Ondergrond

KLO graafschades en rechtspraak, Ondergrondse kobolden, samenwerking PIKO en Common Ground – Kennisarena

woensdag 24 juni 2020
Afbeelding Ondergrond

Op papier is het al geregeld; minder graafschades en minder risico’s voor de grondroerder. In de praktijk komt er echter nog maar bar weinig terecht

van de in 2017 ingevoerde CROW500-richtlijn, ook volgens de ‘infographic Wibon en schade door graven 2019’ . Voor 1 januari 2022 wil de graafketen dat er volgens afspraak wordt gewerkt. Agentschap Telecom ziet daarop toe, zoals begin dit jaar gemeld in de staat van de ether.

Graafschades

Graafschades voorkomen is beter dan genezen. Daarover waren alle partijen in de graafketen het volledig eens toen ze in 2017 afspraken maakten in de Richtlijn zorgvuldig grondroeren van initiatief- tot gebruiksfase (CROW500). Ondanks dit gezamenlijke belang lukt het de partijen nog niet om de afspraken na te leven. De komende tijd wil het KLO dan ook extra aandacht besteden aan de verdere implementatie van de richtlijn.

 

In de CROW500 is vastgelegd dat de opdrachtgever vooraf een inschatting maakt van de graafrisico’s en dat de kraanmachinist pas gaat graven als hij daarvoor een duidelijke werkinstructie heeft gehad van de uitvoerder. Dus niet alleen een KLIC-melding (graafmelding) laten zien op het moment dat de schep in de grond gaat, maar aan de voorkant van het proces een duik nemen in de ondergrond. Als de ontwerper weet waar kabels en leidingen liggen, kan daar direct rekening mee gehouden worden en kunnen de meest gevoelige plekken misschien simpel weg worden vermeden. Deels zal dat blijken uit de beschikbare informatie van de oriëntatiemelding en de proefsleuf en/of grondradargegevens. Ook zijn sinds kort opgetreden graafschades geografisch inzichtelijk, deze informatie is ook input voor de risico inschating. Daarna moet er een maatregelenplan worden opgesteld dat de risico’s op schade zo klein mogelijk maakt.

 

De grondroerder, degene onder wiens eindverantwoordelijkheid het graafwerk plaatsvindt, is de hoofdaannemer. Die moet dus ook de juiste werkinstructie aan het graafteam verschaffen. Eigenlijk is de boodschap die een machinist van een onderaannemer of verhuurder richting de hoofdaannemer moet hebben heel simpel: ’Kun jij mij laten zien waar ik moet graven en waar niet?’. Het antwoord moet met ja te beantwoorden zijn en vervolgens doen!

 

Lees hier het hele artikel op de site van KLO

 

Let op! In navolging op bovenstaand artikel is er een rechtspraak waaruit blijkt dat zowel grondroerder en feitelijk graver allebei aansprakelijk zijn. Ancella Klunne (advocaat bij Kessels Advocaten en gespecialiseerd in het civiele bouwrecht en de Wibon) geeft voor het KLO inhoudelijke toelichting op juridische zaken.

Lees hier het artikel ‘Grondroerder en feitelijk graver allebei aansprakelijk’ en hier het artikel  ‘Grondroerder en netbeheerder moeten overleggen over precieze ligging’.

Loopt u tegen zaken aan die u eens bespreekbaar zou willen maken met andere grondroerders, neem contact op met Yvonne de Rijck. Zij is trekker van de werkgroep grondroerders van het programma CROW500-proof binnen KLO.

Kobolden, kwaadaardige mythische dwergen die heimelijk koboldenstof in het erts deden om mijnwerkers te pesten. Dit soort verhalen, waarin in de middeleeuwen onverklaarbare risico’s en plaats kregen, kom je over de hele wereld tegen. Volgens Erwin Biersteker, promotieonderzoeker aan de VU Amsterdam en de Erasmus Universiteit, zijn er twee verschillende angsten die in hoge mate leidend zijn voor de te kiezen risicomanagement aanpak. De eerste is de angst om de ondergrond te vergeten. Dit speelt bij eigenaren van kabels en leidingen en projectmanagers, vooral in de fase dat projectplannen worden ontwikkeld. Deze angst is gerelateerd aan de hoge mate van complexiteit van de ondergrond en de hoeveelheid stakeholders, gecombineerd met schaarste in een steeds voller rakende ondergrond. Om de angst voor de ondergrond weg te nemen, is het van essentieel belang dat er wordt gewerkt met een masterplan van de ondergrond, waarin de uitgangspunten en belangen van alle stakeholders bij elkaar komen. De tweede angst gaat over het niet weten wat je in de ondergrond zult tegenkomen, en wordt vooral zichtbaar tijdens de uitvoering van een project. Er is bijvoorbeeld angst om te handelen vanwege potentiële kabelschades met het stilleggen van bedrijfsoperaties als gevolg. Het tackelen van deze angst richt zich op het delen van informatie, het betrekken van mensen met kennis van de ondergrond in het uitvoeringswerk en het ontrafelen van complexiteit en het minimaliseren van de onzekerheid.

