Landelijke Richtlijn Bouw- en Sloopveiligheid

Naar aanleiding van een aantal ongevallen, het omvallen van een kraan in Alphen aan de Rijn wel het meest bekend, heeft de vereniging BWT Nederland een landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid opgesteld (www.bwtinfo.nl/dossiers/richtlijn-bouw-en-sloopveiligheid). De richtlijn is een goed hulpmiddel om op basis van de kakteristieken van de bouw- en sloopplannen de risico’s de noodzakelijke maatregelen in beeld te brengen.

De richtlijn bevat een methode om de veiligheidszone van een bouw- of sloopterrein (en daarmee de plaats van de bouwhekken) aan de hand van kraanbereiken en maximale werkhoogte te bepalen. Verder is een checklist opgenomen waarin aan de hand van een aantal vragen bepaald kan worden of het opstellen van een bouw- of sloopveiligheidsplan noodzakelijk is. De tabel voor het bepalen van de bouwveiligheidszone wordt onderdeel van het Bouwbesluit. De Richtlijn wordt unaniem positief ontvangen. Het geeft duidelijkheid op een gebied dat tot nu toe aan de beoordelingsvrijheid van de behandelend ambtenaar werd overgelaten.

Veiligheid aan de voorkant

Bouwend Nederland pleit er wel voor de checklist als indieningsvereiste op te nemen in wet- en regelgeving (Bouwbesluit en/of ministeriële regeling omgevingsrecht). De nadelen van extra administratieve lasten worden gecompenseerd door de voordelen die een vroegtijdige onderkenning van bouw- en sloopveiligheid met zich mee brengen. In de huidige situatie komt het opstellen van een bouw- of sloopveiligheidsplan meestal op het bord van de aannemer die met zijn handen op de rug gebonden is door markttucht en tijdsdruk in een onderhandelingsfase, een situatie die niet optimaal is. Door de checklist al in de vergunningsfase toe te passen, zal de opdrachtgever met zijn architect al in de ontwerpfase moeten nadenken of het ontwerp ook veilig uit te voeren is. Veiligheid aan de voorkant dus. De checklist zou daarbij, als vast onderdeel van een vergunning of melding, ook onderdeel worden van de aanbesteding van een werk. Voor alle partijen, opdrachtgever, aannemer(s) en bevoegd gezag gelden dan dezelfde uitgangspunten.

Kortere doorlooptijd bij sloop

Een tweede voordeel heeft vooral betrekking op sloopmeldingen. Conform het Bouwbesluit is het indienen van een (sloop)veiligheidsplan noodzakelijk als het bevoegd gezag dit vraagt. In het sloopmeldings-formulier staat daarom de vraag of de melder een aanwijzing gekregen heeft van het bevoegd gezag een veiligheidsplan in te dienen. De behandeling van de sloopmelding vangt natuurlijk pas aan als het bevoegd gezag het meldingsformulier heeft ontvangen. Als het bevoegd gezag bij de behandeling tot de conclusie komt dat een veiligheidsplan noodzakelijk is, is de sloopmelding onvolledig en is er juridisch gezien geen melding. Het bevoegd gezag zal dan het veiligheidsplan opvragen en een rechtsgeldige melding ontstaat pas wanneer het veiligheidsplan ontvangen is. Als de behandeling van de melding enkele weken op zich heeft laten wachten kan de melder zo een week of acht kwijt zijn voor hij kan aanvangen met de sloopwerkzaamheden. Met gebruik van de checklist zou dit ongemak tot het verleden kunnen behoren, met kortere doorlooptijden tot gevolg.

Niet voor alle projecten

Bouwend Nederland heeft er ook aandacht voor gevraagd dat de richtlijn niet op alle projecten van toepassing verklaard hoeft te worden. Dit zal afhangen van de locatie en aard van de werkzaamheden. Bij een project in het buitengebied, of een inpandige renovatie zal er immers niet zo snel sprake zijn voor veiligheidsrisico’s voor de omgeving. Om de administratieve lasten te beperken zou met een korte vragenlijst de toepassing eenvoudig beperkt kunnen worden.