‘Realiteitszin PFAS ontbreekt in Den Haag’

dinsdag 18 februari 2020
Afbeelding ‘Realiteitszin PFAS ontbreekt in Den Haag’

Ondanks de verruiming van de PFAS-norm door de overheid leidt deze nog steeds tot problemen in de bouw en infrasector. Het verwijt gaat vanuit de sector op dat ‘Den Haag’ de ernst van het PFAS- en stikstofdossier niet inziet.

Ruim een kwart van de bouwbedrijven dat gereageerd heeft op een enquête van Bouwend Nederland heeft onverminderd last van de PFAS-norm. De timing is opvallend; eerder deze week schreef minister Van Veldhoven (D66) aan de Tweede Kamer dat de problemen rondom PFAS lijken mee te vallen. Barend van Kessel, bestuurslid van Bouwend Nederland, zegt dat de minister in een andere werkelijkheid leeft: “Ik begrijp het wel hoor, ze wordt geïnformeerd door heel veel partijen. De Haagse werkelijkheid staat ver af van de praktijk.”

Nog steeds liggen projecten stil

Bovenop die van Bouwend Nederland kwam afgelopen week ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) met een eigen enquête. Daaruit blijkt onder andere dat een derde van de bouwprojecten nog steeds stil ligt. Volgens Bouwend Nederland vangen vooral infra- en baggerbedrijven de klappen op. “De PFAS-normen voor grond in diepe plassen is nog steeds hetzelfde als vorig jaar. Dat biedt voor hen geen enkel soelaas”, aldus Fries Heinis, algemeen directeur van Bouwend Nederland.

In maart 2019 stelde het RIVM de risicogrenzen van PFAS vast. Daarop besloot het kabinet de officiële norm vast te stellen op 0,1 microgram PFAS per kilo bouwgrond om verdere milieuvervuiling en gezondheidsproblemen door schadelijke stoffen te voorkomen. Bij een meting van meer dan 0,1 microgram mocht er geen grond worden verplaatst en kwamen bouwprojecten feitelijk stil te liggen. Omdat deze norm door de bouw als te rigoureus en onpraktisch werd gezien, werd de norm in december opgerekt tot 0,8 microgram per kilo. Toch leidt ook de nieuwe en ruimere norm tot problemen.

‘De balans is zoek’

Dirkjan Reijersen van Buuren, directeur van Grondbalans BV, is kritisch op de manier waarop de discussie over PFAS gevoerd wordt: “De ene partij richt zich alleen maar op gezondheid, de andere hamert op het werk dat nog gedaan moet worden.” Volgens Reijersen van Buuren heeft hierdoor geen enkele partij nog gelijk. “De realiteit ontbreekt.” De directeur denkt dat de discussie evenwichtiger gevoerd moet worden: “Ik mis nu de balans. Tussen duurzaamheid en CO2-uitstoot, tussen kosten en ecologie of wat humaan is. Alleen door de balans op te zoeken, kom je tot een werkbare oplossing.” De PFAS-normen zijn er echter niet voor niets: het kabinet verwacht dat te veel PFAS tot problemen voor de gezondheid of het milieu zal zorgen. Dat is voor Reijersen van Buuren geen reden om de norm per definitie niet aan te passen. “Je moet een risico durven nemen.”

Ook de circulaire bouwagenda van het kabinet loopt volgens Reijersen van Buuren gevaar als het PFAS-probleem niet wordt opgelost. Als Nederland in 2050 volledig circulair wil zijn, moet grond immers actief worden hergebruikt. “Het is belangrijk dat er snel een definitief handelingskader en passende wetgeving komt. Eigenlijk nog voor de zomer”, aldus Rijersen van Buuren.

Meer weten?

Luister dan naar de uitzending van BNR Bouwmeesters van 17 februari terug over ‘Overheid en bouwsector recht tegenover elkaar in PFAS-discussie’ of bekijk het overzicht van alle uitzendingen.