Binnen- en buitenstedelijk bouwen mogen elkaar niet uitsluiten

dinsdag 17 november 2020

Richard Massar

communicatieadviseur
Afbeelding Binnen- en buitenstedelijk bouwen mogen elkaar niet uitsluiten

Om de woningnood op te lossen wordt veel gekeken naar de ontwikkeling van buitenstedelijke gebieden. De vraag is of dat eigenlijk wel terecht is. Juist binnen de stad zelf zijn ook veel mogelijkheden om op een effectieve en participatiegerichte wijze de capaciteit te vergroten. Maar kan dat snel genoeg?

Reimar von Meding, directeur en architect bij KAW, strijdt tegen het ‘hardnekkige vooroordeel’ dat binnenstedelijke ontwikkeling niet uit te voeren is. “Er is gebleken dat juist op de terreinen waar al gewoond wordt veel meer ruimte aanwezig is om extra woonruimte te realiseren dan over het algemeen aangenomen wordt. Voor ontwikkeling van deze gebieden wordt vaak een beetje teruggedeinsd, omdat daar al mensen wonen. Dan hebben we het over het overhoop halen van de leefomgeving als je daar aan de gang gaat.” Maar, ziet Von Meding, juist in deze wijken kan worden gewonnen op woningkwaliteit en sociale mobiliteit binnen de wijk, terwijl de capaciteit wordt uitgebreid. Vaak gaat het namelijk om zogenoemde Vogelaarwijken. “Je zou een dubbelslag kunnen maken, want het zijn doorgaans wijken die ook echt aan vernieuwing toe zijn.”

Slecht ter been

De belangrijkste belangengroep in binnenstedelijke ontwikkeling zijn de huidige bewoners. Die zijn niet over één kam te scheren, ziet Von Meding. “Je hebt mensen die totaal geen interesse hebben in verhuizen. Zij hebben een leuk huis met afbetaalde hypotheek. Daar willen ze blijven wonen.” Toch mag dat geen eenzijdig beeld creëren van de woonbehoefte van de bewoners. “Aan de andere kant van het spectrum heb je mensen die weg móeten, bijvoorbeeld omdat ze slecht ter been zijn. Daar heeft de Rabobank onlangs onderzoek naar gedaan: Er is een groep van ongeveer 100.000 huishoudens die met urgentie weg moeten uit hun huidige woning.” Het is alleen meestal niet mogelijk om binnen de wijk te verhuizen. Ellen van Bueren, hoogleraar Urban Development Management aan de TU Delft, ziet dat dat een schrijnend probleem is. “Het sociale netwerk is ook in die wijk.” Ook voor de sociale mobiliteit binnen de wijk zou het wenselijk zijn als mensen dat netwerk kunnen behouden, terwijl ze ook naar een duurdere woning kunnen verhuizen. “Op die manier kun je mensen, die het economisch wat beter zijn gaan krijgen dan het gezin waar ze uitkomen, nog steeds een wooncarrière in de wijk bieden.” Voor ouderen zouden nieuwe woningen in hun eigen wijk een prettiger vooruitzicht zijn, wanneer zij kleiner of in een andere woonvorm willen gaan wonen. “Een van dé redenen dat mensen de stap naar een kleinere woning niet nemen, is omdat ze tegenwoordig bijna altijd de wijk uit moeten om naar een andere woonvorm over te stappen”, vertelt Von Meding.

Te langzaam?

Van Bueren ziet naast de voordelen toch grote obstakels. “Er is absoluut aanleiding om die wijken eens extra te bekijken en te onderzoeken wat voor potentie ze bieden om de woningvraag op te lossen. Tegelijkertijd zijn er vaak al veel aandachtspunten en vraagstukken.” Omdat binnenstedelijk met bewoners in overleg moet worden gegaan, zou het volgens haar kunnen dat de benodigde overeenstemming al moeizaam te vinden is. “In bestaand stedelijk gebied is het maatwerk, en dat kost tijd. Niet alleen om het allemaal voor te bereiden, maar ook vooral om die mensen erin mee te krijgen.” “Tot in hoeverre lost dat dan snel genoeg de woningnood op?”, vraagt Van Bueren zich af. Von Meding wijst erop dat de Nederlandse bouwbureaucratie snel handelen sowieso lastig maakt. “Er is geen vierkante centimeter in Nederland die niet bestemd is. Wij hebben gekeken naar de echte doorlooptijd vanaf het nulpunt tot aan het moment dat de huizen opgeleverd zijn. Als je naar grootschalige uitleggebieden kijkt, kost je dat twintig jaar. De doorlooptijd van de transformatie van bestaande stadsgebieden is daarentegen slechts tien jaar.” Uiteindelijk is binnenstedelijk bouwen ook geen heilige graal. Van Bueren als Von Meding zijn beide van mening dat binnenstedelijk en buitenstedelijk bouwen elkaar niet uit mogen sluiten in de aanpak van de woningnood.

 

Meer weten? Luister dan de uitzending van BNR Bouwmeesters van 16 november terug over Bijbouwen in de naoorlogse wijk of bekijk het overzicht van alle uitzendingen.