• Home
  • Actueel
  • Nieuws
  • Nieuwe marktordening collectieve warmtenetten: klimaatdoelen 2030 raken verder uit zicht

Nieuwe marktordening collectieve warmtenetten: klimaatdoelen 2030 raken verder uit zicht

Afbeelding Nieuwe marktordening collectieve warmtenetten: klimaatdoelen 2030 raken verder uit zicht
donderdag 27 oktober 2022

Minister Rob Jetten (EZK) heeft een besluit genomen over de marktordening van collectieve warmtenetten: de warmte-infrastructuur komt in publieke handen. Met zijn brief van 21 oktober informeerde hij de Tweede kamer op dit onderdeel van de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw). De ontwikkeling van de warmtemarkt is gebaat bij duidelijkheid over publiek of privaat eigendom. Die is er nu. Maar hoe de realisatiekracht dan wel wordt vergroot, maakt de minister niet duidelijk. Daar is niemand bij gebaat, ook publieke warmtebedrijven niet.

Private warmtebedrijven, die nu 90% van de warmtenetten in eigendom hebben, ageerden fel tegen het besluit van minister Jetten. Zij zetten alle ontwikkelingen in warmtenetten per direct on hold. De combinatie van handhaving van de doelstellingen voor 2030, de stevige ingreep op de bestaande marktordening in een reeds wegzakkende warmtemarkt vereist volgens ons een grondige herziening op de ontwikkeling van deze markt.

Ambities versus huidige markt

Volgens het beleidsprogramma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving van 1 juni is de ambitie om 500.000 extra bestaande woningen op duurzame warmtenetten aan te sluiten t/m 2030. Medio september maakte het Expertise Centrum Warmte bekend dat er in 2021 15.000 woningen werden aangesloten op grote warmtenetten, inclusief nieuwbouw. Het jaar daarvoor waren dat er nog 25.000. Deze trend past bij de manier waarop aannemers die de warmtenetten aanleggen, deze markt bestempelen: pril en onvolwassen.

Er is geen enkel zicht op continuïteit, laat staan een voorspelbare productie waarop aannemers zich kunnen voorbereiden. De schaalsprong die jaarlijks nodig zou zijn om de doelen in 2030 te realiseren, is inmiddels opgelopen tot een factor 5 à 10 ten opzichte van de huidige jaarproductie. Voor zowel de capaciteit van de aannemers als de toeleverende industrie oogt dat niet meer realistisch. En al helemaal niet meer na dit besluit van de minister.

Van privaat naar publiek: een impuls?

Minister Jetten geeft niet aan óf en hoe zijn besluit een impuls geeft aan de huidige warmtemarkt. De warmtemarkt kan alleen een snelle groei doormaken als de realisatiekracht fors toeneemt. Voor zover de warmtebedrijven invloed hebben op die kracht, is die voor 90% in private handen. Minister Jetten stelt nu voor om die kracht over te hevelen naar publieke partijen. Dat moet gebeuren op basis van voorzetting van lopende aanwijzingen en een ingroeiperiode, die duurt tot medio 2031. Wat het feitelijk effect van deze 'overheveling' is op de realisatiekracht, wordt niet duidelijk. Ook de onderliggende onderzoeken gaan daar niet concreet op in, of spreken elkaar tegen. Onze indruk is dat de discussie over de marktordening zich vooral toespitst op de vorm en daarbij voorbijgaat aan wat leidend zou moeten zijn: de realisatiekracht.

De markt gaat op slot

Volgens minister Jetten blijft investeren in warmte voor private partijen aantrekkelijk. Hoe hij dit precies voor zich ziet en hoe rooskleurig hij de kansen voor de markt ook schetst: daarover beslissen de private warmtebedrijven en hun financiers. Vooralsnog keren zij zich faliekant tegen het besluit van Jetten. Zolang zij geen perspectief zien en niet duidelijk is hoe en welke publieke partijen (de paar bestaande publieke warmtebedrijven uitgezonderd) de functie als warmtebedrijf oppakken, zit de markt, in de woorden van de private warmtebedrijven: op slot.

Hoe zit het dan wel met die realisatiekracht?

Momenteel zijn 450.000 woningen aangesloten op collectieve warmtenetten. Die aansluitingen zijn allemaal, in opdracht van warmtebedrijven, voorbereid en gerealiseerd door aannemers. Die kant van de realisatiekracht wordt in de brief van minister Jetten niet belicht. Ook niet in de onderliggende rapporten. Noch de aannemers noch wij als branche zijn hierover in het kader van de Wcw geraadpleegd. We beschouwen dit als een gemis.

Hoe verder?

Binnen de vakgroep Ondergrondse Netwerken en Grondwaterbeheer (ONG) heeft de ledengroep Warmte- en Koude Infrastructuur (WKI) een eerste verkenning gedaan naar de mogelijke gevolgen van de nieuwe Wcw op de huidige markt. Volgens de twaalf aannemers van de ledengroep staan de sterren niet gunstig. Zij verwachten een stevige productiedaling zodra de lopende projecten zijn afgerond.

We blijven ons inzetten om de 'warmtemarkt' de komende jaren op stoom te krijgen. De ledengroep WKI zoekt op basis van een onlangs vastgestelde strategie actief de dialoog met de warmteketen om concreet bij te dragen aan de ontwikkeling van de realisatiekracht.

Peter Blesgraaf

Kwartiermaker Ledengroep Warmte- en Koude Infrastructuur (WKI)
Vakgroep Ondergrondse Netwerken en Grondwaterbeheer