‘Ook bedrijven moeten BTIC weten te vinden’

donderdag 25 juni 2020
Afbeelding ‘Ook bedrijven moeten BTIC weten te vinden’

Vanaf 25 juni is voorzitter Doekle Terpstra van Techniek Nederland het nieuwe boegbeeld van het Bouw en Techniek Innovatiecentrum (BTIC), het vliegwiel voor bouw-, ontwerp-, en techniekinnovatie. Als opvolger van voorzitter Maxime Verhagen van Bouwend Nederland, staat hij te popelen om door te pakken. Een interview.

Heeft het BTIC het afgelopen jaar zijn toegevoegde waarde al bewezen?

Terpstra: “Absoluut. Dat het BTIC in een behoefte voorziet staat buiten kijf, als je kijkt naar de enorme uitdagingen waar we voor staan, als samenleving in het algemeen en bouw en techniek in het bijzonder. Met het BTIC als aanjager zijn het afgelopen jaar de eerste innovatievragen gekoppeld aan kennisaanbod en financiering, met als resultaat vier kennis- en innovatieprogramma’s: Integrale energietransitie bestaande bouw, Digitalisering, Circulariteit en Infrastructuur. Als ambassadeur van het BTIC, want zo zie ik mezelf ook, vind ik het ongelofelijk belangrijk dat we nu doorpakken en dan met name richting bedrijven die actief zijn in de ontwerp-, bouw- en technieksector. Niet alleen grote bedrijven, ook mkb-bedrijven worstelen met concrete innovatievragen die voortvloeien uit al die grote maatschappelijke opgaven. Het BTIC is zeker ook daarvoor in het leven geroepen.”

Gevraagd naar wat hij u als nieuw BTIC-boegbeeld wil meegeven, zei uw voorganger Maxime Verhagen dit: ‘Ik wil hem meegeven dat in deze periode, waarin de ene crisissituatie bovenop de andere crisissituatie komt, van het bedrijfsleven, de overheden en de kennisinstellingen het uiterste wordt gevraagd om met snelle oplossingen te komen. Acute problemen zoals stikstof en PFAS moeten ook nu worden opgelost, maar we moeten ook verder werken aan oplossingen voor de toekomst. Kiezen voor het optimaliseren van wat we al kunnen, brengt ons onvoldoende verder. We moeten niet alleen vooruit, maar ook een steeds een stap hoger. Blijf met de BTIC-Raad scherp op het aanjagen, bundelen en makelen van nieuwe vragen en nieuw aanbod. Alleen dan kunnen we de sprongen maken die nodig zijn.’ Mee eens?

“Ja. Ik zou eraan toe willen voegen dat het momentum daar is. Er zijn en komen grote kansen om als sector die sprongen te gaan maken. De bouw- en infrasector zijn nu geen Topsector binnen het Topsectorbeleid van de overheid, maar volgend jaar zijn er Tweede Kamerverkiezingen en krijgen we een nieuw kabinet. Met het BTIC zou ik daar graag op willen voorsorteren en op willen anticiperen. Alle seinen staan op groen: de bouw en infra worden alom, ook door de politiek, beschouwd als ‘enablers’, als sectoren die het waard zijn om anticyclisch in te investeren, om zodoende uit de crisis te komen en grote maatschappelijke uitdagingen aan te pakken.”

Voldoende scholing en aanwas van de vakmensen in de sector is voor u een belangrijk speerpunt. Kunnen innovatietrajecten daarin een rol spelen?

“Zeker. Het succes van het BTIC is ook afhankelijk van een geslaagde samenwerking en interactie met het beroepsonderwijs. Naast fundamenteel onderzoek is toegepast onderzoek in dat verband enorm belangrijk, ook met het oog op het bedrijfsleven, de achterbannen van Techniek Nederland, Bouwend Nederland en Koninklijke NLIngenieurs waar ik het net over had.”

IJs en weder dienende, neemt Maxime Verhagen het stokje als BTIC-boegbeeld in de zomer van 2021 weer over. Wat wil je dan hebben bereikt?

“Met beperkte middelen en een kleine organisatie is al veel bereikt, het is nu zaak de vraagkant te activeren en te stimuleren. Zowel voor bedrijven, kennisinstellingen als overheden moet het BTIC over een jaar nog meer een factor van betekenis zijn dan nu al het geval is. Een spin in het web op het gebied van kennisontwikkeling en innovatie, waar je automatisch bij aanklopt als je als bedrijf of opdrachtgever in de ontwerp-, bouw- en technieksector worstelt met een kleine of grote vraag die alleen met gezamenlijke innovatie kan worden opgelost. Als het BTIC over een jaar ook binnen de eigen achterban die positie heeft, is mijn missie voor een groot deel geslaagd.”