Prettig en klimaatbestendig wonen in een groene omgeving

maandag 28 september 2020

Helen Visser

Beleidsadviseur Duurzaamheid
Afbeelding Prettig en klimaatbestendig wonen in een groene omgeving

Extreme droogte, hagelstenen zo groot als tennisballen en rivieren die buiten hun oevers treden – de gevolgen van klimaatverandering hebben steeds meer impact op ons dagelijks leven. Hoe kunnen we daar in onze manier van wonen en bouwen rekening mee houden?

Klimaatverandering vraagt om klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen. Zo maak je woonomgevingen toekomstbestendig, duurzaam en prettig om in te leven. Om deze manier van bouwen te stimuleren, lanceren Bouwend Nederland, NVB Bouw en de NEPROM het platform 'Klimaatadaptief bouwen met de natuur' (KAN). Hier vinden projectontwikkelaars, corporaties, gemeenten, beleggers en bouwers allerlei informatie over klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen.

Temperatuur- en watermanagement

Oververhitting en wateroverlast zijn qua klimaatverandering de twee grootste uitdagingen voor woningbouwers. Klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen heeft daar het antwoord op. "In stedelijke gebieden zien we zomers steeds vaker een hitte eiland-effect optreden. Meer groen en schaduw bieden dan uitkomst", zegt Claudia Bouwens, Programmaleider KAN. "Tijdens natte perioden willen we juist water vasthouden. Niet direct afvloeien naar het riool, maar opslaan in de bodem via parken, tuinen en oppervlaktewater."

Meer biodiversiteit

Bij klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen ligt de focus op een groene woonomgeving. "We hebben de ambitie om niet alleen nieuwe woningen, maar ook nieuwe natuur te bouwen", vervolgt Bouwens. "Zodat binnen en buiten de stedelijke gebieden de natuurwaarden toenemen. Met meer biodiversiteit en verscheidenheid aan landschappen als resultaat." Bovendien is het de verwachting dat bouwen met oog voor klimaat en natuur binnen enkele jaren een wettelijke eis wordt. "Met KAN willen we ervaringen met deze manier van bouwen opdoen en uitwisselen; wat zijn goede maatregelen en wanneer hebben deze het meeste effect?"

Fijn wonen

Hoe meer natuur, hoe prettiger de woonomgeving. Bewoners hebben altijd al behoefte gehad aan groen om zich heen. Is er een park of natuurgebied in de buurt? Dan is een woning meer waard. Door de coronacrisis zijn potentiële kopers zich nog bewuster geworden van het belang van natuur en recreatie in de nabijheid. "Bewonerswaardering is belangrijk voor ons. Ook omdat de natuur in bouwprojecten deels gefinancierd moet worden vanuit de verkoopprijs", voegt Bouwens toe. "Dat kan ook, want kopers hechten steeds meer waarde aan een toekomstbestendige woning. Worden de klimaatveranderingen nog extremer? Dan willen zij daar in hun nieuwe huis weinig last van hebben."

Linck in de Binck

Een voorbeeld van klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen is Linck in de Binck van TBI-onderneming ERA Contour. Dit appartementengebouw in de Haagse wijk Binckhorst wordt het eerste klimaatadaptieve en natuurinclusieve woon-werkgebouw in de stad. Met onder andere 77 koopwoningen, een verticaal atrium door het hele pand, dak- en binnentuinen, tuinloggia's, tuinpockets tussen het atrium en de gevel, gevelbeplanting en nestkasten. Uniek is dat het natuurinclusieve concept het sociale contact stimuleert. "We hebben het beplantingsconcept bewust geïntegreerd met het sociale domein", zegt Erik Gathier, conceptontwikkelaar bij ERA Contour. "De tuinen, loggia's en het atrium zijn ontmoetingsplekken. Dus al de beplanting is niet alleen goed voor de biodiversiteit en de gezondheid, maar ook voor de sociale verbondenheid."

Polderdak

Linck in de Binck heeft ook diverse klimaatadaptieve aspecten. Zo heeft het pand een Polderdak dat 53 kubieke meter hemelwater kan vasthouden. Dat voorkomt wateroverlast, zorgt voor een gematigde binnentemperatuur en voor bewatering van de planten door het hele gebouw. Via een ingenieus waterleidingsysteem wordt overtollig hemelwater naar de binnentuinen getransporteerd.

Het wiel opnieuw uitvinden

Omdat Linck in de Binck op veel punten de eerste was, moesten Gathier en zijn collega's vaak het wiel opnieuw uitvinden: "Zo moesten de verdiepingen hoog genoeg zijn voor bewoning inclusief een groene wortellaag, moest de constructie onder de tuinen meer gewicht kunnen dragen en groeit de gevelbeplanting vanaf gemeentelijke grond." Dat laatste leidde tot discussie over het beheer met de gemeente en over brandveiligheid met de brandweer. "Een kennisplatform als KAN had ons op deze vlakken zeker geholpen. Bewust hebben we vanaf dag één met alle betrokken disciplines zoals landschapsarchitecten, constructeurs en installatietechnici nauw samengewerkt. Daardoor waren zowel klimaatadaptiveit als natuurinclusiviteit vanaf het begin goed in het plan verwerkt en hoefden we later nauwelijks aanpassingen te maken. Ik zou dat iedere projectontwikkelaar die start met natuurinclusief bouwen willen aanraden."

Het KAN-platform draait om het delen van kennis en ervaring. Daarom zijn de initiatiefnemers op zoek naar 30 projecten die willen meedoen. Bouwens roept ook gemeenten nadrukkelijk op hun steentje bij te dragen: "We moeten dit samen doen. Bij klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen gaat het om woningen en hun omgeving, een opgave die we niet zonder de gemeenten kunnen oppakken." Projectontwikkelaars, corporaties, bouwers en gemeenten kunnen hun project via de website van het Lenteakkoord aanmelden.