De twee leidende angsten – angst om te vergeten en angst voor het onbekende – hoeven elkaar niet in de wet te zitten, ze leven naast elkaar en concurreren niet om de aandacht van betrokkenen. Dat is anders met wat Erwin Biersteker ‘minderheidsperspectieven’ noemt, namelijk de angst van ondergrondse-infra-expert dat risico’s nooit voor honderd procent kunnen worden ondervangen als gevolg van onbekende factoren in de ondergrond. Dit risico is alleen te ondervangen door in de beginfase meteen zo veel mogelijk stakeholders bij een project te betrekken. Dit perspectief kan botsen met een masterplan voor betere regie. Een tweede minderheidsperspectief is dat van beheerders van kabel en leidingen, de in potentie grote gevolgen van een mogelijke calamiteit voor de voortgang van (essentiële) processen. Deze benadering kan botsen met het projectmanagement, dat graag zelf de controle wil houden en geen beslisbevoegdheid wil overdragen aan ‘ondergrondsekennisexperts’.

Inzicht in de angsten van betrokkenen in een project en de verschillende risicomanagementperspectieven die daaruit volgen, helpen elkaar beter te begrijpen en beter samen te werken in projecten. Volgens Erwin Biersteker is er een duidelijke trend naar het eerder op de agenda zetten van de ondergrond en het eerder inschakelen van experts. Maar in het voorkomen van schades aan kabels en leidingen zou nog wel een stap gemaakt kunnen worden. Het inschakelen van lokale kennis over het gebruik van de ondergrond is daarbij belangrijk. Het projectmanagement krijgt beter inzicht in wat zich al in de ondergrond bevindt, en in de historie van het gebied waarin gewerkt wordt. Kortom, de onvoorspelbaarheid neemt af.

Lees hier het hele artikel van Erwin Biersteker in de Onderbouwing van COB.

Initiatieven die lopen rondom eerder aandacht voor de ondergrond en de aanwezige kabels en leidingen lopen zowel vanuit COB als KLO. Gezamenlijk wordt er gestreefd naar nul vermijdbare schades en samenwerking in de (graaf)keten met meer aandacht voor kabels en leidingen in de initiatieffase en voorbereiding.

Als vakgroep zijn we zowel vertegenwoordigd in het project van COB als KLO.

Wilt u meedoen, meer informatie het delen van een best case, neem contact op met Yvonne de Rijck.

In februari 2019 organiseerden het Gemeentelijk Platform Kabels en Leidingen (GPKL) en het Platform Netbeheerders samen de Grote Kabel en Leiding Challenge (GKLC). Datzelfde jaar tijdens het Flexival kabels en leidingen in april 2019 reikte het COB het rapport Common Ground van de ondergrondse infra uit. Afzonderlijk van elkaar en in iets andere bewoordingen werd daar dezelfde conclusie getrokken, de complexiteit van de grote opgaven in ondergrondse infrastructuur in combinatie met het grote aantal betrokken organisaties en de beperkt beschikbare uitvoeringscapaciteit en ruimte in de ondergrond, vraagt om ketensamenwerking en centrale regie in een écht integraal proces bij planning, informatie uitwisseling, ontwerp en realisatie van ondergrondse infrastructuur. Dit geheel moet bovendien ingebed worden in een duidelijk, wettelijk, contractueel en procedureel kader en ook nog uitvoerbaar zijn.

Gemeenten en netwerkbedrijven hebben de opbrengst van de GKLC vertaald naar het Programma Integrale Ketensamenwerking in de Ondergrond (PIKO). Hierin is per thema uitgewerkt wat de knelpunten precies zijn en welke vragen beantwoord moeten worden om de genoemde maatschappelijke opgaven te realiseren. Het COB heeft als vervolg op Common Ground een kennisprogramma ontwikkeld waarin projecten worden opgestart om langs drie invalshoeken oplossingen te genereren voor de noemde thema’s; de Kennisarena.

Alle organisaties delen de visie dat de oplossingen alleen gevonden kunnen worden door een integrale aanpak met een gezamenlijke mandaat vanuit de natuurlijke eigenaren. Sinds het najaar 2019 werkt een groep kwartiermakers aan de samensmelting van PIKO en Common Ground tot één landelijk kennis- en innovatieprogramma; Ketensamenwerking in de Ondergrond; integraal ordenen, plannen en realiseren ondergrondse kabels- en leidinginfrastructuur.

De eerste helft van 2020 stond in het teken van het ophalen van commitment, financiële bijdragen en bijdragen van experts bij de betrokken organisaties. Tijdens het Flexival in april 2020 is de totstandkoming van het programma bekrachtigd door de verantwoordelijke ministeries, het Platform Netbeheerders, stichting Mijn Aansluiting, VNG/GPKL en Bouwend Nederland.

De tweede helft van 2020 wordt gebruikt om de organisatie verder gestalte te geven en te komen tot een gezamenlijk gedragen en ondertekend document om deze vorm van samenwerking te bekrachtigen. Bestuurd, vanuit dit landelijke programma, de kennisarena, met een overeengekomen governance model, structuur en de te behalen resultaten.

Wilt u meer informatie over of zelfs deelnemen aan een van de projecten neem contact op met COB. Als vakgroep zijn we actief betrokken bij het platform Kabels en leidingen binnen COB en daarmee bij projecten. De verwachting is dat binnenkort er meer informatie komt rondom de eerste projecten die starten.