• Home
  • Actueel
  • Nieuws
  • Reactie PBL rapport: capaciteit bouwsector geen belemmering voor opschalen woningbouw

Reactie PBL rapport: capaciteit bouwsector geen belemmering voor opschalen woningbouw

Bouwsector kan snel aan de slag als kabinet zijn bijdrage levert.

vrijdag 16 april 2021

Marieke van der Post

adviseur en programmamanager
Drone op bouwplaats

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) stelt in het rapport Wonen na de verkiezingen het een uitdaging wordt om de komende jaren 100.000 huizen per jaar op te leveren. Volgens het PBL komt dit door de aanpak van de overheid en de beperkte capaciteit van de bouwsector. Bouwend Nederland benadrukt dat met de juiste randvoorwaarden de sector wel degelijk in staat is op te schalen en de ambitie van 1 miljoen woningen in tien jaar te realiseren samen met ketenpartners.

Een unieke brede coalitie van 34 partijen heeft de randvoorwaarden waaronder het kan beschreven in de Actieagenda Wonen. Alle partners zijn actief op het terrein van wonen, bouwen, zorg en welzijn en hebben soms uiteenlopende belangen. Toch sloegen ze eensgezind de handen ineen en presenteerden op 17 februari een breed gedragen plan voor het wonen voor de komende tien jaar.

Meer instroom

De bouwsector speelt niet alleen een belangrijke rol bij het terugdringen van het woningtekort, maar ook bij de energietransitie en in het bereikbaarheid van ons land. Het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) schat dat de sector in de komende jaren, 2021-2025, daarom zo’n 83.000 arbeidsplaatsen nodig heeft. Daarvan zal 63.000 vanuit de opleidingen komen en 20.000 uit de zij-instroom.

De instroom van jongeren die van school komen zit alvanaf 2014 in de lift. Het aantal bouw- en infrastudenten neemt toe, van het vmbo tot en met de technische universiteiten. Waarschijnlijk is dit het gevolg van de goede baanperspectieven, die we als sector onder meer hebben laten zien in de campagne www.jegaathetmaken.nl. Via social media, TV, opleidingsbedrijven en scholen interesseren we jongeren en zij-instromers. Wanneer we hier de komende jaren in blijven investeren en daarbij extra inzetten op diversiteit, dan kunnen die aantallen nog verder omhoog. Het aantal meisjes en jongeren met een migratieachtergrond neemt toe maar is nog ondervertegenwoordigd: daar valt nog een wereld te winnen.

Learning communities

Waar ook een wereld te winnen valt is de manier waarop we het onderwijs vormgeven. De bouw innoveert volop, we hebben robots die metselen, huizen en bruggen komen uit de printer, drones meten in en we ontwerpen parametrisch en bouwen virtueel. Huizen komen uit de fabriek en worden op locatie in één dag in elkaar en we kunnen ze ook weer uit elkaar halen en verplaatsen. Willen we dat jongeren en werkenden meegaan in deze ontwikkelingen en ook doorontwikkelen, dan zullen ze met elkaar moeten blijven leren en samen nieuwe oplossingen bedenken voor concrete vraagstukken. Dat kan nu al op kleine schaal via learning communities, waarin overheid, bedrijven en onderwijs samenwerken in de regio. We moeten blijven leren: op deze manier komt vernieuwing én versnelling tot stand.

Stimuleren zij-instroom

Naast jongeren biedt de sector ook ruimte aan zij-instromers. Mensen uit de financiële wereld,de horeca en evenementenbranche kunnen in de sector aan de slag via flexibel onderwijs en leerwerktrajecten. Ook met deze gevarieerde groep mensen kunnen we het verschil maken.

Commissie Borstlap

De bouwsector is in de komende jaren van relatieve hoogconjunctuur gebaat bij rust op de arbeidsmarkt en voldoende mogelijkheden voor het hanteren van een flexibele schil. Bouwbedrijven moeten de ruimte krijgen om op te kunnen schalen om snel te schakelen. Gelijke rijbanen voor werkenden met een vast contract, uitzendkrachten én zzp’ers is van groot belang voor de sector. Een revisie van de arbeidsmarkt moet leiden tot rust, transparantie en zekerheid en mag geen grote impact hebben op de mogelijkheden tot opschalen middels een tijdelijke flexibele schil.

Buitenlandse arbeidskrachten

In 2020 is de flexibele schil in de bouwsector kleiner geworden: met name het aantal buitenlandse arbeidskrachten is afgenomen als gevolg van COVID 19. Wanneer het virus meer beheersbaar zal zijn geworden en de mobiliteit van mensen weer groter wordt, zullen ook weer meer buitenlandse arbeidskrachten in de bouw aan de slag kunnen. Het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) verwacht dat met het aantrekken van de productie de flexibele schil van buitenlandse arbeidskrachten gaat toenemen met tot 55.000 in 2025 (47.000 buitenlandse arbeidskrachten in 2020) en dat deze stijging zal doorzetten.

Een toename van arbeidsmigranten van buiten de EU die werkzaam zijn in de EU vergroten tevens de arbeidsmobiliteit binnen Europa. Mogelijkheden voor de inzet van deze arbeidsmigranten worden bekeken.

Kortom de bouwsector kan snel verder aan de slag met de grote maatschappelijke opgaven als het kabinet zijn bijdrage levert.

PBL rapport: Wonen na de verkiezingen