COLUMN | Bye bye compacte stad?

Ellen van Bueren is hoogleraar Urban Development Management aan de TU Delft

donderdag 3 september 2020
Afbeelding COLUMN | Bye bye compacte stad?

De bouwsector lijkt de COVID-schade vooralsnog te kunnen beperken, zeker met extra infrastructurele investeringen in het vooruitzicht, de belofte op een miljoen woningen en het pleidooi voor anticyclisch bouwen. Met enige vertraging worden lopende en op stapel staande plannen en projecten gerealiseerd. Betekent dat dan dat de bouw als vanouds, op de vertrouwde wijze, door kan?

Nee, COVID stelt vertrouwde planningsconcepten ter discussie. De compacte stad met de daaruit voortvloeiende binnenstedelijke transformatieopgave met voornamelijk gestapelde bouw staat op gespannen voet met de anderhalve meter afstand. Ook concepten als transit-oriented development, waarbij hoogwaardig openbaar vervoer wordt gekoppeld aan stedelijke ontwikkeling, en innovatiedistricten, die leunen op ontmoetingen tussen in elkaars nabijheid gevestigde start-ups en bedrijven, waarbij de koffiebar fungeert als ‘derde ruimte’ naast publieke en private, zijn moeilijk te rijmen met de anderhalve meter samenleving. Deze concepten steunen alle op hoge dichtheden en persoonlijke ontmoetingen. Hoogbouw, of dit nu is voor wonen of werken, heeft de lift als grote bottleneck. Het is de vraag in hoeverre apps om de lift te reserveren soelaas kunnen bieden, de capaciteit blijft beperkt. Kleine studio’s met gemeenschappelijke ruimten ter compensatie van de schaarse privéruimte, een recent antwoord van ontwikkelaars en huisvesters op de behoefte aan betaalbare woonruimte op gewilde, maar dure plekken in de stad, schieten in de COVID-tijd ook schromelijk tekort.

Nu is het natuurlijk de vraag of corona een eenmalige ramp in zijn soort is, en hoeverre we ons daarop moeten voorbereiden. In een steeds dichter bevolkte wereld liggen virussen en pandemieën op de loer, en zou het logisch zijn om ons daarop voor te bereiden. Maar dan nog zouden we kunnen stellen dat we de kans klein achten, en dat we het risico voor lief nemen. We kunnen dan onze leefomgeving blijven inrichten op basis van de bekende planningsconcepten. COVID heeft naar verwachting echter een aantal lange termijngevolgen voor het gebruik van gebouwen, infrastructuren en publieke ruimten. Denk bijvoorbeeld aan de veranderende woon-werkrelatie en de herwaardering van de publieke ruimte. Dit alleen al vraagt om een aanpassing van de bestaande planningsconcepten.

Kortom, we hebben behoefte aan nieuwe verstedelijkingsidealen. Idealen die net als de bestaande een duurzame en leefbare omgeving als uitgangspunt nemen, en die op zoek gaan naar nieuwe manieren om deze vorm te geven. Daarbij moet ook een hernieuwde relatie tussen stad en buitengebied en tussen wonen en werken niet worden geschuwd. Tijd dus voor loslaten en herbezinnen.