COLUMN / Digitalisering: aanjager voor ketenintegratie?

Machteld de Kroon is managing director Bouw, Infrastructuur & Maritiem bij TNO

woensdag 16 december 2020

Richard Massar

communicatieadviseur
Afbeelding COLUMN / Digitalisering: aanjager voor ketenintegratie?

Dat de opgaven in onze gebouwde omgeving groot zijn, is algemeen bekend. Ook tijdens het mooie congres Nu Bouwen aan Morgen van de Koninklijke Bouwend Nederland werden de grote uitdagingen geadresseerd. Onder andere de energietransitie, bereikbaarheid en circulair bouwen kwamen heel illustratief aan de orde in de verschillende toekomstbeelden. De verandering zal groot zijn. Innovatie staat aan.

Als we met elkaar spreken over deze opgaven valt me op dat twee op het oog nogal verschillende onderwerpen vaak voorbijkomen. De ene is de digitalisering in de bouw en de andere gaat over fragmentatie in de sector en de behoefte aan ketenintegratie.

Hoe verhouden deze twee onderwerpen zich eigenlijk tot elkaar?

Als we het over digitalisering hebben, dan is een belangrijke volgende stap de ‘predictive twin’: intelligente en zelflerende digitale replica’s van fysieke bouwwerken, waarmee toekomstig functioneren en gebruik kunnen worden voorspeld. Dat voorspellend vermogen voegt een dimensie toe. Want natuurlijk is het fantastisch als we van achter onze computer een digitale representatie van bruggen en sluizen, het wegennet, gebouwen en wijken kunnen bekijken. Maar zo’n digitale kopie levert enorme meerwaarde op als die ook kan voorspellen hoe de fysieke twin in verschillende toekomstscenario’s gaat functioneren.

Er zijn immers nogal wat vraagstukken waar dit van pas kan komen. Bedenk maar hoe belangrijk het is om nauwkeurig te kunnen voorspellen wanneer bouwwerken onderhoud nodig hebben. Of de vraag of onze bruggen de veranderende verkeersbelasting aankunnen. En hoe gaan we het duurzame energiesysteem mét een gezond binnenklimaat dimensioneren voor zeven miljoen gebouwen? Predictive twins bieden antwoorden bij deze enorme opgaven.

Predictive twins kunnen een rol spelen op objectniveau: een woning, een brug of een sluis. Maar ook op gebiedsniveau, bijvoorbeeld om de onderhoudsbehoefte op areaalniveau in kaart te brengen. In de ontwerpfase kan een predictive twin helpen om het ontwerp te optimaliseren, bijvoorbeeld de energieprestatie van een woning. En in de gebruiksfase is een predictive twin in de wijk het waarschuwingssysteem voor overbelasting van het energienet of is het een regelsysteem voor ons energiegebruik.

Ook kunnen we in de toekomst kennis delen in de keten met behulp van predictive twins. Een leverancier van een component of subsysteem kan achterhalen hoe zijn product bijdraagt aan de kwaliteit en het functioneren van het bouwwerk. Op basis daarvan kan die leverancier de specificaties van zijn product optimaliseren of het bouwbedrijf adviseren om de bouwwijze met zijn  product aan te passen.

Al deze mogelijkheden van predictive twins geven het perspectief op een aanpak op systeemniveau. Dat betekent dat alle onderdelen van het bouw-, installatie- en beheerproces op samenhangende wijze worden ingezet. Specificaties van deelsystemen zijn het resultaat  van een optimalisatie om te komen tot de best mogelijke prestaties van het eindproduct. En we kunnen continu bijleren of de gemaakte keuzes inderdaad uitpakken zoals verwacht.

De predictive twin biedt dus een handelingsperspectief voor een integrale aanpak over de keten. En dat is nou juist het tweede onderwerp waar we ons altijd zorgen om maken: de ketenintegratie, die zo moeilijk verenigbaar is met de fragmentatie in de sector.