• Home
  • Actueel
  • Nieuws
  • Onderzoek Rijkswaterstaat en Bouwend Nederland brengt ervaringen DBFM-contract in kaart

Onderzoek Rijkswaterstaat en Bouwend Nederland brengt ervaringen DBFM-contract in kaart

maandag 12 oktober 2020

Richard Massar

communicatieadviseur
Afbeelding Onderzoek Rijkswaterstaat en Bouwend Nederland brengt ervaringen DBFM-contract in kaart

Wat zijn de lessen van 15 jaar werken met DBFM-contracten bij Rijkswaterstaat en in hoeverre voldoet dit type contract in de praktijk? Deze vragen stonden centraal in een onderzoek onder betrokkenen van Rijkswaterstaat en private partijen. Het onderzoek is uitgevoerd door Erasmus Universiteit Rotterdam, in opdracht van Rijkswaterstaat en Bouwend Nederland. Volgens het vandaag verschenen eindrapport ‘Leren van 15 jaar DBFM-projecten bij RWS’ kan DBFM bijdragen aan zaken als kwaliteit, tijdigheid en hinderbeperking. En deze contractvorm is geschikt voor contracten tussen circa EUR 200 en EUR 400 miljoen, waarbij de complexiteit beperkt is.

Het DBFM-contract is de afgelopen 15 jaar ingezet voor verschillende grote complexe projecten. Daar waar er bij DBFM-projecten problemen zijn ontstaan, komt dat volgens de respondenten niet zozeer door het contract, maar door factoren zoals gebreken in de uitvraag, het ontwerp, de risicoverde­ling of de samenwerking. Factoren die ook bij andere projecten kunnen spelen. Samenwerking en de kwaliteit van relaties is van essentieel belang, aldus het rapport. Volgens het onderzoek is de kwaliteit van samenwerking tussen opdrachtnemer en opdrachtgever gedurende de 15 jaar dat DBFM als werkwijze bestaat, geleidelijk toegenomen.

Sterke punten

De prestaties van DBFM-contracten zijn volgens het onderzoek gemiddeld genomen beter dan die van andere contractsoorten. Dat geldt vooral als het gaat om de aspecten tijd, beschikbaarheid, beperkte meerwerkkosten en kwaliteit. Als een van de belangrijkste oorzaken voor een hogere kwaliteit wordt de lifecylebenadering genoemd. De financiële performance voor investeerders, banken en andere financiers is uiterst betrouwbaar. Ook biedt de DBFM-praktijk de overheid stabiliteit en voorspelbaarheid voor wat betreft bestedingen op lange termijn. Over de toepassing van DBFM is het rapport heel duidelijk: “DBFM is geschikt voor contracten tussen circa EUR 200 en EUR 400 miljoen, waarbij de complexiteit beperkt is.”

“Met de juiste keuze van projecten blijft de DBFM-contractvorm veel voordelen bieden voor eindgebruikers, Rijkswaterstaat en bouwers om aansprekende projecten te realiseren,” aldus Bouwend Nederland-voorzitter Maxime Verhagen. “Het zou ontzettend jammer zijn als deze contractvorm verdwijnt en de ‘lessons learned’ verloren gaan. Laten we de goede samenwerking met Rijkswaterstaat vasthouden en vooral voortzetten. Want de afgelopen maanden werkten Bouwend Nederland met haar leden nauw samen met het ministerie van I&W en Rijkswaterstaat om te voorkomen dat het werk door stikstof en corona stil zou vallen. Met deze unieke gezamenlijke aanpak haalde de Taskforce Infra veel projecten naar voren om werkgelegenheid te kunnen behouden. Alleen samen voorkomen we een dip in de productie, bouwen we aan een vitale infrasector en houden Nederland bereikbaar. Daarbij ziet Bouwend Nederland graag aandacht voor duidelijkere afspraken over de risicoverdeling bij projecten, deze kwam in het verleden vaak te veel voor rekening van de opdrachtnemer.”

“Mooi dat dit onderzoek er is, waar objectief gekeken is naar de feitelijke ervaringen met DBFM. Een belangrijke conclusie is dat deze contractvorm werkt bij niet-complexe trajecten van maximaal 400 miljoen. Deze lessen passen we al toe bij ons huidige portfolio. De gehele branche, van Bouwend Nederland, Techniek Nederland, MKB Infra tot en met de Vereniging van Waterbouwers en Cumela Nederland hebben ons daar ook in de Taskforce Infra goed bij geholpen”, aldus Michèle Blom, directeur-generaal van Rijkswaterstaat.

Lessen voor de toekomst

Het onderzoek levert belangrijke aanbevelingen op voor de toepassing van het DBFM-contract, waarvan er veel ook relevant zijn voor andere contractvormen. Naast het advies om DBFM uitsluitend toe te passen bij projecten met een omvang van EUR 200 tot 400 miljoen en een beperkte complexiteit, bevat het rapport meerdere conclusies en aanbevelingen. Zo blijkt dat de risicoverdeling beter kan en dat de gezamenlijke aanpak van risico’s en problemen nog te beperkt is. Het vergroten van de flexibiliteit van DBFM-contracten is ook een aandachtspunt, ook al zorgen partijen daar zelf al zoveel mogelijk voor. Deze aanbeveling en andere verbeterpunten zijn terug te vinden in het eindrapport over het onderzoek.

Lees hier alle rapporten Leren van 15 jaar DBFM-projecten bij RWS