Het gaat niet goed met hbo-opleidingen civiele techniek

Afbeelding Het gaat niet goed met hbo-opleidingen civiele techniek
donderdag 2 juni 2022

Het aantal hbo-studenten Civiele Techniek zit in een neerwaartse spiraal. Volgens Robert Chamski, opleidingsmanager bij hogeschool Inholland Alkmaar en Haarlem, keer je het tij niet met meer marketingcampagnes. "Zowel het onderwijs als de bedrijfstak moeten van binnenuit veranderen."

Eigenlijk is het heel bijzonder. Waar de branche zichzelf infra noemt, en er legio infra- beroepsopleidingen zijn, kom je de term infra niet tegen bij de hbo-opleidingen die Hogeschool Inholland biedt. "Bij ons zit dat vakgebied verdeeld over een aantal opleidingen binnen het cluster Gebouwde Omgeving", zegt Robert Chamski, opleidingsmanager van dat cluster. "Je vindt een deel bij Bouwmanagement & Vastgoed, een deel bij Bouwkunde en een deel bij Civiele Techniek." Die laatste opleiding heeft wel de grootste overlap met infra, maar het is de kleinste binnen het cluster. "We hadden meestal zo’n 25 tot 30 studenten aan het begin van het studiejaar, maar sinds corona komen we op jaarbasis niet verder dan 20. Eerlijk gezegd zou Civiele Techniek zonder de andere twee opleidingen financieel niet houdbaar zijn." Volgens Chamski is die dalende lijn niet alleen iets van Inholland Alkmaar. "Landelijk is het aantal hbo-studenten Civiele Techniek van 500 teruggelopen naar 380." Hij heeft wel een idee waar hem dat in zit. "Potentials hebben geen flauw idee wat Civiele Techniek is, wat die mensen doen.” 

Bruggen bouwen én onderhouden

Maatschappelijke relevantie is het sleutelwoord. De meeste opleidingen hebben daar al een transitie naar weten te maken. Bouwkunde is al heel erg gericht op het oplossen van woningnood, op verduurzaming van bestaande woningen, op de energietransitie en bij Bouwmanagement en Vastgoed zijn studenten bijvoorbeeld bezig met herbestemming van bestaande wijken. "Maar Civiele Techniek blijft Civiele Techniek; vooral gericht op de technische inhoud, op rekenen. Je moet heel erg je best doen om wiskunde maatschappelijk relevant te maken", zegt Chamski. Volgens hem is het broodnodig om aan jongeren duidelijk te maken dat Civiele Techniek niet alleen gaat over het bouwen van nieuwe bruggen en het aanleggen van nieuwe wegen, maar ook over het onderhoud ervan. "Studenten rijden daar ook overheen en zien hoe slecht het is gesteld met de staat van het onderhoud, dat dat echt een maatschappelijk probleem aan het worden is. Dát is de link die we moeten leggen." 

Meer toepasbare kennis

Het houdt wat de opleidingsmanager betreft niet op bij het over het voetlicht brengen van die maatschappelijke relevantie, ook de inhoud van de opleiding moet beter aansluiten bij de huidige tijd. "De lesstof is nog altijd heel erg gericht op de oude HTS-techniek, op de volledigheid van vakken terwijl we nu in een tijd zitten dat generieke competenties veel belangrijker zijn. Daar moet je ruimte voor maken in het vakkenpakket. Snijden in de oude inhoud betekent weliswaar dat je wat minder compleet wordt in theoretische kennis, maar daarvoor in de plaats krijg je toepasbare kennis."

Goed kunnen rekenen is niet genoeg

Met samenvoegen van de opleidingen Bouwmanagement & Vastgoed, Bouwkunde en Civiele Techniek in één cluster Gebouwde Omgeving is een belangrijke stap richting die gewenste verandering gezet. De mensen van Civiele Techniek zien wat er bij de andere opleidingen gebeurt en dat dat werkt. "We hebben met CT ook al de eerste stappen op het pad van die transitie gezet. Het ís ook een ontzettend goede technische opleiding, dus we hebben een goede basis voor die veranderingen." Van Chamski mag het echter wel sneller. En hij denkt dat de infrabranche zelf daar een grote rol in kan spelen. "Als bedrijven vragen om civiel technisch ingenieurs die niet alleen goed kunnen rekenen maar ook kennis hebben van logistiek en projectmanagement, dan wordt je als opleiding in feite gedwongen dergelijke competenties in je curriculum op te nemen." Er lijken echter nog maar weinig bedrijven te zijn die om dergelijke vaardigheden vragen, merkt de opleidingsmanager. "We hebben altijd een nauwe band gehad met het bedrijfsleven, onder meer om up-to-date te blijven en te kunnen voldoen aan wat de arbeidsmarkt vraagt. Maar ik denk dat je altijd kritisch moet blijven kijken naar wat het bedrijfsleven wil. Als onderwijsinstelling moeten we naar de toekomst kijken. Als een student begint, dan is hij of zij na vier jaar afgestudeerd. Dan moet je dus op zijn minst vier jaar vooruit kijken en dat durven de meeste bedrijven niet, is mijn ervaring. De focus ligt vooral op het acute probleem van bemensing, een visie op wat daarna komt ontbreekt." 

Niet sexy, maar wel onmisbaar

Chamski denkt dat het ook belangrijk is dat de branche als gehéél een visie voor de lange termijn heeft. "Ik bedoel dan dat je als branche een beeld schetst hoe een bepaald stukje Nederland er over vijftig jaar uitziet zónder civiele techniek. Wat kunnen we dan nog doen met zo’n gebied?" Zo’n toekomstbeeld kan helpen om de maatschappelijke relevantie van de opleiding en het vakgebied duidelijk te maken en de instroom te bevorderen. "Wat we nu doen voor de werving is intensiveren wat we al deden. Dan stijg je misschien van 15 naar 20 studenten, maar wat ik wil, en wat volgens mij nodig is, is verdubbelen. Dat lukt niet door je imago te veranderen door marketing, maar door het daadwerkelijk van binnenuit te doen. Opleidingen als Bouwkunde en Civiele Techniek zijn niet sexy, maar het zijn wel opleidingen waar je als Nederland domweg niet zonder kunt."

Lydia de Wit verenigingsmanager regio randstad noord

Tags

Instroom