gunstige ontwikkeling

Aan de gunstige ontwikkeling van de bouw komt nu tijdelijk een einde. De vergunningverlening bij de nieuwbouw van woningen liep in de eerste maanden van 2019 al duidelijk terug en zette in de tweede helft van het jaar versterkt door als gevolg van de stikstofcrisis. Ook een deel van de infrastructuurprojecten liepen door stikstof en PFAS vertragingen op. De bouwproductie zal hierdoor dit jaar licht krimpen en in 2021 stabiliseren. De woningbouw en de infrastructuur worden het zwaarst getroffen. De nieuwbouwproductie van woningen daalt in beide jaren met zo’n 5% per jaar. De productie in de gww-sector daalt dit jaar eveneens, waarbij de nieuwbouw- en renovatieproductie ruim 5% daalt. De infrasector heeft het meest te lijden van de problemen rond stikstof en PFAS, maar intensiveringen door het Rijk voorkomen dat de productie nog verder terugvalt. De utiliteitsbouwproductie stabiliseert. De nieuwbouw staat licht onder druk, terwijl renovatie en onderhoud tegenwicht bieden. Na jaren van hoge werkgelegenheidsgroei slaat ook het beeld op de bouwarbeidsmarkt dit jaar om. De werkgelegenheid daalt in de loop van het jaar en komt gemiddeld dit jaar nog net uit boven die van 2019. In 2021 daalt de werkgelegenheid met 1,5%. Over beide jaren gemeten neemt het arbeidsvolume met 5.000 arbeidsjaren af. De krapte op de arbeidsmarkt neemt hierdoor ook af. De instroom vanuit de opleidingen is de komende twee jaar voldoende om de uitstroom van gepensioneerden en arbeidsongeschikten op te vangen. Van grote werkloosheid onder bouwvakkers zal geen sprake zijn.

Hoewel ondanks de stikstofproblemen de totale bouwproductie niet gaat krimpen, kan dit voor individuele bedrijven wel het geval zijn. Bedrijven die vooral actief zijn in sectoren of gebieden die door stikstof en PFAS worden getroffen, kunnen een sterke omzetdaling ervaren met verhoogde kans op ontslagen en faillissementen. Daarentegen kunnen de bedrijven die vooral gericht zijn op herstel, verbouw en onderhoud de komende jaren wel verdere groei tegemoet zien.

Sterk groeiperspectief

Op middellange termijn heeft de bouw nog steeds een sterk groeiperspectief. Bij een sterk dynamische onderliggende vraag en inhaalvraag van eerder vertraagde projecten kan de bouwproductie zich vanaf 2022 weer sterk gaan ontwikkelen. Als het kabinet erin slaagt om met adequate maatregelen de woningbouw voldoende ruimte te bieden, kan de nieuwbouwproductie van woningen in de periode 2022-2024 met gemiddeld 7% groeien. Hiermee wordt een belangrijk deel van het productieverlies in eerdere jaren ingelopen. Het aantal opgeleverde woningen kan dan groeien naar 70.000 tegen het eind van de periode. Tot een verruiming van de woningmarkt leidt dit overigens nog steeds niet. Het CBS verwacht een groei van het aantal huishoudens dat hier elk jaar nog ruim boven ligt. Ook de investeringen in de infrastructuur kunnen dan weer groeien met gemiddeld 4,5% per jaar. De nieuwbouwproductie in de utiliteitssector blijft hier bij achter, maar na de hoge groeicijfers in afgelopen jaren is een solide groei van 2% per jaar geen ongunstig resultaat. Het herstel en de verbouwproductie in zowel de woningbouw als de utiliteitssector groeien in deze periode met 3 tot 4% op jaarbasis. Extra investeringen in verduurzaming van bestaand vastgoed, in samenhang met het klimaatbeleid, spelen hierbij een belangrijke rol. De totale bouwproductie kan in de periode 2022-2024 jaarlijks met gemiddeld 3,5% toenemen, waarbij het productieniveau in 2024 uitkomt op ruim 81 miljard euro. Dit niveau ligt 15% boven het niveau van de reële bouwproductie dat net voor de crisis nog werd gerealiseerd. De werkgelegenheid kan met gemiddeld 2% per jaar toenemen tot 483.000 mensen in 2024. De bouw zal opnieuw de concurrentie moeten aangaan met andere sectoren om extra personeel aan te trekken. De benodigde zijinstroom ligt dan wel beduidend lager dan in voorgaande jaren, waardoor de spanning op de bouwarbeidsmarkt ook lager zal zijn.

Lees meer

EIB (2020), ‘Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid, 2020-2024’.